Willekeurige bemoediging
  • Ben ik het niet waard?
    De “ice bucket challenge”, het is hot topic op facebook en op tv en van alle kanten zie je bekende …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

De erfenis.

Dit verhaal is niet zomaar een verhaal, het is een waargebeurd verhaal dat ik 7 jaar geleden begon te schrijven. De mensen die hier al jaren komen en meelezen en de mensen die mij kennen weten dat het toen een hele moeilijke tijd was. De oma in dit verhaal ben ik zelf en ik schreef dit door de tijd heen op de momenten dat deze dingen gebeurden. Omdat het over het leven van mijn dochter en haar gezin gaat (waarvan ik overigens wel de namen heb veranderd) heb ik het haar laten lezen en met haar toestemming plaats ik het hier vandaag.                    

mother and two little kids walking on beach at sunset

 De erfenis.


Sneeuwvlokjes dwarrelen uit de grijze lucht naar beneden. Op de grond is alles al met een wit laagje sneeuw bedekt, alles verdwijnt onder die zachte witte donzige deken, het is mooi om naar te kijken.

Peinzend staat Irene voor het raam en tuurt naar boven, recht in de grijze lucht. Ze is boos, haar hart is onrustig, er is boosheid, verdriet, bitterheid, pijn… ze kijkt nog steeds naar die grijze lucht, die sombere donkere onheilspellende lucht. Zo donker als die lucht is, is het ook in haar hart. Wat heeft ze eraan, stomme sneeuw, wie wil dat nou? Sowieso, heel deze periode, decembermaand, feestmaand, zij heeft er niets mee, niet meer tenminste…

Vroeger was deze tijd de mooiste tijd van het jaar voor Irene. Weken, en zelfs maanden vantevoren, was ze al bezig met de Kerst. cadeautjes kopen, leuke dingetjes verzinnen, hapjes bedenken, mooie kleren kopen voor haarzelf en haar man en kinderen. De kerstboom die het huis opfleurde met zijn gezellige lichtjes, de kerststukjes met de hyacintjes erin die zo heerlijk geurden, ze hield zo van die geur die echt bij kerst hoorde. Met de kinderen naar de eerste sneeuwvlokjes kijken en samen een sneeuwman maken, daarna lekker opwarmen in het gezellige huis. Kerstavond, een avond van gezellig samenzijn met de hele familie. Samen zingen, Bijbellezen, een verhaal voor de kinderen, cadeautjes uitpakken, lekker eten, praten, lachen met elkaar, het was in alle opzichten een echt feest… maar dat was vroeger, die tijd is voorbij, voor altijd voorbij…

Irene denkt aan vorig jaar, vorig jaar waren ze nog met zijn allen bij elkaar geweest, het hele clubje was nog compleet. Oh ja, ook toen had er al een donkere schaduw over het samenzijn gehangen maar ze wáren tenminste nog allemaal compleet. De man van Irene was ziek, ernstig ziek en eigenlijk was er geen hoop meer voor hem om beter te worden. Op het kerstfeest was hij er nog bij, te midden van alle dierbaren die zo blij waren dát hij erbij kon zijn. Ook toen werd er gelachen, gegeten, gepraat, gedeeld, maar alles met die donkere schaduw op de achtergrond van ieders denken, ieder op zijn eigen manier die kostbare momenten koesterend. In de weken die volgden ging de gezondheid van Irene’s man snel achteruit en hij overleed. Irene en de kinderen achterlatend in een groot wanhopig verdriet. Och wat was dat een verschrikkelijke klap! In het eens zo vrolijke en gezellige huis was elke kleur en ieder sprankje warmte weggeëbd, en een kille donkere deken had zich over alles en iedereen heen gelegd. Irene kon het niet bevatten, ze kon het niet begrijpen en niet geloven, en ze begon zich op te sluiten in haar eigen wereld. In die wereld was alles nog goed, ze kon de geur van haar geliefde nog ruiken, zijn stem nog horen, zijn armen nog om zich heen voelen. Bij hem had ze zich veilig gevoeld, zich waardig en op en top vrouw gevoeld, bij hem wist zij zich gewaardeerd en geliefd, het leven was goed, mooi, compleet.

Irene staart nog steeds met nietsziende ogen naar buiten, ze denkt aan al die gelukkige momenten en het maakt haar diep triest. Ze wil het terug, ze wil haar geliefde terug, ze wil de tijd wel terugdraaien, haar geliefde uit de dood terug trekken… kon ze het maar, was alles maar weer zoals vroeger. Ze heeft er álles voor over. Haar wereld bestaat alleen nog uit intense pijn, pijn die haar vanbinnen verteert, pijn die zich een weg vreet dwars door alles heen, en die op zijn weg alles vernietigt wat hij tegenkomt. Liefde, warmte, vrolijkheid, vrede, rust, het is allemaal weg en er is alleen nog maar onrust, weg, weg, weg, niet zien, niet voelen, niet horen, weg, weg, weg…

Ergens, een eind bij haar vandaan, zitten twee kleine mensjes met grote glanzende ogen voor het raam naar buiten te kijken. Sneeuw!!!!! juichen ze, ze willen het liefste meteen naar buiten om erin te spelen, heerlijke mooie kinderen. Oma, die op hen past, zegt lachend dat ze straks wel naar buiten mogen maar dat ze nog maar even moeten wachten tot het weer wat rustiger wordt. Deze twee kleine mensen zijn de erfenis die voor Irene is achtergelaten. Een kostbare erfenis die met geen geld te betalen is. Deze kinderen dragen een deel van haar man in zich, eigenschappen, gelaatstrekken, manieren van praten, lopen, kijken, handelen, het zit er allemaal in. Twee kleine, hulpeloze kinderen die zó veel van hun papa hielden en die nu alleen met hun mama verder moeten. Ook zij kennen het verdriet, de pijn en het gemis, ook zij zijn een stukje van hun onbezorgdheid, hun onbevangenheid kwijt en ook zij zijn niet meer de kinderen die zij ooit waren. Er is een duidelijk besef van wat er gebeurd is en ze hebben het moeilijk om hiermee om te gaan. Als ze ;s avonds naar bed gaan vragen ze of de Here Jezus het verdriet uit hun hartje en uit dat van mama, wil wegnemen. Zo dapper en zo gevoelig zijn ze. Ze houden van de Here Jezus, “net als papa” zegt het ene kind. Ja, ook dat is een stukje van de erfenis die papa heeft achtergelaten, zijn liefde voor de Here Jezus. De kinderen weten het precies,” papa hield het állermeeste van de Here Jezus én van ons!” En zij houden ook van de Here Jezus en hun kleine warme kinderhartjes zijn naar Hem gericht. Later die avond liggen de twee kindjes in bed, moegespeeld en voldaan zijn ze in slaap gevallen. Oma kijkt naar de twee slapende gezichtjes en legt haar hand op hun hoofd, “Here, zegent U deze kinderen…” Ze blijft nog even naar hen kijken, wat een mooi en vredig plaatje, wat een rijkdom…

Op haar eigen plekje worstelt Irene elke dag opnieuw. Zoveel vragen zijn er in haar hart, zoveel dingen die zij niet kan begrijpen, waarom is God zo wreed? Waarom heeft Hij niet gedaan wat ze Hem gevraagd had? Waar was Hij toen ze Hem nodig had? Nou, voor haar hoeft het allemaal niet meer, Hij heeft afgedaan voor haar, zij heeft niets meer om voor te leven, alles wat haar lief was is haar afgenomen… alles? Nee, een eind verderop zijn twee kleine kinderen bezig een mooie tekening te maken voor mama, “omdat ik zoveel van haar houd oma” zegt de één, “ja, en ik maak deze tekening óók omdat ik mama zo lief vind” zegt de ander. Vol overgave kleuren ze hun mooie tekening, hun wangen zijn rood van inspanning, hun hartjes vol van liefde voor hun lieve mama, maar mama ziet het niet, nog niet…

Irene’s ogen hebben de erfenis nog niet gezien, ze hebben de waarde en de rijkdom ervan nog niet ontdekt, de pijn en het verdriet zijn nog te groot, te fel, te allesoverheersend, maar er is hoop… Er is een hand die naar haar is uitgestrekt, wachtend totdat zij de hare erin legt, een hand die de hare stevig vast wil houden en die haar wil leiden op de weg die zij voor zich heeft…


Het is bijna kerstfeest, voor Irene hoeft het niet, geen feest, geen gezelligheid, geen cadeau’s, het brengt alleen maar pijnlijke herinneringen naar boven, het maakt haar eenzaamheid en het gemis nog groter dan het al is. Nee, laten die dagen maar heel snel voorbij gaan. Toch is er ook nog iets anders, het heeft te maken met de erfenis die haar geliefde achterliet, zijn liefde voor de Here Jezus. Kerstfeest is het feest van de geboorte van de Here Jezus, Hij kwam in een donkere nacht naar de aarde en bracht Zijn licht in het duister van deze wereld. Zou er in het hart van Irene óók een stukje nieuwe hoop geboren kunnen worden? Een glimpje licht in die schijnbaar ondoordringbare duisternis waarin zij leeft?

Ja, inplaats van 4 paar voetstappen zijn het voortaan 3 paar voetstappen die een nieuwe, nu nog ongerepte, weg zullen bewandelen, en die net als in die sneeuw, hun sporen zullen achterlaten, maar er zal een moment komen dat Irene terug zal kijken naar deze tijd en dat ze dan zal zien dat er tóch 4 paar voetsporen te vinden zullen zijn langs de weg…

Oma kijkt naar de twee kleintjes, ach, 4 en 5 nog maar… wat een hoop hebben ze al moeten meemaken in hun jonge leventje. En nu? Wat nu? Wie zorgt er voor deze twee lieve schatten? Papa is er niet meer en mama kan het nu even niet aan. 

Oma zucht, en haar gedachten dwalen verder af naar het moment dat Irene zelf nog klein was, stralende oogjes had en vol overgave liedjes zong over de Here Jezus en met haar handjes gevouwen tot Hem sprak. Toen Irene ouder werd liet ze zich dopen en besloot ze dus om verder te gaan met Hem. Een aantal jaren later ontmoette ze haar man, oh wat was ze in de wolken en een jaar later trouwde ze al, weer een jaar later kregen ze hun eerste kindje en 1,5 jaar daarna hun tweede. Wat waren ze gelukkig, iedere dag wachtte Irene voor het raam op haar man die haar, zodra hij thuis kwam, liefdevol in zijn armen nam en knuffelde, totdat dat ene nare telefoontje kwam… Bas was op zijn werk onwel geworden en naar het ziekenhuis overgebracht, waar al gauw duidelijk werd dat hij een hersentumor had, wat een klap! Ruim twee jaar zijn ze samen ziekenhuis in en uit gegaan, Irene week niet van zijn zijde en heeft tot het allerlaatste moment aan zijn bed gezeten en voor hem gezorgd, álles wat maar mogelijk was heeft ze met zoveel liefde voor hem gedaan… Bas was er klaar voor om naar Huis te gaan en om Zijn hemelse Vader te ontmoeten. Irene was verslagen, na alle hoop die ze hadden gehad en alle gebeden die ze alleen en samen met anderen naar God hadden uitgeroepen? Het getuigenis over het wonder wat God zou gaan doen had ze al klaar… Maar nu? Nu is Bas er niet meer… 

Er rolt een traan over oma’s wang, ze veegt ‘m gauw weg, voordat één van de kinderen het ziet. Nee, niet huilen nu spreekt ze zichzelf toe, sterk zijn! 

Oma gaat in gedachten weer terug naar de tijd dat Bas zo ziek was en ze zelf weken bij hen in huis woonde om te helpen daar waar ze kon en te bidden, bidden, bidden, bidden! Verdrietig en moe was ze na alle weken daar te zijn en dan Irene na zo’n intensief samen zijn zo gebroken achter te moeten laten. In het begin leek het nog aardig te gaan met Irene, maar naarmate de tijd verstreek kwamen er steeds meer signalen dat het niet goed ging met haar, en nu? Nu krijgt ze hulp en is ze tijdelijk weg uit huis.

De kinderen zijn nog steeds aan het kleuren en praten honderduit, vrolijke koppies en steeds vaker weer een lach, wat zijn ze veranderd nu er wat meer rust en regelmaat is aangebracht thuis.

Oma denkt weer terug aan het moment dat Irene belde en zei dat ze moest worden opgenomen, wat een schrik en wie moest er nu voor de kinderen zorgen? Oma was
gegaan, want wat houdt ze van deze twee lieve schatten en wat wil ze ze graag gelukkig zien! 

Kijk oma! Oma schrikt op uit haar overdenkingen, kijk eens, kijk eens naar deze tekening… Met een stralend koppie laat de oudste  een tekening zien van een hart met een deur, maar geen gewone deur, nee als je goed kijkt heeft de deur de vorm van een mond. Oma glimlacht en zegt mooi hoor jongen wat heb je dat prachtig gedaan! Met stralende ogen zegt hij, jaha dat heb ik van jou geleerd, alle verdrietige dingen in mijn hartje kunnen eruit als ik er over vertel, toch Oma? Oma lacht, zeker lieverd dat heb jij goed onthouden! In stilte dankt ze God voor de wijsheid die ze van Hem mocht ontvangen om deze twee kostbare schatten te leren hoe ze met hun verdriet kunnen omgaan en hoe ze samen mogen bidden tot Hem! Dank U God dat U in alles bij ons bent en zachtjes bidt ze erachter aan, God laat U Irene weer opnieuw voelen wie U bent, dat U van haar houdt en met haar mee huilt om wat er is gebeurd. Dank U wel Vader dat U van ons allemaal houdt en dicht bij ons bent!

Het is bijna kerstvakantie en de kinderen hebben hun laatste schooldag vandaag. In de kerstvakantie zullen ze gescheiden worden en bij de grootouders ondergebracht worden maar kerstavond en 1e kerstdag zullen ze samen zijn en ook mama komt dan een paar dagen naar huis. Wat een feest om naar uit te zien! 

De kleine Anne-Sofie wordt bij oma gebracht en Jeffrey blijft bij de andere oma en opa. Van een echte feeststemming is geen sprake, er is teveel verdriet en teveel onrust door alles wat er speelt, maar oma doet haar best om Anne-Sofie een fijne tijd te geven. Halverwege de kerstvakantie zullen de kindertjes omgeruild worden en dan komt Jeffrey nog een poosje logeren. Als dan het nieuwe jaar en de school weer begint zullen de grootouders elkaar weer afwisselen in het huis van Irene. 

Kersttijd, een tijd van gezelligheid, van verwachting, van warmte en blijdschap. Niets van dat alles is er dit jaar te vinden. Het wordt een rommelige, verdrietige tijd. Kerstavond, de avond waar ieder jaar zo naar uitgekeken werd wordt een grote teleurstelling. Het is niet gezellig, de sfeer is weg en aan het einde van de avond gaat iedereen verdrietig naar huis. Irene en haar kindjes gaan met oma mee en als ze in bed liggen gaat oma nog even kijken. Irene is nog wakker, ze is moe en verdrietig. Oma praat nog even met haar en zo, zittend op de rand van haar bed, vraagt ze of Irene het fijn vindt als ze nog even met haar bidt? Ja, dat vindt Irene wel fijn. Oma neemt Irene’s handen in de hare en brengt Irene, en haar verdriet, maar ook de kindjes, bij de Here God. 

Het nieuwe jaar is begonnen, de kindertjes gaan weer naar school en oma is weer op haar post. De kleine Jeffrey gaat met sprongen vooruit, en ook Anne-Sofie doet het goed. Het is rustig in huis, de kinderen luisteren goed en genieten van de tijd die er voor hen is. Elke middag is er tijd voor spelletjes, het is een tijd waarin ze  persoonlijke aandacht krijgen en daar genieten ze nog het meeste van. Zelfs het uit spelen gaan bij een vriendje of vriendinnetje wordt afgeslagen, nee, ze willen naar huis, spelletjes doen. Iedere avond mogen ze ook met mama praten, via skype, dan kunnen ze mama zelfs zien. : De mooiste tijd is mamatijd hè oma?” zegt Jeffrey. Ja hoor jongen, gelijk heb je. Mama zelf vindt het moeilijk om met de kinderen te praten maar omdat het voor hen belangrijk is doet ze het wel. Oma zorgt ervoor dat het niet te lang duurt en na het gesprekje is er dan nog een voorlees halfuurtje om het verdriet wat te verzachten. Meestal helpt dat maar niet altijd. Soms zijn de kinderen zo verdrietig dat ze bijna niet te stoppen zijn. Dat is moeilijk, twee kleine verdrietige molletjes die hun mama zo missen…

 Mama mag nu elk weekend naar huis en oma heeft voor de kinderen een aftelkaartje gemaakt waarop ze de nachtjes kunnen doorstrepen tot mama weer komt. Het is een succes, het geeft de kinderen inzicht in wanneer mama weer komt en het helpt om wat minder verdrietig te zijn. Als mama dan thuis is doet ze haar best om er voor de kinderen te zijn maar erg goed wil dat niet lukken, ze krijgt veel medicijnen en die maken haar moe en suf en alles is haar dan al gauw te veel. Maar voor de kinderen maakt het niet uit, het feit dát mama er is is voor hen al genoeg en ze genieten ervan om zomaar stilletjes bij mama op de bank te zitten, of in de ochtend bij haar in bed te kruipen, en mama krijgt de hele dag door te horen hóé lief ze haar vinden. Als mama dan weer weg moet is er verdriet en oma neemt de kinderen mee naar boven waar ze ze dicht tegen zich aantrekt en samen met hen de handen vouwt en bidt. Ook de kinderen zelf bidden, ze brengen het verdriet uit hun kleine hartjes bij de Here God en al snel worden ze rustig. Als oma ze lekker heeft ondergestopt gaat ze naar beneden en daar, in die stille lege kamer, zijn het oma’s tranen die zachtjes over haar wangen naar beneden druppelen. Er is niemand die erbij is, niemand die het ziet, maar toch voelt oma dat de Here God er wel is, dat Hij naar haar kijkt en van haar houdt en oma voelt zich getroost. Ja, de Here God is erbij, Hij weet van alle dingen en Hij geeft elke dag nieuwe moed en kracht om hier doorheen te komen.

De morgens beginnen altijd vrolijk. Oma heeft de kinderen gezegd dat ze pas uit bed mogen komen als ze haar wekker horen. Die wekker gaat om 7 uur dus dat is vroeg genoeg om op te staan. Bij het eerste geluidje van de wekker staan de kinderen dan ook prompt voor haar bed en kruipen samen lekker tegen oma aan. De wekker zingt zijn eigen liedje en oma en de kinderen hebben er een “wekkerdansje” op gemaakt. Elke morgen doen ze met zijn drieën dat wekkerdansje in bed. De kinderen schateren het uit, dit vinden ze zó leuk. Maar om kwart over 7 is het tijd om in actie te komen en dan wordt er gewassen/gedoucht en aangekleed en elke morgen als oma uit de badkamer naar buiten komt roepen de kinderen dat zij haar ogen dicht moet houden en dan, telkens weer, kijken ze verwachtingsvol hoe oma zal reageren,  dan nemen ze oma bij de hand en voeren haar eerst naar haar eigen slaapkamer en dan naar die van henzelf en overal zijn keurig de bedden opgemaakt en alles opgeruimd. Oma is verbaasd hóé netjes die twee dat kunnen en prijst de kinderen uitbundig. Wat een lieverds toch! Ga je het ook aan mama vertellen oma? Ja natuurlijk wat dacht je dan? En twee stralende gezichtjes kijken oma aan.

Eten, schoenen en jassen aandoen en dan naar school, het is de dagelijkse routine. Doordat er genoeg tijd ingepland wordt voor deze activiteiten leidt het nooit tot stress, het gaat heel gemoedelijk en keurig op tijd wordt het kleine grut afgeleverd bij de juffrouw. Ze houden van school en dat is fijn, ze hebben het er prima naar hun zin en als oma ze weer ophaalt praten ze honderduit over alles wat ze beleefd hebben. Regelmatig ook komen ze thuis met een werkje, een tekening of een brief die voor papa bestemd is. Het is voor hen een vorm van verwerking waar op school heel mooi rekening mee gehouden wordt. Als ze dan thuiskomen bekijken of lezen ze het nog eens samen met oma en dan krijgt het een mooi  plekje. Het is ontroerend wat ze tekenen of schrijven, maar het is ook heel mooi, ze kunnen zich hierin uiten.

Maar hoelang moet deze situatie duren? Voor de oma’s en opa is het best belastend en er komt ook een tante die een deel van de verzorging voor haar rekening neemt. Samen vormen de oma’s, opa en de tante een team, samen dezelfde lijn volgen en de rust en regelmaat voor de kinderen waarborgen. Het gaat goed…

“Mama, ben je verdrietig?” Het is de kleine Jeffrey die het vraagt. Hij kijkt zijn mama aandachtig aan en ziet het verdriet in haar ogen. “Ja lieverd, mama is verdrietig” zegt Irene en ze trekt hem op haar schoot. Oma ziet dat het haar eigenlijk teveel is maar laat het zo, ze zegt niets en kijkt naar die twee op de bank. Irene heeft haar armen om haar zoon heengeslagen en Jeffrey koestert zich daarin. Zo zitten ze daar heel stil, niemand zegt iets, het is één van die zeldzame kostbare momenten. Het zijn die momenten die oma hoop geven dat er toch wat vooruitgang in de situatie is, maar al snel daarna zakt deze hoop weer de bodem in als Irene zich in zichzelf terugtrekt en haar kinderen niet meer lijkt te zien of te horen. Als ze thuis is laat ze ook alles aan de oma’s of de tante over, ze slaapt veel en is afwezig. Oma laat haar maar en probeert de kinderen af te leiden. Haar bij een spelletje betrekken gaat ook niet en ze laten mama zoveel mogelijk met rust. 

Na drie maanden mag Irene naar huis, de kinderen verheugen zich enorm op mama’s thuiskomst, ze hebben haar zo gemist. Het is feest als mama thuiskomt maar al snel blijkt dat Irene nog niet veel kan hebben. Ze krijgt nog erg veel medicijnen en moet ook thuis de therapie nog voortzetten. Het verdriet is nog zo groot en de weg zo moeilijk, Irene kan het allemaal niet aan, ze blijft wegvluchten in allerlei dingen. Ze is erg veranderd, dingen die ze vroeger nooit deed doet ze nu wel en het lijkt alsof ze een soort roekeloosheid over zich heeft. Er is niet veel dat haar echt kan schelen en de kinderen vindt ze vaak alleen maar lastig, hoewel dat ook weer wisselt met schuldgevoel aan de andere kant. Irene wil wel graag bezig zijn met de kinderen en ze doet haar best, maar het lukt gewoon nog niet zo goed en de kinderen reageren daar dan ook weer averechts op en zo heerst er vaak een gespannen sfeer in huis. Doordat Irene zeer beperkt wordt in haar bewegingsvrijheid vanwege haar medicijngebruik, begint ze zelf deze af te bouwen. Geleidelijk aan wordt ze helderder en krijgt ze meer aandacht voor haar omgeving en stukje bij beetje gaat ze weer actief deelnemen aan het leven van alledag. Oma, die de eerste weken voortdurend bij Irene is gebleven gaat haar aanwezigheid ook langzaam aan afbouwen en Irene pakt steeds meer taken weer zelf op. De kinderen passen zich aan en zijn blij dat hun lieve mama weer gewoon thuis woont nu.

Een paar jaren zijn er verstreken en inmiddels is het alweer bijna Kerst. In de achterliggende jaren is het leven van Irene en de kinderen verlopen met pieken en dalen, en is er nog veel verdriet geweest. Verdriet om papa maar ook verdriet om nieuwe dingen die dan uiteindelijk niet goed uitpakten. Inmiddels heeft Irene iemand leren kennen van wie ze houdt en ook de kinderen houden van deze man en zijn kleine dochter. Hij houdt ook van de kinderen en met elkaar hebben ze het goed. Met Kerstavond zullen ze, als vanouds, bij oma zijn, samen met alle anderen. 

In de gang van haar huis heeft oma een fotolijst hangen waarin een heel aantal foto’s zitten van het laatste Kerstfeest waar Bas nog bij was. Het is een kostbare foto voor oma en nog elke keer als ze er langs loopt moet ze iets wegslikken, en regelmatig wat tranen weg poetsen. “Ach jongen, we missen je nog zo”, zegt oma soms hardop als ze langs de fotolijst loopt. Toch is oma ook hoopvol, ze bidt nog steeds elke dag voor Irene en haar gezin en ze is dankbaar voor dit nieuwe geluk dat Irene gevonden heeft. Natuurlijk blijven de herinneringen bestaan, die zullen ook nooit meer weggaan, maar ze mogen er ook zijn en blijven, herinneringen die nu nog dikwijls als een steek van pijn het hart van Irene doorboren en die haar ogen vullen met tranen omdat het herinneringen zijn aan strijd, ellende, pijn, onverhoorde gebeden, ontreddering en leegte. Maar oma bidt dat het meer en meer herinneringen zullen worden aan de persoon die Bas was en dat die herinneringen een glimlach van dankbaarheid mogen brengen en dat de erfenis die Bas heeft achtergelaten, die twee prachtige kinderen, zullen opgroeien tot mooie en liefdevolle volwassenen in wier leven hun vader weerspiegeld mag worden.  

Er zijn nog een paar jaren voorbijgegaan en Irene is inmiddels getrouwd met de man die haar hart veroverde. Samen hebben ze ook nog 2 kleine jongetjes gekregen, een tweeling, twee heerlijke olijke mannetjes die voor veel vrolijkheid zorgen. De grotere kinderen zijn gek met de twee kleintjes en met elkaar vormen ze een mooi gezin. 

Op de dag van de begrafenis sprak Irene “Bas droeg ons op handen en die handen zijn er niet meer, maar er zijn grotere handen die ons nu zullen dragen”. 

Die grote, warme, liefdevolle handen zijn er Irene, ze zijn er voor jou!  

 

Mijn lieverd.

‘k Heb je gedragen in de moederschoot,

jij was een wonder waarop ik mij verheugde

En de dag waarnaar ik had uitgezien

bekroonde jij met vreugde.

Een heerlijk meiske, lief en rustig,

en later soms wat eigenwijs,

Maar voor mij ben en blijf jij

mijn eigen ereprijs.

Door de jaren heen hebben we veel beleefd,

blijdschap en verdriet,

Het wisselde elkaar soms heel sterk af,

maar mijn liefde veranderde niet.

Eerst droeg ik je onder mijn hart

maar nu heel diep daarin,

Ik draag je dagelijks voor Gods troon

als’k aan mijn dag begin.

Mijn meisje, jij bent een geschenk,

een gift door God gegeven,

Ik hou van jou zoals je bent,

jij brengt vreugde in mijn leven.

Ik hou van jou!

XXX Mama.

carry-you

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


9 + = 14