Willekeurige bemoediging
  • Reality check!
    Vanmorgen (zondagmorgen) wilde ik naar de samenkomst gaan en ik moest even een stukje lopen om de auto op te …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Het maakt me bang.

Ik heb ooit, een heel aantal jaren geleden, een Bijbels dagboekje van mijn broer(tje) gekregen. Het is een dagboekje geschreven door Adrian Plass. Wellicht een bekende naam? Hij heeft heel wat boekjes geschreven en toen ik nog in de christelijke boekwinkel werkte waren het boekjes die regelmatig verkocht werden. Dit dagboekje heb ik een jaar lang elke dag gelezen, toen is het in de boekenkast beland en nu pakte ik het vanmorgen op en sloeg een bladzijde op met een dagstukje waarvan ik denk dat het best iets is wat ons aan het nadenken kan brengen en daarom wil ik een gedeelte ervan vandaag opschrijven. De titel van dit stukje is: “Het maakt me bang”.achtergrond-bloemetjes2[1]

Mattheus 7: 13-14 Ga naar binnen door de nauwe poort. Want de poort en de weg die naar de ondergang leiden zijn ruim en breed, en velen gaan die weg. Maar de poort en de weg die naar het leven leiden, zijn nauw en smal, en maar weinigen vinden die weg.:

Adrian: (kucht) Eh, mag ik U iets vragen?

Jezus: (glimlacht) Wat je maar wilt.

Adrian: Kent U dat stukje over de kleine poort en de smalle weg en dat maar weinigen die vinden en zo?

Jezus: (ernstig) Ja, dat ken Ik wel, geloof Ik.

Adrian: (haalt diep adem) Nou, dat maakt me bang.

Jezus: (knikt nadenkend) Dat kan Ik begrijpen. Was er iets speciaals dat je wou vragen?

Adrian: U vindt het niet erg?

Jezus: Ik vind het nooit erg als iemand vragen stelt. Vind jij het erg als je antwoorden krijgt?

Adrian: Dat weet ik nog niet – het gaat me erom: wat is de nauwe poort, wat is de smalle weg en – nou ja, hoor ik ook bij die weinigen?

Jezus: (na een lange stilte) Welk antwoord wil je hebben: het ingewikkelde of het simpele?

Adrian: (heel zachtjes) Het simpele alstublieft, dan kan ik het volgen.

Jezus: Goed, dan is Mijn antwoord op al die drie vragen ook weer een vraag.

Adrian: Zoiets dacht ik al.

Jezus: Als Ik nu zou opstaan en weglopen, en Ik zou aan jou niet vertellen waar Ik heen ging, of Ik ooit terug zou komen, wat Ik ging doen, of waar het allemaal op zou uitlopen – zou jij jouw hand dan in de Mijne willen leggen en met Me meegaan?

Adrian: (heeft opeens een droge keel) Hier en nu?

Jezus: Hier en nu. Zou je meegaan?

Adrian: Ik… ik geloof het wel …

Toen ik dit opnieuw zo las vond ik het best wel confronterend. Als je er op die manier naar kijkt, als je deze vraag heel diep door laat dringen, wat zou dan jouw en mijn antwoord hierop zijn?

Adrian eindigt met een gebed:

Gebed: Jezus, U hebt gezegd dat U de Weg, de Waarheid en het Leven bent. Help me aan Uw hand te gaan.

Op dit gebed kan ik alleen maar “Amen” zeggen!

Ik wens je een mooie en gezegende dag toe.achtergrond-bloemetjes2[1]

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Een prachtige inhoud!

geschenkjesEen vraagje: Als iemand tegen je zegt: “je krijgt een cadeautje”, dan heb je waarschijnlijk in gedachten een beeld van een zorgvuldig ingepakt geschenk met een mooi lintje eromheen toch? Dan verwacht je niet een pakje dat in de verste verte niet beantwoordt aan dat beeld wat je in gedachten hebt en niet eens lijkt op een mooi geschenk. Ik denk dat we in eerste instantie misschien wel teleurgesteld zouden zijn. Maar in dat papiertje kan iets heel waardevols zitten, het gaat uiteindelijk om de inhoud.

Op eenzelfde manier kunnen wij ook naar anderen kijken, we zien de buitenkant en baseren daar ons oordeel over die ander op. Maar óók kijken wij op zo’n manier dikwijls naar onszelf: nou, ik heb nog zóveel tekortkomingen en gebreken en er moet nog zóveel aan mij veranderd worden…we beantwoorden niet aan het beeld dat wij hebben van hoe we er eigenlijk (naar ons idee) uit zouden móéten zien. Vervolgens proberen we dan vaak iets aan de verpákking te verbeteren maar we zien níét de prachtige inhoud die we hebben, want als wij de Here Jezus in ons hart hebben gevraagd, dan maakt Hij daar woning en een mooiere inhoud kún je toch niet hebben?

Zomaar een simpele gedachte voor vandaag, ook tegelijk een bemoediging. Voor de Here God zijn we kostbaar en Hij kijkt nooit naar onze verpakking, Hij ziet het hart aan.

Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart. I Samuel 16:7.

een parel

 

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Gedragen.

adelaar

Als op Adelaarsvleugels

Zoals een adelaar zijn jongen
op zijn brede vleugels draagt,
zo draag ik, Mijn kind, ook jou
steeds wanneer je Mijn hulp vraagt.
Ik weet af van alle dingen
die gebeuren om je heen,
Ik zie je tranen,ik hoor je zingen
en geen moment laat ik jou alleen.

Zie, ik wandel met jou samen
op die smalle, steile weg,
Mijn beloften zijn ja en amen
en Mijn hand is’t die ik over jouw leven leg.
Ik wil je leiden stap voor stap
houd Mijn hand maar stevig vast,
steeds iets hoger op die trap
maar, Mijn kind, geef mij je last.

Geef je zorgen en problemen
breng je vragen en al je nood,
Ik wil het van je overnemen
want Mijn liefde is zo groot.
oh, mijn hart is zo bewogen
als ik jou gebukt zie gaan,
moegesjouwd en neergebogen
zo vreugdeloos in je bestaan.

Mijn kind, geef alles maar aan Mij
en leg je leven voor Mij neer,
jouw zorgen maken je niet blij
en zoveel wonden doen je zeer.
Ik wil jouw leven heel gaan maken
Ik wil je in Mijn armen nemen,
jouw wonden wil Ik aan gaan raken
Ik ben het antwoord op jouw problemen.

Luister steeds weer naar de dingen
die Ik zachtjes tot je zeg,
Ik wil jou weer laten zingen
Ik neem elk obstakel weg.
Wandel maar rustig achter Mij aan
en stel aan Mij maar al je vragen,
Ik zal je nooit in de kou laten staan
als op adelaarsvleugels, zal Ik je dragen.

adelaar

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Verjaardagen, verjaardagen…

De afgelopen maand waren er een aantal verjaardagen te vieren en de afgelopen week had ik er 2. Eén van mijn jongste dochter die 30 werd en één van mijn moeder die 83 werd. Hierdoor heb ik de laatste week ook een aantal logé’s geherbergd en was het hier een drukte van belang, maar wel heel gezellig.

Als iemand jarig gaat worden dan vraag je of ze nog wensen hebben, iets dat ze heel graag willen hebben en als het binnen de mogelijkheden ligt dan probeer je die wensen ook te vervullen.

Een wens, wij hebben er soms wel meerdere, en die maken we bij onze dierbaren en vrienden bekend en uiteraard ook bij de Here God. En dat mag ook hoor, de bijbel zegt dat ook op verschillende plaatsen. Maar toen vroeg ik me af: Hoe dikwijls vraag ik de Here God naar Zijn wensen? Heel specifiek?

Het heeft denk ik alles te maken met de relatie die wij met de Here God hebben, de intimiteit, de gesprekken die wij met Hem voeren. Als je een relatie hebt met iemand dan is het ook daar belangrijk om samen te praten, dan wil je graag weten wat er in die ander omgaat, de wensen van de ander, de dingen waar je rekening mee moet houden, dingen waar je de ander blij mee kunt maken, noem het maar op. Veel weten is ook veel begrijpen en zo is het ook in de relatie die wij met de Here God mogen hebben. Hij wil Zichzelf aan ons laten zien, en laten kennen. In de eerste plaats laat Hij Zichzelf zien in Zijn woord, maar daarnaast ook in de persoonlijke relatie met Zijn kinderen. Uiteraard zijn wij nooit in staat om Hem totaal te doorgronden zoals Hij dat wel bij ons kan, maar er is wel degelijk heel veel te ontdekken en dat is heel mooi.

Iemand die een mooie en persoonlijke relatie met de Here God had was David, en als ik dan zijn Psalmen lees dan zie ik daar die relatie in terug. David had ook wensen maar zijn wensen waren gerelateerd aan het hart van God. Zoals bijvoorbeeld deze:

Psalm 19:15 : Mogen de woorden van mijn mond en de overleggingen van mijn hart U welgevallig zijn, o Here, mijn rots en mijn verlosser.

Psalm 25:4-5 : Here, maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden, leid mij in Uw waarheid en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils, U verwacht ik de ganse dag.

Of deze uitspraken die een belofte naar de Here God inhouden:

Psalm 119:11 : Ik berg Uw woord in mijn hart, opdat ik tegen U niet zondige.

Psalm 146:2 : Ik zal de Here loven, mijn leven lang, mijn God psalmzingen, zolang ik nog ben.

Mooie uitspraken die mijn hart, maar zeer zeker ook het hart van de Here God raken, en waar ik alleen maar “amen” op kan zeggen!

 

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

“Verloren” dagen turven?

God is trouw

“Dank U voor Uw trouw” een uitspraak die wij doen tegenover de Here God, onze hemelse Vader. Een overigens zéér teréchte uitspraak als het gaat om de trouw van onze God! Hij is te állen tijde getrouw en zelfs daar waar wij ontrouw zijn is Hij de getrouwe.

Ik moest er zo aan denken dat je vaak zo ontevreden over jezelf kunt zijn. Je voelt je aan alle kanten tegenover de Here God tekortschieten, je ziet je eigen fouten en falen en het kan je zomaar in de put drukken. Maar wij bekijken onszelf met onze menselijke ogen, we beoordelen onszelf met onze menselijke gedachten, terwijl Gods gedachten zoveel hoger zijn dan onze gedachten en terwijl Hij op een toch zo heel andere manier naar ons kijkt wanneer we echt en oprecht willen leven zoals Hij dat van ons verlangt. Hij ziet niet het falen, Hij ziet juist de vorderingen die we hebben gemaakt, Hij ziet niet dat wat allemaal nog níét af is, Hij is blij met alles wat al wél af is, met alles waarin we gegroeid zijn, met alles wat we geleerd hebben. Hij ziet de pósitieve kant van de dingen. Hij ziet niet op de nederlagen maar op de overwinningen die we behalen, dáár is Hij trots op. Hij is blij met ieder stukje van ons leven waar voor Hem een plaats is ingeruimd en inplaats van te mopperen daar waar het mis gaat zegt Hij dat Hij álle dingen wil laten medewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben. (Rom. 8:28) Zo maakt Hij dat zelfs de negatieve dingen nog op een positieve manier tot hun recht kunnen komen. Ik vind dat zo geweldig om over na te denken.

En dan kunnen er dagen in ons leven zijn die (voor ons gevoel) doelloos voorbijgaan, aan het einde van zo’n dag kun je het gevoel hebben dat er niets goeds uit je handen is gekomen, dat je niets hebt kunnen betekenen voor anderen en óók niet voor de Here God. Maar dan mag je weten dat deze liefdevolle Hemelse Groot+is+Uw+trouw+Heer[1]Vader niet met een groot papier voor zich zit en deze “verloren” dagen turft, maar dat Hij juist die ándere dagen en die ándere momenten gedenkt, en dat doet Hij met liefde en plezier. En als je dan na zo’n “verloren” dag, toch wat moedeloos naar bed kunt gaan, weet dan dat Hij júíst op zo’n avond met een liefdevolle glimlach op je neer kijkt, dat Hij met Zijn hand heel zachtjes over je gezicht strijkt en je stilletjes influistert hóéveel Hij van je houdt. En in Zijn hart is er blijdschap, gewoon, omdat je Zijn kind bent!!

Wat is het dan toch terecht dat we zeggen “Dank U voor Uw trouw”!! En aan de hand van deze trouwe God en Vader mogen wij ook vandaag weer aan onze dag beginnen. Ik wens je een gezegende dag toe!

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

De werken Uwer handen…

IMG_0832Vandaag is mijn dochter Joyce jarig. 30 Jaar is ze geworden. Ik zie haar nog zo in mijn armen liggen toen ze net geboren was, en als ik dan nu bedenk dat ze alweer 30 is dan vliegt de tijd toch ook wel heel snel voorbij hè?

Toen Joyce geboren was hebben wij ervoor gekozen om dit op haar geboortekaartje te zetten: Psalm 92:5: Want Gij, Here, hebt mij verheugd door Uw daden, over de werken Uwer handen zal ik jubelen. Zij was ons vierde kindje en wat waren we blij met haar. We gaven haar de naam “Joyce” hetgeen “vreugde” betekent want voor ons was het een vreugde haar in ons leven te mogen ontvangen en een vreugde is zij nog steeds in mijn leven.

Tja, kleine meisjes worden groot en toen Joyce 23 was is ze uit huis gegaan om in haar eerste eigen huisje te trekken waar ze nu nog steeds woont. Een hele belevenis, ook voor mij want ze was de laatste die uitvloog :-)

Op een dag zei Joyce iets tegen mij dat me bijgebleven is, ze zei: “Mam, zolang ik thuis woonde steunde ik eigenlijk meer op jouw geloof en op dat van opa en oma (mijn vader was voorganger totdat hij overleed.) Als ik gebed nodig had kwam ik naar jullie en ik heb ontdekt dat ik nooit een eigen relatie met de Here God heb opgebouwd. Ik hield wel van Hem maar ik heb nooit echt contact met Hem gezocht. Nu ik op mezelf ben gaan wonen en ook meer op mezelf aangewezen ben heb ik ineens gemerkt dat dat een gemis was in mijn leven. Ik heb nu pas geleerd wat het wil zeggen om echt een relatie met de Here God te hebben en wat geniet ik daarvan”. Ze heeft in de afgelopen jaren hard aan zichzelf gewerkt, is heel erg bezig met haar relatie met de Here God en je merkt aan haar dat die relatie echt is en mooi, dat er diepgang is. Joyce is open, we hebben goede en diepe gesprekken maar ook plezier om allerlei dingen, ze heeft voor haar jonge leeftijd erg veel wijsheid en ze “ziet” anderen en merkt het op als er iets aan de hand is. Ze bemoedigt mensen in haar omgeving joyce fotoshooten ze is bezig om volledig tot bloei te komen. Ze vertelt over de dingen die God in haar leven doet, ze heeft geleerd om Hem te vertrouwen, om haar dromen met Hem te delen en ze is er vol van. Het is zo kostbaar om dit te mogen zien.

Ik ben een dankbare mama van een mooie dochter die vandaag 30 jaar is geworden en ik wil eindigen met die Bijbeltekst waar ik ook mee begonnen ben, de tekst die we uitkozen om als het ware als titel aan haar leven mee te geven: Psalm 92:5: Want Gij, Here, hebt mij verheugd door Uw daden, over de werken Uwer handen zal ik jubelen. 

Wat houd ik van jou mijn meisje!

 

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Als ik naar je kijk…

hd-achtergrond-met-gele-bloemen-en-vlinder[1]
Soms kijk ik naar je en vraag me af wat er in je omgaat,
zijn het fijne gedachten, zijn het zorgen of problemen?
Ik kan niet in je hoofd kijken en als ik je zie lachen dan
wordt ik er ook blij van.
Ik heb maar één verlangen, en dat is dat jij ongelooflijk
gelukkig mag zijn en blijven, dat de Here God de eerste
plaats in jouw leven mag bezetten en dat dat voor jou, elke
dag opnieuw, een bron van vreugde mag zijn.
Ach, zomaar het gevoel wat je als ouder hebt over je kinderen.

Maar beseffen we ons wel genoeg dat de Here God over ons ََk zo’n gevoel heeft? Hij wordt blij als wij blij zijn en Hij geniet ervan als Hij overal bij betrokken wordt. Zijn hart loopt over van liefde om ons leven mee te vullen, Hij wil er voor ons zijn als we verdriet of zorgen hebben, Hij wil erbij zijn als we fijne dingen meemaken, Hij wil ons rust geven als we ons soms angstig afvragen wat de toekomst nog gaat brengen. Hij wil iedere minuut, elke seconde met ons delen. Hij hoeft Zich niet af te vragen wat voor gedachten er in ons hoofd omgaan, Hij ként ze al van verre, zo kunnen we in Psalm 139 lezen. Daar waar anderen alleen naar onze buitenkant kunnen kijken, ziet Hij alles wat er in ons hart, onze gedachten en ons leven gebeurt. Daarom weet Hij ook zo goed wat wij nodig hebben en wil ons daarin tegemoet komen. De vraag is alleen of wij Hem daar de gelegenheid en de ruimte voor geven. We hoeven ons nooit eenzaam te voelen want Hij is te allen tijde bereikbaar voor ons.

Als ik daar zo over nadenk, dan komt bij mij ook meteen de gedachte op in hoeverre ik te allen tijde voor de Here God bereikbaar ben. Veel van onze tijd wordt opgeslokt door allerlei dingen waar we ons mee bezig houden. Belangrijke dingen, maar nog veel meer onbelangrijke dingen. Zaken die we voorrang geven boven het samenzijn met onze hemelse Vader. Televisie, computer, telefoon (whatsapp-jes), ons werk, onze sociale contacten, clubs, en zelfs allerlei kerkelijke activiteiten kunnen onze tijd opslokken. We leven in een tijd waar alles snel moet en ook wij razen mee, zelfs ongemerkt, want elke week constateer ik weer dat de week voor mijn gevoel voorbijgevlogen is. Je zou al haast (bij wijze van spreken) de tijd voor God moeten inplannen in de agenda….nou prima!!! laten we dat dan doen, dat is beter dan te moeten constateren dat er wéér zo weinig (of zelfs geen) tijd voor Hem overbleef. God is te goed voor restjes, Hij wil alles.

Hierbij denk ik aan een bijbelvers, en opnieuw raakt deze tekst mij:
Te raadplegen was Ik voor hen die naar Mij niet vroegen, te vinden voor hen die Mij niet zochten; Ik zeide tot een volk dat Mijn naam niet aanriep: Hier ben Ik, hier ben Ik. De ganse dag breidde Ik mijn armen uit naar een opstandig volk dat volgens eigen overleggingen wandelde op een weg, die niet goed is;Jes.65:1-2.

Een roep, een schreeuw, uit het hart van een Vader… zo indrukwekkend!

En dan wil ik eindigen met een paar uitspraken van David uit de Psalmen: Hij was een man naar Gods hart en een voorbeeld voor mij. Ook deze stukjes spreken weer van de relatie die Hij met God had, zo mooi.

Psalm 143:8: Doe mij in de morgen uw goedertierenheid horen,
want ik vertrouw op U;
maak mij de weg bekend, die ik gaan moet,
want tot U hef ik mijn ziel op.

schitterende-achtergrond-met-vlinder-gras-en-paardebloem[1]Psalm 25:5: leid mij in uw waarheid en leer mij,
want Gij zijt de God mijns heils,
U verwacht ik de ganse dag.

Psalm 71:8: Mijn mond is vervuld van uw lof,
de ganse dag van uw luister.
facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Door de mist…

mistVorige week was het op een dag nogal mistig. Terwijl ik met Simon buiten liep bedacht ik me dat, hoewel het zicht beperkt was en ik sommige dingen niet kon onderscheiden in de mist, alles wat er voorheen was er nu ook nog stond alleen zág ik het even niet. Een bijzondere gedachte.

Weet je, in ons leven kan het weleens gebeuren dat we het even niet meer “zien” zitten. Alles lijkt uitzichtloos, alles lijkt donker en ondoordringbaar. Het is alsof je tegen een muur aanloopt en niet verder kunt.

Weet je wat ook apart is? Ik was in de middag nog even bij mijn moeder geweest en toen ik naar huis wilde werd het al behoorlijk donker. Nu rijd ik sowieso al niet graag in het donker maar met mist is het nog spannender, hahaha. Ik reed eerst nog in een tamelijk bewoonde wereld waar genoeg lantaarns stonden, maar op een bepaald stukje gaat het dan over in een lange donkere weg waar geen lantaarns branden. Er kwamen geen tegenliggers voor zover ik kon zien dus deed ik mijn grote licht aan maar dat was niet handig want inplaats van door de mist heen te dringen kwam de mist juist als een muur voor me staan. Dan het grote licht maar weer uitgedaan en voorzichtig verder gereden met het gewone licht aan en dat ging beter.

In situaties waar alles uitzichtloos lijkt willen we eigenlijk het liefst dat er een schijnwerper komt die ons laat zien wat er voor ons ligt, waar we uitzicht op hebben en waar we heen moeten maar dat is misschien helemaal niet verstandig want wellicht wordt de muur voor ons daar alleen maar groter door. Maar wat dan?

De bijbel is zo mooi en in de Psalmen, Psalm 119:105 daar staat: Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Hier wordt gezegd dat als je het soms even niet meer “ziet”, maar uiteraard ook voor elke dag, je in de bijbel bemoediging en vertroosting kunt vinden. God heeft Zijn beloften en Zijn richtlijnen voor ons leven daarin laten optekenen en die geven ons sturing voor ons leven. Geen schijnwerper maar een lichtje voor onze voet, genoeg om dichtbij te kunnen zien en door te kunnen gaan.

Terwijl ik daar in die mist naar huis reed bedacht ik me dat ook al lijkt het soms uitzichtloos, Gods liefde en warmte, Zijn goedheid en zegen, er gewoon is ook al zien of merken we daar in bepaalde periodes niets van. Dat mag ons zekerheid geven, onze zekerheid zijn, te weten dat Hij ons nooit alleen laat en zelfs in de mist heel dichtbij is en blijft!

psalm 119

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Met rasse schreden en voorzichtige voeten…

plannerEn zo zijn we alweer aangekomen bij de laatste dag van het jaar. Het is alsof het jaar voorbij gevlogen is, alsof het nog maar zo kort geleden is dat we aan een nieuw jaar begonnen…

Alles moet en gaat snel tegenwoordig. Soms heb je het gevoel alsof je geleefd wordt, al wil je het zelf wat rustiger aandoen, je moet op sommige fronten gewoon met de stroom mee. Als je rust wilt moet je het “inplannen”. Te gek voor woorden eigenlijk hè? En toch is het zo. Er worden soms van alle kanten dingen van ons verwacht en dikwijls is het ook echt nodig dat we inspringen, dingen aanpakken, helpen waar we kunnen.

Terugkijkend op het afgelopen jaar was het een behoorlijk emotioneel jaar vol met ups en downs, heel veel is er gebeurd en als ik dan vandaag de balans opmaak dan ben ik dankbaar! Dankbaar dat de Here God er elke dag opnieuw bij was, dat Hij mij en ons nooit één seconde alleen heeft gelaten. Onze God is een God van trouw en dat heb ik ook dit afgelopen jaar weer mogen ervaren.

De afgelopen weken hebben we toegeleefd naar het kerstfeest, naar het einde van dit jaar en met rasse schreden kwam het nader, veel sneller dan ik eigenlijk gewild had, soms wil je gewoon de tijd een beetje stil laten staan, maar zo werkt het niet hè? Nog een paar uurtjes en dan begint er een heel nieuw jaar, een jaar dat nog blanco voor ons ligt en waarvan elke dag ingevuld zal worden en hoe gaanwe die dagen invulling geven?

Eén ding is zeker, ik wil dit nieuwe jaar met voorzichtige voeten betreden, stapje voor stapje, links en rechts van mijn kijkend of ik geen dingen kapot trap, genietend van al het moois dat de Here God voor mij heeft klaarliggen. Niet rennend, vertrappend en onoplettend overal voorbij razen maar rustig samen met Hem de weg bewandelen die mij, aan Zijn hand, het nieuwe jaar inleidt. Die intieme relatie die we met Hem mogen hebben is het zó waard om te koesteren, om daar alle rust en tijd voor te nemen. Vader God is elke dag opnieuw verlangend om tijd met ons door te brengen, elke morgen als wij ontwaken is Hij er al en als wij gaan slapen is Hij er nog steeds. Wandelen, spreken, lachen en huilen met Hem, het is mijn wens dat dát de invulling aan al mijn dagen zal geven en het is aan mij om die wens gestalte te geven in het nieuwe jaar!

Ik wens een ieder een mooie en goede jaarwisseling toe en een bijzonder gezegend nieuw jaar!!

2018

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Ut mooiste kedoo (het hele verhaal)

hijskraan

1.

“Hé Kees, Keessie!! Kee-ees!!” De kleine jongen die in de drukke winkelstraat loopt heeft niets gehoord, helemaal in de ban van al die mooie etalages loopt hij verder totdat hij ineens ruw van achter wordt besprongen. “Hé Kees, hoorde je me nie?” Het is Peter, de vriend van Kees die hem nu heeft ingehaald. “Oh, hoi, nee joh, niks gehoord” zegt Kees. Hebbie het ook gezien Peter? al die mooie kedoos?” Kees wijst naar al die feestelijke etalages waar de kerstballen en de kerstcadeau’s verleidelijk zijn uitgestald. “Nee joh, is toch niks voor ons, wij benne toch niet van die dure mense datte we zulke dinge kope kenne?” zegt Peter. “nee, zucht Kees, dat is waar”. De twee schoffies slaan de armen om elkaar heen en luid kletsend lopen ze door naar huis.

Peter en Kees, allebei 10 jaar oud, wonen in dezelfde straat, het is eigenlijk een buurtje voor arme mensen. De families die er wonen hebben niet veel te besteden maar wat ze wél hebben is een enorme band met elkaar. Als er ook maar iets is dan staan alle buurtbewoners voor elkaar klaar. Peter en Kees komen aangeslenterd en zien daar Robbie, een iets oudere buurtgenoot. Hé Robbie, wat bè je an et doen?” vraagt Peter. “Gaat je niks an” zegt Robbie en snel raapt hij al zijn spullen bij elkaar en verdwijnt in huis. “Hmm geheimzinnig hoor”, zegt Kees. “Afijn we gane maar es ete, me moeder hep nie graag dat ik te laat kom” zegt Kees, en zo nemen de vrienden afscheid. “ajuus, tot morrege”.

Als Peter en Kees de andere morgen wakker worden zijn ze helemaal in de wolken want het heeft gesneeuwd, jippie. In de twee buurhuizen springen er twee jongens op en neer voor het raam en nemen nauwelijks de tijd om hun sobere ontbijt op te eten, zó graag willen ze naar buiten. Peter is het eerst buiten en snel rent hij naar het buurhuis, nog bij het hekje roept hij: “Keessie et hep gesneeuwd, tof man, kommie naar buite?” Kees propt snel het restje van zijn boterham in zijn mond, mompelt nog een snelle groet en weg is hij. “Hatsekidee Peet, hier hebbie een bal” roept hij terwijl hij met een snelle graai een sneeuwbal bij elkaar raapt en naar Peter gooit. Aha, dat is natuurlijk het sein voor een wild sneeuwballengevecht waarbij ze enig geweld niet schuwen. Ze duwen elkaar met het gezicht in de sneeuw, proberen elkaar vol te raken met de sneeuwballen en als even later meer mensen hun huis verlaten is er niemand meer veilig. Iedereen wordt bekogeld en de twee boeven hebben de grootste pret.  

Anne, de moeder van Kees kijkt uit het raam en ziet dat de jongens nog sneeuwballen aan het gooien zijn, oei, straks komen ze nog te laat op school.

2.

“Kees, Peter, het is de hoogste tijd om naar school te gaan, rennen!!” roept ze hen toe en de twee jongens zetten het op een lopen. Buiten adem komen ze, nog net voor de tweede bel, het schoolplein opgerend en in een paar tellen hebben ze hun natte jassen uitgedaan, de besneeuwde schoenen afgestampt en zitten ze keurig netjes op hun plaats. Beiden hebben nog de pretlichtjes in hun ogen, “dat was effe geinig hè Peet” zegt Kees en Peter beaamt dat volmondig. “Jongens, allemaal stil nu”, meester Arend is ongemerkt het lokaal binnengekomen maar alle kinderen zijn vol van de heerlijke sneeuw en kletsen honderduit. Ze worden meteen stil want meester Arend heeft flink de wind eronder. Hij kan heel streng zijn maar tegelijkertijd is hij toch ook een leuke meester. Als de kinderen stil zijn vouwt meester Arend de handen en de kinderen volgen zijn voorbeeld. Muisstil is het nu in de klas en meester Arend begint te bidden. Elke morgen, voordat de les begint, bidt meester Arend en de kinderen zijn er al helemaal aan gewend. Meteen na het “amen” wordt het weer rumoerig in het lokaal maar één waarschuwing van meester Arend is voldoende en al snel zitten alle kinderen rustig te werken. Meester Arend loopt door het lokaal en blijft hier en daar even bij een tafeltje staan om te kijken of het goed gaat. Alles is rustig totdat Peter er genoeg van krijgt. Hij kan maar moeilijk zijn aandacht bij de les houden, verlangend kijkt hij naar buiten, hè, hij wilde véél liever naar buiten om in de sneeuw te spelen. Hij let totaal niet meer op wat er in de klas gebeurt en als meester Arend bij zijn tafeltje komt en Peter zo ziet zitten moet hij stilletjes glimlachen. Ach, meester Arend is zelf ook nog niet zo oud en hij kan zich nog heel goed herinneren hoe hij zelf geweest is als kleine jongen, ook hij wilde niets liever dan lekker vrij zijn, buiten spelen en streken uithalen. Natuurlijk vertelt hij dát niet aan zijn klas maar het zorgt er wel voor dat Peter er met een kleine waarschuwing vanaf komt vandaag. “Jongens, als jullie snel doorwerken gaan we straks verder om te oefenen voor het kerstfeest van school” zegt hij. Nou daar hebben de kinderen wel oren naar, ze oefenen al een tijdje en vinden het geweldig.

Als ‘s middags de school uit is lopen Kees en Peter gebroederlijk het schoolplein af. “Wat gane we doen Peet?” vraagt Kees. “Eh nou, asse we nou es een hele grote glijbaan gaan make?” “Oh ja, dat is geinig” zegt Kees. “Maarre, waar gane we dat doen dan?” “Doene we et toch in ons eige straatje?” zegt Peter en eensgezind zetten ze koers naar hun straat. Als ze daar komen gaan ze ieder even thuis vertellen wat ze gaan doen en al snel beginnen ze aan hun glijbaan. “Kijk Kees, je mot et zo doen, je komp anlope en dan prebeer je zo ver mogelijk te glije” zegt Peter en hij laat Kees zien hoe hij het bedoelt. “O ja, da ken ik wel hoor” zegt Kees en in korte tijd hebben ze samen een hele gladde glijbaan gemaakt. Tjonge wat hebben die twee jongens een pret. Al snel komen er ook nog andere kinderen uit hun buurtje en is het een glijen, gillen en vallen van jewelste.

Als het schemerig wordt vertrekken de kinderen zachtjesaan naar hun eigen huis, alleen Peter en Kees roetsjen keer op keer over hun glijbaan die gladder en gladder wordt. In het licht van de lantaarn ligt de baan te glimmen. Daar roept Anne, ze zegt dat Kees moet komen eten en dan gaat ook Peter naar huis. “Morrege weer lekker vroeg gaan glije?” vraagt hij aan Kees.  “Ja, doene we, het is echt een gave baan”. En zo keert de rust weer in het kleine straatje.

3.

De andere morgen, voor schooltijd, zijn Kees, Peter én een paar buurtgenootjes alweer volop aan het glijden, totdat een moeder roept dat het tijd is voor school. Als een haas vliegen de kinderen er vandoor, elk naar hun eigen school. Ook Peter en Kees zetten het op een lopen en zitten op tijd in hun bankjes. Meester Arend merkt de onrust in de klas wel, alle kinderen zijn ongedurig, ze willen veel liever naar buiten. Gelukkig is het woensdag, dan hebben ze heel de middag vrij. Als het verplichte rekenwerk is gedaan pakt meester een stoel en een boek. Ha, de meester gaat voorlezen, daar houden alle kinderen van want meester kan heel goed voorlezen.

Als de bel gaat verdwijnen alle kinderen in rap tempo naar huis. Even eten en dan lekker buiten spelen. Ook Peter en Kees gaan naar huis om te eten. Bij Kees thuis is het geen vetpot, hij heeft nog 3 broertjes en 1 zusje en de vader van Kees is een tijdje terug zijn werk kwijtgeraakt omdat het bedrijf failliet ging, sindsdien is het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Op tafel staan keurig alle bordjes en voor ieder is er een half glaasje melk, voor de rest moeten ze het met water doen. Er ligt een bruin brood, een kuipje heel goedkope margarine en dan kunnen ze kiezen uit jam of pindakaas. Heel soms is er kaas of iets van worst, maar meestal niet. Ach, Kees is het gewend en eet met smaak drie boterhammen met pindakaas. Als ze klaar zijn met eten gaat hij meteen weer naar buiten waar Peter al lekker aan het glijden is. “Wat zalle we gaan doen Peet?” vraagt Kees. “Zalle we naar het grote plein gaan? Misschien kenne we daar nog wat leuks doen”. Het grote plein ligt een aantal straten verderop en daar zijn meestal wel kinderen aan het skaten of voetballen. “Oké, doene we” zegt Peter en welgemoed gaan de vrienden op stap. Als ze door de winkelstraat lopen kan Kees zijn ogen maar niet van de mooie etalages afhouden. “Wauw Peet, kijk dan wat een mooie hijskraan” zegt Kees. Peter komt naast hem staan en wijst een prachtige raceauto aan, “die vin ik veel mooierder” zegt hij. De jongens zuchten er eens van.

De winkelier van de speelgoedwinkel komt naar buiten om de stoep te vegen, het is veel te glad voor zijn klanten met al die sneeuw. Hij ziet de jongens staan en zegt: “Hé mannen, willen jullie een zakcentje verdienen? Als jullie mijn stoep vegen krijg je van mij een zakcentje¨ . De jongens kijken elkaar verheugd aan, “Kenne we dan zo een mooie auto kope meneer?” vraagt Kees. De winkelier lacht, “nee die zijn veel te duur”. Teleurgesteld zucht Kees eens. “En asse we nou 2 weke lang, tot an de kerst, de stoep vege, ken et dan wel?” vraagt hij. De winkelier, die wel ziet dat de jongens niet uit welgestelde milieus komen, heeft een beetje met ze te doen. Hij zegt: “Oké, als jullie voor schooltijd komen vegen elke dag dan krijgen jullie aan het einde van de twee weken ieder de auto die je graag hebben wilt”. De jongens springen op en neer van blijdschap en stralen. Ze krijgen elk een bezem en vegen alsof hun leven ervan afhangt totdat de stoep tiptop in orde is.

4.

Iedere morgen staan ze trouw voor schooltijd de stoep van de speelgoedwinkel te vegen en elke dag kijken ze of hun begeerde auto er nog wel staat. Oh, jongens, ze kijken uit naar de dag waarop ze hem echt helemaal zelf verdiend hebben. De winkelier heeft schik in de knapen en steevast krijgen ze van hem een lekkere beker chocolademelk na het vegen, “Hier, om op te warmen jongens” zegt hij dan, en ze krijgen ook nog een heerlijke appel voor mee naar school. De jongens glunderen.

Het is twee dagen voor kerst en Kees is helemaal opgewonden want nog 2 keer de stoep vegen en dan krijgt hij die mooie hijskraan, hij kan er gewoon niet van slapen. Stilletjes gaat hij uit bed en loopt naar beneden om te vragen of hij nog iets te drinken mag hebben. Halverwege de trap blijft hij ineens stokstijf staan, wat is dat? Het lijkt alsof er iemand huilt. Het is mama, ze is zo verdrietig en ze zegt tegen papa dat ze niet weet hoe ze de kerstdagen door moeten komen. Er is bijna niets meer te eten en ze wil toch zo graag dat hun kinderen ook een fijn kerstfeest hebben. Oh Jan, zegt ze tegen papa, hoe moet dat nou toch? En dan hoort Kees haar hard snikken. Muisstil zit hij daar op de trap en heel zachtjes loopt hij terug naar zijn bed. Hij is er ook helemaal verdrietig van geworden en op dit moment is hij de hijskraan helemaal vergeten.

Als hij de volgende morgen met Peter samen de stoep gaat aanvegen is hij diep in gedachten. Peter praat tegen hem maar hij hoort het niet, en als ze bij de winkel zijn en Peter nog even wijst naar de auto’s en opgelucht zegt dat ze er nog staan, reageert Kees nauwelijks. “Wat hebbie toch?” vraagt Peter. “Oh niks” zegt Kees, en hij gaat meteen hard aan het werk om al die verse sneeuw weg te vegen. Peter kijkt nog eens naar hem en gaat dan ook maar aan de slag. “Nog 1 daggie Keessie, dan hebbe we onze auto” glundert hij. Kees knikt, ja nog 1 dag…

Die avond wordt er op school het kerstfeest gevierd en dan krijgen de kinderen ook meteen vakantie. Papa en mama gaan met Kees mee en ook de andere ouders van de kinderen komen naar school. Het is een feestelijk geroezemoes in de aula van de school. Dan komt meester Arend het podium op, hij is dit jaar uitgekozen om de avond te leiden. Ieder jaar doet een andere leerkracht dat maar dit jaar is het hun eigen meester. Als het kerstevangelie is voorgelezen, de kinderen hebben gezongen en de blokfluiters hebben gespeeld, gaat meester Arend vertellen.

“Jongens, we hebben met zijn allen naar dit feest toegeleefd, we hebben geoefend, gezongen en in de klassen is er verteld over de geboorte van de Here Jezus. Weet je wat ik zo mooi vind? Dat Hij voor ons naar deze aarde wilde komen, en ook dat de Here God Zijn Zoon, waarvan Hij toch zóveel hield, heeft laten gaan. Dat deed Hij voor ons, en toen Hij opgroeide en een man geworden was, is Hij voor ons aan het kruis gegaan. De straf, die wij eigenlijk verdiend hadden door al onze fouten en zonden, heeft de Here Jezus op Zich genomen. Dat is toch heel bijzonder? Hij koos niet voor Zichzelf maar Hij koos voor ons!”

Kees heeft aandachtig zitten luisteren en vooral die laatste woorden dringen diep door in het hart van deze tienjarige. Aan het einde van de avond loopt hij tussen zijn vader en moeder terug naar huis. Hij heeft nog een mooi boek gekregen en een zakje met lekkers dat hij meteen bij thuiskomst op de tafel legt en zegt: “Dit is voor ons allemaal, kenne we lekker van smulle jonges”.

5.

De volgende morgen is het dan zover, de laatste veegdag en daarna krijgen de jongens hun mooie auto. De winkelier heeft hem al voor hen klaarstaan en zelfs ingepakt om het extra feestelijk te maken. Hij is van deze twee eerlijke, heerlijke schoffies gaan houden.

Als ze klaar zijn met vegen en de stoep weer brandschoon is gaan ze verwachtingsvol naar de winkelier die hen bedankt voor het harde werken en ze ieder een mooi ingepakt cadeau overhandigt. Peter springt een gat in de lucht: “Ik gane em thuis ope make meneer” en hij lacht stralend. Kees staat erbij en kijkt naar het cadeau in zijn handen, zijn hart is in tweestrijd, oh hij wilde zó graag deze hijskraan en hij heeft er ook zó hard voor gewerkt… maar in zijn gedachten hoort hij mama, die wanhopig huilt omdat ze niet weet hoe ze de feestdagen door moeten komen. Dan ineens zijn daar weer de woorden van meester Arend: “Hij koos niet voor Zichzelf” en dan weet Kees ook wat hij moet doen. Hij kijkt de winkelier aan, steekt zijn handen, met daarin het cadeau, naar voren en zegt: “Meneer, ik vin et heel fijn dat ik dit kedoo hep gekrege van u maarre ken ik ook inplaats van et kedoo cente krijge?” De winkelier kijkt verbaasd, wat is dat nou? Hier heeft de kleine jongen toch twee weken hard voor gewerkt? Als hij vraagt wat de reden is legt Kees uit wat hij gehoord heeft, hoe zijn moeder zo had gehuild en niet wist hoe zij de eindjes aan elkaar moest knopen. De winkelier krijgt diep medelijden met de jongen en zijn familie. Hij vraagt nog wat door en komt erachter dat de vader van Kees zijn werk kwijt is en dat er thuis nog 3 broertjes en een zusje zijn. Tijdens het luisteren krijgt hij een idee. “Als jullie nou eens lekker naar huis gaan dan ga ik met jouw verdiende centjes wat boodschappen voor jullie doen en dan kom ik dat vanmiddag brengen” zegt hij. Kees is in de wolken, “Dát is nog es fijn meneer” zegt hij en samen met Peter gaat hij naar huis.

Als Kees thuiskomt is hij zó blij, hij rent meteen naar zijn moeder die in de keuken staat, “Mam, vemiddag komp er een verrassing” zegt hij stralend. Zijn moeder kijkt verbaasd, een verrassing? Ze heeft geen idee wat het kan zijn maar het stralende koppie van Kees maakt haar hart warm. Halverwege de middag wordt er in het kleine straatje aan de deur gebeld. Het is de winkelier met in zijn handen een hele grote mand. Hij kan de mand nauwelijks dragen en zet hem snel op de mat in de gang. Anne, de moeder van Kees kijkt er met verbijstering naar, “w wat is dit” stamelt ze. “Dit is voor u en uw gezin, verdiend door Kees die twee weken lang mijn stoep keurig schoon heeft geveegd”. Mama kijkt naar Kees met tranen in haar ogen. De winkelier legt uit dat Kees en zijn vriend hadden gewerkt om een mooie auto te verdienen maar dat hij inplaats daarvan had gekozen om iets voor het gezin te kopen. “Ja mama, et gaat met kerst niet om kedoos, de Here Jezus koos ook niet voor ze eige, Hij wilde ons blij make en ik wilde jullie allemaal blij make”. Anne heeft geen woorden, ze slaat haar armen om haar kleine jongen heen en kijkt met tranen in haar ogen de winkelier dankbaar aan. “Ga maar genieten van alles wat er in de mand zit” zegt hij “en o ja Kees, kun je nog even meelopen naar de auto? Ik heb daar nog een tas staan die ook voor jullie bedoeld is”. Kees loopt mee en neemt de tas aan van de winkelier. “Fijne kerst Kees” zegt de winkelier. “U ook meneer” zegt Kees en zwaait de winkelier nog even na.

Met z’n allen zitten ze even later rond de mand en wat dáár allemaal uitkomt? Allerlei lekkers, chocolade, koekjes, maar ook vlees, groenten, brood en broodbeleg, melk, toetjes en nog heel veel meer. “Wát een feest, wat heerlijk”, zucht mama. Kees is de tas helemaal vergeten, bij binnenkomst had hij die in de gang gezet, veel te nieuwsgierig naar de inhoud van de mand. Nu herinnert hij zich de tas weer en gaat hem snel uit de gang halen. In de tas zitten 5 ingepakte cadeautjes, voor ieder kind 1. Op de bodem van de tas ligt het cadeau voor Kees en nog voor hij het heeft uitgepakt herkent hij het, hij heeft het immers vanmorgen al in zijn handen gehouden? En jawel, het is de mooie hijskraan die hij zó graag wilde hebben. “Oh mama, papa, kijk dan, nou hep ik tóch me hijskraan nog gekrege”. Hij is helemaal in de wolken en ook de andere kinderen zijn blij met hun cadeau. Zoiets hebben ze nog nooit gehad. Papa en mama kijken met dankbaarheid naar hun blije kinderen en als ‘s avonds iedereen al slaapt is daar een kleine jongen die met wijdopen ogen in zijn bed ligt, naast hem op de grond staat een mooie glimmende hijskraan. “Here Jezus” fluistert hij zachtjes, “Dankiewel datte we ete hebbe gekrege en dat mama nie meer mot huile, dát is me mooiste kedoo!”.

kersttak (1)

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail