Willekeurige bemoediging
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Kerstverhaal: Brenda toch… (13)

kerst 2019

Kleintjes en wit ligt Brenda in het grote ziekenhuisbed, als de deur opengaat en ze haar vader en moeder ziet breekt ze en huilt ze al haar verdriet eruit. Papa en mama gaan ieder aan een kant op de rand van haar bed zitten en nemen hun meisje in hun armen. “Wat is er toch aan de hand lieverd? Wat is er gebeurd?” Met horten en stoten komt het hele verhaal eruit, hoe boos ze was geweest op Stacy en hoe jaloers dat ze zo mooi kon zingen en dat ze alle aandacht van iedereen kreeg en hoe ze had gezien dat Stacy en haar moeder spullen ophaalden bij de voedselbank en ze Stacy daarmee had vernederd voor alle kinderen van de klas. “En mama, papa” huilt ze, “toen rende Stacy weg en ging er heel hard op haar fiets vandoor en toen heb ik gehoord hoe ze doodgereden is!!” snikt ze. Chris en Marcia kijken elkaar aan en hun hart loopt over van medelijden met dit domme meisje. “Ach Brenda toch, wat je gedaan hebt is heel erg lelijk en dat was niet goed, dat had je nooit mogen doen maar Stacy is niet dood. Ze is aangereden maar gelukkig heeft ze alleen een gebroken arm” zegt Marcia die van Nienke natuurlijk het hele verhaal de vorige avond had gehoord en daardoor ook wist wat er met Stacy aan de hand geweest was. Brenda kijkt haar met grote roodbehuilde ogen aan, “niet dood? echt niet?” vraagt ze ongelovig, en als Chris bevestigd dat ze niet dood is snikt ze het opnieuw uit maar dit keer van opluchting. Marcia kijkt Brenda liefdevol aan en zegt dat ze nu eerst maar heel snel op moet knappen. Diezelfde dag, als Brenda haar lichaam weer op de goede temperatuur heeft mag ze al naar huis. Wel heeft de arts de ouders nog even apart genomen en hen gezegd dat Brenda tijd nodig heeft om alles te verwerken en dat begrijpen Marcia en Chris wel, voorlopig even geen school.

Op haar kamertje zit Brenda, Nienke is naar school maar zij mocht nog thuisblijven van papa en mama. Lusteloos hangt ze in een stoeltje en weet zich met zichzelf geen raad. Ze heeft een lang gesprek gehad met papa en mama en ze heeft alles opgebiecht, haar lelijke gedachten, haar wraakgevoelens en hoe het haar hart boos maakte. Papa en mama hebben gezegd dat ze Stacy vergeving moet vragen maar ze durft het niet. Ze durft niemand van school meer onder ogen te komen want ze is ervan overtuigd dat iedereen nu een hekel aan haar heeft en dat kan ze best snappen ook. Marcia en Chris zijn bezorgd, zo kennen ze hun Brenda niet, zo lusteloos en zo teneergeslagen… Marcia heeft inmiddels wel zelf al met Alexandra gebeld om te vragen hoe het met Stacy is en om haar verontschuldigingen aan te bieden. Alexandra had weliswaar wat afstandelijk maar niet onvriendelijk gereageerd.

De tweede middag dat Brenda van school thuis is wordt er aangebeld, Marcia doet open en voor de deur staat een vriendelijke oudere heer. Hij stelt zich voor als Herbert van der Putten en Marcia grijpt dankbaar zijn hand. “Oh dan bent u die meneer die onze Brenda gevonden heeft” zegt ze en snel nodigt ze hem binnen. Dominee vraagt of Brenda er ook is? en Marcia vertelt dat Brenda thuis is gebleven van school, dat ze zo lusteloos en stil is en dat ze niet goed raad weten met haar.Ze vertelt hem het hele verhaal en Herbert vertelt dat hij een gepensioneerd dominee is en vraagt of hij een praatje met Brenda mag maken. Marcia knikt, “graag dominee” zegt ze dankbaar maar gaat dan eerst een bakje koffie voor hem maken. Na de koffie wijst ze hem de weg naar Brenda’s kamer. De dominee klopt netjes aan de deur en een beetje verbaasd zegt Brenda “binnen”, wie zou dat zijn? Als ze het gezicht van de dominee om de hoek ziet komen licht haar gezichtje blij op, deze meneer kent ze, hij heeft haar uit de tuin gehaald en op de bank gelegd. “Dag meneer” zegt ze verlegen en ze geeft hem een hand. Hij houdt die smalle meisjeshand even warm in de zijne en zegt: “dag Brenda, ik kwam eens kijken hoe het met je gaat” en vriendelijk knikt hij haar toe. Brenda buigt het hoofd en zegt zachtjes, “het gaat wel meneer”. De dominee ziet tranen in haar ogen en vraagt waarom ze zo verdrietig is. “Je kunt het me wel vertellen meiske, ik ben dominee en er zijn al veel mensen geweest die mij van hun verdriet verteld hebben”. Brenda kijkt hem aan en als ze in zijn vriendelijke gezicht kijkt weet ze dat ze deze dominee kan vertrouwen en vertelt ze hem alles wat haar zo bedrukt en verdrietig maakt. Het is vooral een heel groot schuldgevoel dat ervoor zorgt dat ze niet verder kan. Dominee luistert geduldig en als Brenda is uitverteld pakt hij opnieuw haar hand, kijkt haar warm aan en zegt: “Brenda, mag ik je eens een verhaal vertellen?” Brenda knikt stil en dan begint de dominee te vertellen…

“Er was eens een jongen, hij was denk ik zo’n 11 jaar oud, en hij was de ondeugd van de straat. Hij had heel veel vrienden en maakte plezier maar haalde ook wel kattenkwaad uit. Ach, kwajongensstreken zou je kunnen zeggen, hij dacht er niet altijd goed over na maar het was geen slechte jongen. Op een dag kwamen er nieuwe mensen in de straat wonen en die hadden twee zoons die wat ouder dan de rest van de buurtkinderen waren. Het waren jongens die altijd aan het opscheppen waren over alles wat zij hadden en wat ze konden en dan zeiden ze tegen de jongere kinderen uit de straat dat het bange baby’s waren en dat ze niks durfden. De ondeugende jongen wilde ook wel zo stoer zijn als die grote jongens en hij zei tegen ze dat hij álles durfde en dat hij nergens bang voor was. De grote jongens lachten hem uit en begonnen hem uit te dagen. Ze lieten hem hele verkeerde dingen doen, zo moest hij stiekem snoep stelen in de winkel, hij moest de banden van iemands auto lek steken en op een dag hadden ze hem een tangetje gegeven om de remmen van de fiets door te knippen van een meneer in de straat. Deze meneer had geklaagd over de jongens omdat hij gezien had hoe ze meerdere malen mensen lastig vielen waardoor meer en meer mensen bang voor hen werden. Deze grote jongens waren heel erg brutaal en wilden het de man betaald zetten en daarom moest de ondeugende kleine jongen die kabeltjes kapot knippen. De jongen voelde zich gevangen door die jongens want nadat hij één klusje voor ze had gedaan, het snoep uit de winkel stelen, hadden ze hem gedreigd dat als hij niet alles deed wat ze hem vroegen ze hem zouden verraden en dan moest hij vast en zeker naar de gevangenis. De jongen was daar erg bang van geworden en daarom deed hij wat de groteren hem vroegen, óók die kabeltjes doorknippen. Maar hij had geen idee wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn totdat hij de volgende avond thuiskwam en van zijn vader hoorde dat de meneer met zijn fiets een ernstig ongeluk had gehad omdat zijn remmen niet meer werkten. Oh wat schrok hij en wat voelde hij zich vreselijk schuldig, maar hij durfde er met niemand over te praten, hij was zó bang. Hij sloot zich zoveel mogelijk op zijn kamertje op en wilde niet meer naar buiten. Na schooltijd rende hij in een vaart naar huis en daar bleef hij, angstvallig wachtend op nieuws over de meneer en hij werd banger en banger omdat het misschien wel steeds slechter ging met deze meneer. Zou hij doodgaan? Oh néé, dan zou hij een moordenaar zijn!!! De jongen had geen rustig moment meer, hij kon ‘s nachts niet meer slapen en overdag niet meer opletten op school, aan tafel kreeg hij bijna geen hap door zijn keel en zo zat hij op een woensdagmiddag weer in zijn kamertje. Zijn hart bonkte van angst, en hij wist zich geen raad meer, en toen, daar op zijn kamertje, begon hij met de Here God te praten. Ook dat had hij niet gedurfd omdat hij zich zó slecht en schuldig voelde maar nu wist hij niet anders meer te doen en hij vertelde de Here God hoe fout hij gehandeld had, hij huilde heel zijn verdriet er uit en bad vurig of de Here God hem toch nog wilde vergeven en ook of Hij de meneer beter wilde maken. Totaal uitgeput viel hij in slaap maar toen hij door zijn moeder geroepen werd om te komen eten wist hij dat hij nu ook met zijn ouders moest praten. Beneden gekomen begon hij meteen om ook zijn ouders alles te vertellen, zijn ouders zagen hoe moeilijk hij het ermee had en luisterden geschrokken naar alles wat hij had uitgehaald. Ze waren verdrietig omdat hun jongen het zo moeilijk had en hoewel ze natuurlijk zijn daden niet goedkeurden zagen ze wel zijn spijt en ze stelden voor dat ze met hem samen naar het ziekenhuis zouden gaan om ook deze meneer te gaan vertellen wat hij gedaan had en ook hem om vergeving te vragen. Makkelijk vond de jongen dat niet maar zijn ouders gingen met hem mee en toen hij in het ziekenhuis naast het bed van de meneer stond heeft hij hem gezegd hoe vreselijk hij zijn daad vond en heeft hem om vergeving gevraagd. Gelukkig was deze meneer heel erg vriendelijk en heeft de jongen van harte vergeven. Toen hij na 3 weken uit het ziekenhuis kwam was de ondeugende jongen zó blij en vanaf die dag zijn hij en de meneer dikke vrienden geworden. Maar het mooiste geschenk was dat er in het hart van de jongen vrede was gekomen toen hij alles opgebiecht en om vergeving gevraagd had, en weet je Brenda, die jongen… dat was ik!” Brenda kijkt hem met grote ogen aan, ze heeft ademloos geluisterd, die angst, die schuld, het is of de dominee in haar hart kan kijken want dat is precies zoals zij zich ook voelt en nu begrijpt ze dat hij wéét hoe het voor haar moet zijn, ergens geeft dat troost en dan pakt ze de hand van de dominee en ze zegt: “Dominee, ik ben zo bang dat wat ik gedaan heb te erg voor de Here God is om mij te vergeven, ik heb geen vergeving verdiend”. De dominee kijkt haar met liefdevolle ogen aan en zegt: “Ach meisje toch, vergeving kunnen we niet verdienen, dát heet nou genade, iets ontvangen wat je niet verdiend hebt, dat is wat de Here Jezus voor ons gedaan heeft. Hij kwam naar de aarde om voor onze fouten de prijs te betalen, Hij is voor ons aan het kruis gestorven waardoor wij vergeving konden ontvangen. Zóveel houdt Hij van ons”. Daar moet Brenda even over nadenken maar in haar hart begint een glimpje hoop door te dringen en ze vraagt de dominee: “ehh zou u mij willen helpen, zou u samen met mij willen bidden of de Here God óók mij zou willen vergeven? En ook of Hij mij moed wil geven om Stacy om vergeving te vragen?” Dominee glimlacht en knikt, hij neemt haar handen in de zijne en terwijl ze beiden hun hoofden buigen bidden ze daar samen. Na het gebed voelt Brenda zich wonderlijk getroost maar ze weet dat ze nog een hele belangrijke stap moet zetten. 

wordt vervolgd…

christmas-tree

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


+ 4 = 5