Willekeurige bemoediging
  • Grafstenen in het gras…
    In mijn nieuwe woonplaats is er nog veel dat ik ontdekken moet. Eén van de dingen waarnaar ik gezocht heb …
Recente reacties
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Kerstverhaal: De schuilhoeken van het hart

Het is bijna kerst.

 

Jingle bells, jingle bells, vrolijke kerstliedjes klinken door de kamer die Elleke bezig is te versieren. Het is bijna kerstfeest en het gaat er steeds gezelliger uitzien. Kerstkleedjes op de tafels, mooie kerststukjes, groenslingers met lichtjes erin, kaarsjes overal en stukje bij beetje wordt het wel wat. Hè gezellig toch deze adventstijd, Elleke kan er elk jaar weer zo van genieten. Met voldoening bekijkt ze haar werk, ja, zo is het goed.

Ze is nog maar net klaar of daar komt de jongste dochter binnen die nog op de basisschool zit. “Hoi mam, wow gezellig”, zegt Marieke genietend. Ze ziet een schaaltje met kerstchocolade op tafel staan en vist er snel eentje uit en al kauwend gaat ze haar jas ophangen. Elleke glimlacht, wat houdt ze van dit heerlijke ongecompliceerde kind! Even later komen de twee oudere zusjes binnen. Anne is 13 jaar en 4 jaar ouder dan Marieke van 9, en zit in de brugklas. Joëlle is nog 2 jaar ouder, zij is 15 en zit 2 klassen hoger dan Anne. Dat ze vandaag beiden op dezelfde tijd thuis zijn is bijzonder want meestal hebben ze andere schooltijden. Heerlijk fris van de kou die buiten heerst komen ze binnen. Anne kijkt om een hoekje met twinkelende ogen en zegt: “Mooi mam, ik had al gehoopt dat je vandaag de kerstspullen zou neerzetten”. Snel hangt ze haar jas op en doet haar schoenen uit, ze krult zich behaaglijk op op de bank en vraagt: “krijg ik lekker warme chocolademelk mam?” Elleke glimlacht en zegt: “Natuurlijk, zijn er nog meer liefhebbers?” Marieke, die de vraag gehoord heeft gilt enthousiast vanuit de gang: “ja ik!!” Vragend kijkt Elleke om een hoekje van de deur de gang in waar Joëlle nog bezig is haar jas op te hangen. Met trage handen doet ze ook haar schoenen uit, ze geeft geen antwoord, ze lijkt de vraag niet gehoord te hebben. “Joëlle?” vraagt Elleke, “wil jij ook warme chocolademelk?” Joëlle schrikt op uit haar gedachten en afwezig knikt ze van nee. Elleke loopt naar de keuken om de gevraagde chocolademelk te maken voor haar dochters maar op het net nog zo blije gezicht is een bezorgde trek gekomen. Joëlle doet al maanden vreemd, het lijkt alsof ze steeds verder bij de rest van het gezin vandaan komt te staan. Elleke weet hier niet zo goed raad mee, het maakt haar verdrietig dat ze niet weet wat er in het hoofd van haar dochter om gaat. Als ze probeert een gesprek met Joëlle aan te knopen weet deze altijd weer de moeilijke vragen te omzeilen en een echt bevredigend gesprek is er niet geweest. Vanavond toch nog maar eens met Marco bespreken denkt ze.

Als Elleke met de chocolademelk binnenkomt zitten Anne en Marieke samen gebogen over een artikeltje in de streekkrant, twee blonde hoofden eensgezind naast elkaar. Het ontroert Elleke als ze het ziet. “Kijk eens dames, de chocolademelk”. Blij pakken de meisjes de warme bekers aan en nippen voorzichtig van de nog hete chocolademelk. “Dit is toch echt wel kerstgevoel hè Mam?” zegt Marieke, en Anne knikt instemmend, ook zij is zichtbaar aan het genieten. Joëlle is in geen velden of wegen te bekennen, waarschijnlijk weer op haar kamer denkt Elleke een beetje geërgerd. Kan ze dan niet gewoon eens even gezellig meedoen?

Boven, alleen op haar kamertje, slaakt Joëlle een diepe zucht. Pffff, gelukkig weer ontsnapt aan de onderzoekende blikken van haar moeder. Bah, dat gezeur ook steeds, die blikken, die vragen, Joëlle is er helemaal klaar mee, ze wil rust, alleen zijn, en hier op haar eigen kamertje vindt ze die rust. Ze prijst zich gelukkig dat ze de oudste is want haar twee jongere zusjes moeten een kamer delen. Lekker puh. Die nesten kunnen soms ook zo irritant zijn, ze is blij dat ze eventjes iedereen beneden weet…

Straks komt papa Marco thuis, nog niet zo heel lang geleden kon Joëlle elke dag verlangend uitzien naar het moment dat hij thuis zou komen. Dan stond ze al voor het raam op de uitkijk en als ze dan zijn auto de straat in zag komen deed ze alvast de deur voor hem open en wachtte hem op. Papa genoot van het thuiskomen op deze manier en sloeg zijn armen om Joëlle heen en gaf haar een kus op haar wang. Als Joëlle hier gekomen is met haar gedachten worden haar ogen vochtig. Papa, ze houdt zo van hem, maar ook hem ontwijkt ze momenteel. Ze staat niet meer op wacht als hij thuiskomt, doet niet meer de deur voor hem open en papa voelt het als een gemis. Niemand hoeft te weten dat Joëlle nog steeds precies weet hoe laat papa thuis komt en dat ze stiekem voor het raam van haar slaapkamer op wacht staat tot ze zijn auto de straat in ziet rijden. Dan trekt ze zich snel terug van het raam want hij hoeft haar niet te zien…

Het is een verdrietige vijftienjarige die daar aan haar bureautje zit. Ze stut haar hoofd met haar handen en staart met een peinzende blik voor zich uit. Zoveel gedachten dwarrelen door haar hoofd, ze wordt er moe van en raakt erdoor geïrriteerd. “Joëlle, eten!” klinkt het van beneden. Met tegenzin staat Joëlle op en gaat naar beneden.

 

Wat is er toch met Joëlle?

Als Joëlle haar plekje aan de tafel heeft ingenomen vouwt iedereen de handen en papa vraagt een zegen over het eten. Aan tafel is het altijd een gezellige boel. De meiden hebben veel te vertellen over school, over hun vrienden en vriendinnen, ook over het feit dat ze het zo gezellig vinden nu met al die kerstversieringen. Papa Marco vindt het heerlijk dat zijn dochters zo veel te vertellen hebben en geeft ze zijn aandacht. Joëlle is stil, vroeger kletste ze heerlijk mee maar tegenwoordig zegt ze bijna niets en is ze afwezig en stil. Papa heeft het wel in de gaten en ook zijn hart is vol zorg over dit kind, maar hij zegt niets. Hij wil de sfeer niet bederven en hij weet dat als hij nu een gesprek probeert te forceren dit alleen maar ergernis geeft, dus hij houdt wijselijk zijn mond.

Als ze klaar zijn met eten gaat ieder van tafel. De meisjes brengen met z’n drieën de afwas naar de keuken en mama zal het zodadelijk in de vaatwasser zetten. Zodra de boel in de keuken staat is Joëlle alweer naar boven vertrokken. Anne en Marieke gaan nog even een spelletje doen samen. Knus zo in de kamer die verlicht wordt door de vele lampjes en waxinelichtjes. Ze halen elke minuut eruit die eruit te halen valt en papa en mama knijpen deze avond een oogje toe, och, laat ze maar even genieten.

Op de bank ligt nog de streekkrant waar de meisjes ’s middags samen in gelezen hebben. Hij ligt daar open en vergeten…

Marieke gaat het eerste naar bed en een half uur later volgt ook Anne. Als Anne de slaapkamer in komt veert Marieke uit de kussens omhoog, ze heeft duidelijk op Anne gewacht. “Wat erg hè?” vraagt Marieke en Anne weet meteen waar ze op doelt. Het gaat over dat artikel dat ze vanmiddag in de streekkrant gelezen hebben. Anne knikt, “ja, zeker erg, wie zou zoiets nou doen? Ik kan dat niet begrijpen hoor”. Ze kijken elkaar aan, ieder verdiept in hun eigen gedachten. Anne trekt haar pyjama aan en knielt vervolgens voor haar bed neer om te bidden. Marieke is stil en als Anne gebeden heeft kruipt ze lekker in haar bed. Ze doet het licht uit en in het donker praten de twee meisjes nog even op fluistertoon verder.

Beneden is de rust weergekeerd en Elleke en Marco zitten gezellig in de sfeervolle kamer. Ze hebben wat muziek opgezet en in gedachten pakt Marco de krant die daar nog geopend op de bank ligt. Zijn oog valt  meteen op het artikel dat de meisjes vanmiddag hebben gelezen. Zijn ogen gaan langs de regels en er komt een frons in zijn voorhoofd. “Heb je dit al gelezen El?” vraagt hij. “Ik heb het hele krantje nog niet bekeken” zegt Elleke. “Nou luister dan” zegt Marco:

Sinds enkele maanden worden er geregeld inbraken gepleegd in de stad. De huizen waar wordt ingebroken zijn van welgestelde gezinnen en meestal zijn het kleinere voorwerpen die ontvreemd worden. De dieven roven vooral onopvallende dingen die gemakkelijk doorverkocht kunnen worden. De politie vindt de situatie zorgelijk en waarschuwt de inwoners van de stad om veiligheidsmaatregelen te nemen.                                              

Elleke laat het bericht even op zich inwerken en vraagt dan aan Marco hoe het met de beveiliging van hun eigen huis is. Marco kan haar geruststellen, “dat is wel in orde hoor lieverd” zegt hij. “Ik hoop dan maar dat ze de daders snel vinden zodat er weer rust in ons mooie stadje komt” zegt Elleke en Marco knikt instemmend. Ze blijven nog een poosje zitten en luisteren stil naar de mooie muziek op de achtergrond.

Boven, op haar kamertje, zit Joëlle. Ze is nog niet naar bed gegaan, ze zou eigenlijk moeten leren maar ze kan haar gedachten er niet goed bij houden. Ze zit met zichzelf in de knoop. Het groeit haar eigenlijk allemaal een beetje boven het hoofd, maar ja, ze kan nu niet meer terug… Och Joëlle toch…

 

Op school.

De volgende morgen kan Joëlle slecht haar bed uit, ze heeft de halve nacht liggen piekeren en haar lessen heeft ze nog steeds niet geleerd. Ze ziet als een berg op tegen de nieuwe dag. Als ze beneden komt zijn gelukkig haar zusjes ook al op en hebben het hoogste woord waardoor het hopelijk niet zo opvalt dat zijzelf niet zoveel zegt. Het gesprek aan tafel gaat over de inbraken die er gepleegd worden. Joëlle heeft hier nog niets over gehoord en vraagt verbaasd over welke inbraken ze het hebben. Papa vertelt het haar en Marieke kijkt haar grote zus sensatiebelust aan, “spannend hè Jo? Nou als ze hier willen inbreken zal ik ze weleens te pakken nemen hoor”. Marieke zit nog vol kinderlijke fantasie en is de held in haar eigen verhaal. Er komt een glimlachje op het gezich van Joëlle, die Marieke toch. Ze houdt, ondanks de kritiek die ze soms heeft, erg veel van haar zusjes.

Als de meisjes even later alle drie het huis verlaten om naar school te gaan gaat ook papa de deur uit naar zijn werk. Elleke blijft achter en besluit om, voordat ze aan de was begint, eerst nog maar eens een lekker bakje koffie te nemen. Hè, heerlijk!

Buiten is het bar koud. Er is in de nacht een gure wind opgestoken en de lucht is grijs alsof er elk moment sneeuw uit kan komen vallen. Tegen de wind in trappen de drie hun fiets in de richting van school. Marieke is al snel bij de afslag die naar haar school voert en roept de anderen toe: “Tot vanmiddag!”. De andere twee moeten nog een eindje verder. Bij school aangekomen zetten ze hun fiets in de fietsenrekken en gaan ieder naar hun eigen vriendinnen. Anne, enthousiast als ze is, rent al luid roepend op haar vriendinnen af maar Joëlle aarzelt. Ze blijft een poosje bij de fietsen staan in de hoop dat de  bel gaat en ze allemaal naar binnen moeten. Wanneer de bel gaat glipt ze snel met de massa mee naar binnen. Zo vlug als ze kan loopt ze naar haar klaslokaal en gaat aan een tafeltje zitten. De andere kinderen druppelen de klas binnen en als Carlien binnenkomt blijft ze met een brutale blik bij Joëlle staan. Wacht maar jij, wij spreken elkaar zodadelijk wel!! Joëlle is geschrokken, ze is bang van Carlien. Carlien is een ruziemaakster en verschrikkelijk bazig. Eigenlijk is iedereen wel een beetje bang voor Carlien. Joëlle kan haar aandacht niet meer bij de les houden, steeds denkt ze weer aan de woorden die Carlien tegen haar sprak en met angst wacht ze de bel voor de pauze af.

Als de bel klinkt staan de kinderen op van hun tafels, nemen hun tassen mee en gaan de gang op. Joëlle probeert ongezien mee te lopen met een paar grote jongens maar zodra ze het lokaal uit komt ziet ze Carlien al staan en schoorvoetend loopt ze verder…

Met de handen in de zij, de voeten stevig op de grond geplant staat Carlien te wachten tot Joëlle de klas uit komt. Zodra ze haar in de gaten krijgt loopt ze op haar af en trekt haar aan haar trui opzij. “Hier jij” klinkt het uit de brutale mond van Carlien. “Zo, nou moet jij eens heel goed naar me luisteren”. Joëlle krimpt in elkaar bij deze woorden en kijkt schuw naar het meisje tegenover haar. Opnieuw bekruipt haar het gevoel dat ze zich in een wespennest heeft gestoken waar ze niet meer uitkomt. Er loopt een rilling van angst langs haar rug. Hoe is het toch ooit zover gekomen?

Hoe het allemaal begon.

Het was begonnen bij aanvang van het nieuwe schooljaar. Carlien was nieuw in hun klas gekomen, een meisje dat meteen de aandacht naar zich toetrok en dat vooral opviel door de zekere manier waarop ze over kwam. Carlien viel óók op door haar pestgedrag, oh, heel subtiel hoor zodat het niet meteen opviel, maar er waren een aantal kinderen die door haar gepest werden en die dagelijks als schuwe vogeltjes langs haar heen probeerden te sluipen. Mede door dit gedrag waren er ook een aantal kinderen die heel graag vrienden met Carlien wilden worden zodat ze niet zelf óók gepest zouden gaan worden. Toen Joëlle dit opgemerkt had had ze meteen besloten dat zij ook vrienden met Carlien wilde worden zodat ook zij gevrijwaard zou blijven van pesterijen. In het begin leek dat een goede beslissing te zijn geweest maar nu?

Één van de meisjes die door Carlien gepest werd en die beslist niet wilde buigen voor Carlien was de beste vriendin van Joëlle, Lieke. Lieke was een lief en vrolijk meisje met een sterk karakter dat beslist niet bang was voor Carlien. Al vanaf groep 4 van de basisschool waren Joëlle en Lieke elkaars beste vriendinnen. Wat hadden ze veel beleefd samen en hoe gezellig was het altijd geweest… geweest ja, want nu…

Carlien was woest om de houding van Lieke. Ze kon het niet uitstaan dat het meisje haar gewoon durfde te weerstaan en ook absoluut niet van haar onder de indruk was. En hoewel Carlien gemeen was tegen haar bleef Lieke altijd vriendelijk en dat zorgde ervoor dat de rollen eigenlijk omgedraaid waren en Carlien eigenlijk stiekem juist onder de indruk was van háár. Toegeven zou ze dat natuurlijk nooit, niet eens tegen zichzelf, dus zocht ze naar mogelijkheden om Lieke dwars te zitten en dáár kon ze nou net Joëlle goed voor gebruiken…

Eigenlijk was Joëlle helemaal niet het type meisje waar Carlien normaal gesproken vriendschap mee zou sluiten, het schaap was veel te braaf en te netjes. Nu echter had Carlien een doel en om dat doel te bereiken wilde ze alles gebruiken wat op haar pad kwam en dus kwam het voor haar heel goed uit dat Joëlle wel vriendschap met haar wilde sluiten. Joëlle op haar beurt voelde zich vereerd, hoewel toch ook ietwat onzeker, maar boven alles voelde ze zich gerustgesteld, nu zou Carlien haar niet pesten én ze hoopte vurig dat ze Carlien zo ver kon krijgen haar pesterijen tegen Lieke te stoppen. Lieke had wat verbaasd gereageerd toen ze hoorde dat Joëlle vriendschap met Carlien had gesloten. “Je weet toch dat ze mij altijd pest?” had ze gevraagd, en ze had Joëlle niet begrijpend aangekeken. “Ja dat weet ik Liek, maar als ik nou vrienden met haar ben dan kan ik haar vertellen hoe leuk jij bent en dan stopt ze vast wel met pesten”. Lieke haalt de schouders op, zij heeft er niet veel vertrouwen in maar ze laat het maar even zo. Ze zal wel zien hoe het verder gaat.

In eerste instantie is Carlien erg vriendelijk tegen Joëlle, ze geeft haar van tijd tot tijd dingen, gaat met haar de stad in en trakteert haar op wat lekkers, ze helpt haar met van alles en nog wat en slooft zich echt uit voor Joëlle die zich dat maar wat graag laat aanleunen. Zo gaat het de eerste weken best goed tussen de meisjes en Lieke ziet het met lede ogen aan want ondertussen gaan de geniepige pesterijen van Carlien gewoon door. Het vervelende is dat het niet te bewijzen is en dat Joëlle al zó ingepakt is door Carlien dat ze Lieke niet gelooft als die er voorzichtig over begint. Het doet Lieke verdriet dat haar beste vriendin haar niet wil geloven en langzaam maar zeker zo aan het veranderen is. Joëlle heeft het allemaal niet in de gaten, ze voelt zich best een beetje bevoorrecht en belangrijk nu ze zo vertrouwelijk met Carlien omgaat.

De vriendschap met Lieke wordt steeds minder hecht, de gesprekken oppervlakkiger en hoewel ze geen ruzie hebben is er toch een verwijdering tussen die twee. Carlien beziet het met plezier en er krult zich een spottend glimlachje om haar lippen, wacht maar jullie…

Na een paar heerlijke weken met Carlien verandert deze opeens als een blad aan een boom. Van lief en vrijgevig wordt ze brutaal en overheersend. Joëlle schrikt hier heel erg van, ze weet niet goed hoe ze daarmee om moet gaan. Als Joëlle het waagt om Lieke onder de aandacht van Carlien te brengen barst deze haast uit haar vel. “Ben je gek geworden?” schreeuwt ze Joëlle toe. “die rotmeid, ze is zo vals als wat en als jij nog steeds vriendinnen met haar wilt zijn dan maak ik je af!!” Joëlle is totaal overdonderd en als ze de woede in de ogen van Carlien ziet wordt ze verschrikkelijk bang en op dat moment doet ze iets waar ze achteraf heel veel spijt van heeft gekregen. Ze zegt tegen Carlien “nee, nee, ik ben geen vriendinnen meer met Lieke, we zien elkaar al bijna niet meer en ik wil haar ook niet eens meer als vriendin”. De woorden zijn eruit voor ze er erg in heeft en ze kan ze niet meer terugnemen, maar op hetzelfde moment dat ze die woorden uitspreekt weet ze ook meteen dat ze hiermee een hele grote fout heeft gemaakt. Hoe kan ze haar beste vriendin zó verloochenen? Carlien bekijkt haar met een triomfantelijk lachje, haha, dit wil ze horen, dit is goed. Tegen Joëlle zegt ze “denk erom dat je dit niet aan Lieke vertelt of het haar laat merken, je doet gewoon alsof je nog steeds vrienden met haar bent!” “Maar, maar, waarom?” stottert Joëlle. “Omdat ik het zeg” bitst Carlien. “Je zult het vanzelf wel merken”.

In de dagen erna wacht Joëlle met angstige spanning af wat Carlien hier nu wel mee bedoeld kan hebben maar Carlien laat niets van zich horen. Ze komt zelfs een paar dagen niet op school en als ze op een morgen weer op het schoolplein verschijnt kruipen de andere kinderen meteen weer in hun schulp, ze zijn bang van haar, Joëlle ook. Hierdoor ziet niemand dat Carlien onder de blauwe plekken zit en zelfs een blauw oog heeft. Uit de ogen van Carlien straalt pijn en verdriet. Maar de andere meisjes zien het niet… toch is er ééntje die het wel ziet, en dat is Lieke. Met verbazing ziet ze de blauwe plekken en het blauwe oog en in eerste instantie denkt ze dat Carlien vast in een vechtpartij verwikkeld is geweest, maar als ze de pijn in de ogen van het meisje ziet wordt haar blik zacht en voelt ze medelijden met de altijd zo stoere Carlien die, na die eerste ogenblikken waarin ze voor een moment zwak was en haar pijn even niet de baas kon, meteen weer overschakelt op haar bazige en brutale manier van doen.

“He, jij daar”, Carlien wijst naar Joëlle, “hier komen!” zegt Carlien. “het is tijd om me terug te betalen voor alle goede dingen die ik voor jou heb gedaan. Ik wil dat je in de pauze bij Lieke gaat zitten en dat je haar afleidt. Heb je me begrepen?!” Carlien kijkt Joëlle heerszuchtig aan en die krimpt ineen. “eh, eh, ja, ik heb het begrepen.” Weigeren durft Joëlle niet maar wat Carlien precies in haar schild voert weet ze niet. Om opheldering vragen is geen optie, daar denkt ze niet eens aan maar ze begrijpt wel dat Carlien niets goeds in de zin heeft. Ze staat in hevige tweestrijd, om dit haar beste vriendin aan te doen vindt ze toch ook wel heel erg. Ze moet haar gewoon in haar gezicht bedriegen en dit stuit Joëlle heel erg tegen de borst. Toch doet ze in de pauze wat Carlien haar heeft opgedragen en ze hoopt dat het hierbij zal blijven.

Ze voelde zich zo’n enorme verrader toen ze Lieke aan de praat hield. Lieke was blij verrast dat Joëlle tijd en aandacht voor haar had en liet zich graag door Joëlle meenemen naar het plekje waarvan Carlien had gezegd dat ze moesten gaan zitten. Lieke zet haar tas naast zich neer op de grond en heeft haar volle aandacht en haar blik op Joëlle gericht. Deze ziet echter vanuit haar ooghoeken Carlien naderbij sluipen. Onhoorbaar en onzichtbaar voor Lieke, komt Carlien vlak achter de stoel staan waarop Lieke zit en wil zich over de tas van Lieke buigen. Joëlle kan niet zien wat ze daar doet maar ze wordt hier heel erg onrustig van. Lieke ziet dat haar vriendin zich niet op haar gemak voelt en vraagt lief of ze zich wel goed voelt. Joëlle knikt en kan bijna geen geluid uit haar keel krijgen. Lieke kijkt naar haar, ze volgt haar blik en draait zich om waarbij ze ineens Carlien gewaar wordt die vlak achter haar staat. Carlien is onaangenaam getroffen en maakt dat ze wegkomt. “Mislukt” sist ze  tussen haar tanden en met een van woede vertrokken gezicht loopt ze weg. “Ik krijg jullie wel”…

Bedreigd.

En nu staat Joëlle daar dan in de gang tegenover Carlien en ze durft bijna geen adem te halen van angst. Carliens ogen spuwen vuur, “Jij stom kind, jij kan ook helemaal niks hè?” De woorden worden met verachting Joëlle’s  richting uitgeslingerd. “Als jij niet zo stom had gedaan was mijn plan niet mislukt! Nu moet ik weer iets nieuws bedenken en owee als je dit wéér verpest!!” Tijdens het spreken heeft Carlien de vuisten gebald en voor Joëlle maakt dit de dreiging alleen maar erger. “nee, ik zal het nu héús niet weer verknoeien” zegt ze timide en haar ogen kijken Carlien smekend aan. Carlien gruwt van de onderdanigheid die in heel Joëlle’s wezen tot uitdrukking komt. “Wat een watje” denkt ze verachtelijk. Ze geeft Joëlle een forse duw waardoor deze met haar rug tegen de muur bonst. “Au”, ontsnapt haar. Carlien grijpt haar bij de arm en knijpt er lelijk in, “als je maar weet dat ik je overal weet te vinden”. Fluistert ze vals. “en morgen ben je een halfuur vroeger op het schoolplein en dan zal ik je vertellen wat je te doen hebt!”. Joëlle kan alleen nog maar knikken, ze beeft over haar hele lichaam en hangt slap tegen de muur van de schoolgang. Carlien laat haar staan en met een uitdagende trek op haar gezicht loopt ze bij Joëlle weg.

Het huilen staat Joëlle nader dan het lachen en spierwit en met een strak gezichtje loopt ze die middag naar haar fiets. Hoe ze deze dag doorgekomen is weet ze zelf niet eens, nergens kon ze haar gedachten bij houden en voor de repetitie die ze gisteren had moeten leren krijgt ze zeker weten een dikke onvoldoende. Ach, het kan haar op dit moment niet zo veel schelen. Veel benauwder heeft ze het met de hele situatie waarin ze terecht gekomen is. Hád ze toch maar niet zo dom gedaan, was ze toch ook maar wat flinker geweest net als Lieke. Joëlle heeft grote bewondering voor de manier waarop Lieke met Carlien omgaat, was zij ook maar zo sterk en zelfbewust, Lieke is beslist geen meeloper zoals zijzelf. Joëlle’s hart wordt zwaar als ze denkt aan morgen, wat hangt haar boven het hoofd? Wat zou Carlien nu weer van haar verlangen? Dat het om Lieke gaat heeft ze allang begrepen maar ze wil dit toch helemaal niet? Joëlle staat bij haar fiets en een eenzame traan glijdt zachtjes langs haar gezicht naar beneden. Durfde ze er toch maar met iemand over te praten.

Langzaam fietst Joëlle naar huis, haar hoofd vol met sombere gedachten. Als ze het tuinhekje opendoet en haar fiets in de schuur zet spreekt ze zichzelf krachtig toe “stel je niet aan, gewoon doen, niets laten merken” zegt ze binnensmonds en wanneer ze het pad naar de achterdeur afloopt tovert ze een geforceerde glimlach op haar gezicht. Ze komt de keuken binnen en ziet haar moeder die druk bezig is om koekjes te bakken, hè wat ruikt dat heerlijk. “Lekker mam, koekjes” zegt Joëlle. En de warmte, de geur van koekjes en de gezellgheid die dit met zich meebrengt doen Joëlle voor heel even al haar zorgen vergeten. Ze brengt snel haar jas en schoenen naar de gang en komt terug in de keuken. “Mag ik helpen mam?” vraagt ze. Elleke, blij verrast, slaat snel een arm om haar heen en kust haar oudste dochter op de wang. “Natuurlijk mag je helpen, gezellig, net als vroeger, toen bakten we dikwijls samen, weet je nog?” Ja, Joëlle weet het zeker nog, hoe heeft ze ook dit stukje gemist de laatste tijd. “Nee, niet denken nu, nu alleen maar even genieten”, denkt ze, en het lukt haar zowaar om voor heel even alle sores opzij te zetten en te genieten van het bakken en kletsen met haar moeder. Ze knabbelt ondertussen een paar koekjes weg die al gebakken zijn en rolt deeg, steekt het uit, legt het op de plaat en schuift het in de oven. “Zo, dat was de laatste plaat voor vandaag”, zegt mama, “van de week nog even wat cake bakken en dan ben ik al een eindje”.

Nu de laatste koekjes in de oven zitten maakt mama snel wat te drinken voor hen beiden en gaan ze aan de keukentafel zitten. Zo kunnen ze de koekjes in de gaten houden en ondertussen nog even verder praten. Elleke vindt het een bijzonder moment, hier zo samen met Joëlle te zitten had ze niet gedacht, ze koestert het. Mama vraagt naar school en Joëlle vertelt wat oppervlakkige dingetjes, uiteraard zorgt ze er wel voor dat Carlien niet ter sprake komt. Mama vraagt naar de repetitie en Joëlle vertelt dat ze vreest dat ze die niet goed gemaakt heeft. Gelukkig vraagt mama niet verder en zegt alleen maar “nou ja, dat kan iedereen wel eens een keertje gebeuren hoor Jo, en je cijfers zijn toch heel erg goed dus kan één zo’n onvoldoende niet echt veel kwaad”. Joëlle krijgt het benauwd, mama moest eens weten, haar cijfers zijn de afgelopen tijd enorm gekelderd en ze hoopt dat ze ze nog op kan halen voor het rapport komt. Het hele vervelende gevoel van die middag komt weer in alle hevigheid naar boven en met een ruk staat ze op van de keukentafel en loopt zonder nog iets te zeggen de keuken uit en rent de trap op naar haar kamertje. Elleke kijkt haar na en voelt opnieuw hoe de onrust over deze dochter haar keel dichtknijpt…

Wat niemand weet…

Ook Carlien fietst ondertussen naar huis, van de stoere zelfbewuste en brutale Carlien is weinig meer over. Hoe dichter ze bij huis komt, hoe onrustiger ze wordt. Carlien is bang. Als Joélle en de anderen haar nu toch eens  konden zien zouden ze vast heel wat milder over haar denken en zéker niet meer bang voor haar zijn.

Wanneer Carlien haar straat inrijdt gaat ze steeds langzamer trappen, haar hart begint sneller te kloppen, haar keel wordt droog en ze voelt zich misselijk. Ze zet haar fiets tegen het raam van hun huis en schichtig probeert ze een glimp op te vangen van wat er binnen te zien is maar de gordijnen houden nieuwsgierige blikken buiten.

Carlien pakt haar sleutel om de deur te openen, maar voordat ze hem om kan draaien wordt de deur al met een ruk opengedaan. Ze deinst terug van schrik maar een harde hand grijpt haar en sleurt haar naar binnen waar ze op haar knieën in de gang belandt. “Nee papa, nee papa, niet doen” huilt ze. Maar haar vader scheldt haar uit, hij zegt “Lelijke meid, ik kan je niet zíén! Je verpest mijn humeur al zodra ik  naar je kijk!!” en hij gaat volkomen door het lint en laat haar alle hoeken van de hal zien. Hij heeft weer gedronken en elke keer opnieuw als dat gebeurt slaat hij Carlien en mishandelt haar. Eindelijk laat hij haar los en stampt woedend de deur uit, Carlien achterlatend als een hoopje ellende. Zo zit ze daar op de vloer van de hal, wanhopig snikkend. Er loopt bloed langs haar gezicht en haar rug doet pijn. Carlien weet zich geen raad, wanneer stopt dit ooit? Elke keer als hij nuchter is belooft papa dat hij gaat stoppen maar telkens weer is de drank sterker dan hij en gaat het weer mis.

Het is allemaal 3 jaar geleden begonnen toen mama overleed. Papa kon het niet aan en om zijn verdriet te vergeten is hij gaan drinken. Eerst viel het nog wel mee maar van lieverlee werd het erger en erger, totdat die eerste keer kwam dat hij Carlien sloeg. Oh, papa houdt wel van haar, dat weet Carlien heel zeker, en vroeger was hij ook nooit zo, maar deze papa is een vreemde voor haar en ze weet niet meer wat ze moet doen.

Volkomen kapot blijft ze daar zitten, papa is weg en die komt nu voorlopig niet weer thuis en als een moe gehuild klein meisje valt ze uiteindelijk in slaap, zomaar op de grond in de hal… arme Carlien…

Carlien is midden in de nacht wakker geworden en bevond zich nog steeds op de vloer in de hal, totaal verstijfd en koud is ze moeizaam opgestaan en naar haar bed gegaan. Papa was nog niet thuisgekomen…

Als ’s morgens de wekker gaat kan Carlien zich nauwelijks bewegen om hem uit te zetten, maar met veel pijn en moeite lukt het haar toch. Ze staat op en gaat naar de badkamer. Daar bekijkt ze zichzelf in de spiegel en ze ziet dat haar linkerwang behoorlijk gezwollen is en er zitten bloederige krassen op haar gezicht. Haar rug voelt aan alsof hij bont en blauw is maar Carlien verbijt haar pijn en begint zich te wassen. Als ze na een tijdje aangekleed en wel beneden komt constateert ze met opluchting dat papa nergens te bekennen is. Op hetzelfde moment wordt er aangebeld. Carlien hoopt dat papa er niet wakker van wordt, ze gaat snel naar de deur. Als ze hem open doet ziet ze een jongen staan, het is één van haar vrienden. Hij zegt iets tegen haar en overhandigt haar een pakje en meteen is hij ook al weer weg. Carlien blijft enigszins verbaasd achter, Ze luistert angstig onderaan de trap maar boven blijft alles stil, gelukkig, papa is niet wakker geworden. ze opent het pakje en is blij verrast, wat mooi! “Nu wegwezen” denkt Carlien, snel grist ze een droge boterham uit de trommel en maakt dat ze de deur uit komt. Ze fietst naar school en onder het fietsen kauwt ze op de droge boterham. “Helemaal vergeten brood voor tussen de middag mee te nemen” denkt ze, ach, het kan haar eigenlijk niet eens echt veel schelen.

Carlien rijdt het schoolterrein op en recht haar rug, dit is háár terrein, hier is zij de baas en haar gekwelde blik verandert in de, voor haar zo vertrouwde, trotse en brutale uitdrukking. Mooi, ze is vroeg genoeg en ze staat al te kijken of Joëlle er aan komt. Strijdlustig ziet ze Joëlle naderen, “haha, ze zál dat schaap leren”. Carliens gedachten zijn niet bepaald rustgevend te noemen, het is maar goed dat Joëlle er nu nog niets van af weet en voor Lieke is dat nóg beter. een vast plan heeft ze nog niet maar er zijn verschillende gemene dingen die ze de revue laat passeren, één ding staat als een paal boven water, dit keer komen die twee er niet zo gemakkelijk van af, deze dag zal ze nog lang heugen……

Joëlle’s leugens.

Bij Joëlle thuis begint de dag heel anders. De, door mama gezellig gedekte tafel, wacht al uitnodigend op papa en de kinderen en stuk voor stuk schuiven ze aan. Voordat ze gaan eten spreekt papa eerst een gebed uit. Hij dankt de Here God voor het eten en hij vraagt tevens om een zegen voor de nieuwe dag. Vandaag vraagt hij de Here God ook of Hij hen stuk voor stuk wil gebruiken om voor anderen tot een zegen te zijn, zowel op school als op het werk, of zomaar voor mensen op straat of in hun buurt. Joëlle wordt er een beetje kriegel van, “ja ja, dat weten ze nou wel, blablabla”. Ze probeert zich af te sluiten voor dit gebed maar op de één of andere manier lijken de woorden zich in haar hoofd vast te bijten en ze krijgt ze er niet meer uit. “Bah, lekker begin van de dag ook weer” denkt ze en ze hapt met boze ogen van haar boterham.

Anne en Marieke daarentegen zitten heel onbevangen aan tafel en ook op hen heeft het gebed indruk gemaakt en Marieke vraagt aan haar vader hoe zij dan tot zegen zou kunnen zijn op school? Papa kijkt haar glimlachend aan en zegt: “Dat is niet zo moeilijk hoor Mariek, je kunt bijvoorbeeld op het schoolplein nou juist eens bij die kinderen gaan staan die een beetje alleen zijn, of je kunt vriendelijk en behulpzaam zijn. Ook is het heel belangrijk dat je nooit iemand opzettelijk plaagt en als je ziet dat iemand anders dat wel doet dat je dan degene die geplaagd wordt gaat helpen zodat hij of zij zich niet zo alleen voelt staan. Maar ook voor degene die plaagt moet je vriendelijk zijn want plagen is natuurlijk nooit goed, en dat moet je wel laten merken, maar je weet maar nooit waaróm iemand plaagt. Misschien heeft zo iemand het wel heel moeilijk. “Ja dat is zo hoor” mengt Anne zich in het gesprek. “Bij ons in de klas zit ook iemand die altijd anderen aan het pesten was, maar toen heeft de meester een keer een gesprek met hem gehad en toen bleek dat hij het thuis heel moeilijk had en daarom zo vervelend deed”. “De meester heeft er toen met ons over gesproken en nu gaat het veel beter”.

Het gesprek komt weer op de inbraken, gisteren heeft er opnieuw een artikel in de streekkrant gestaan en bij dat artikel zat ook een foto van een gestolen sierspeld. De speld leek niet erg kostbaar maar voor de mensen die hem nu kwijt waren was hij van onschatbare waarde en nu werd er in de streekkrant een oproep gedaan uit te kijken naar deze speld. Papa pakt de krant en laat de foto aan mama en de meisjes zien. “Wat geméén om zoiets te stelen”, zegt Marieke, ze is echt verontwaardigd.

Joëlle zit zich te verbijten, ze heeft genoeg aan zichzelf, straks moet ze naar school en ze ziet zó op tegen de ontmoeting met Carlien dat ze er haast niet van geslapen heeft. Met een ruk staat ze op van tafel “kan ik weg?” Papa en mama kijken verbaasd, “nu al? Je hebt nog zeeën van tijd” zegt papa en hij kijkt haar onderzoekend aan. Joëlle wordt rood en ze stottert “j ja, ik heb met Lieke afgesproken dat we vandaag wat eerder gaan, kunnen we nog even samen onze les voor vanmiddag doornemen”. Joëlle schrikt zelf van de vlotheid waarmee deze leugen over haar lippen rolt, ze wordt nóg roder en slaat haar ogen neer onder de blikken die papa en mama haar toezenden. Mama zegt “Ja, dat wilde ik je nog vragen, hoe komt het dat we Lieke nog maar zo weinig zien tegenwoordig? Jullie hebben toch geen ruzie gemaakt?” “Oh nee, daar heb je het gezeur al” denkt Joëlle, en vlot liegt ze er opnieuw op los “oh, dat is helemaal niet zo vreemd hoor, we spreken elkaar elke dag op school en Lieke is momenteel nogal druk bezig met eh, met eh” hier hapert ze en haar ouders blijven vragend naar haar kijken, “met wat Joëlle?” vraagt papa, “eh nou, ze mag van haar ouders haar kamer helemaal veranderen en elke vrije minuut is ze daarmee bezig”. “Wat leuk” reageert mama, “maar is het dan niet leuk als je haar daarmee helpt?”. Joëlle vervalt van de ene leugen in de andere en als ze 5 minuten later de deur uitstapt om naar school te gaan is ze zeer geagiteerd. Ze is toch al 15, waarom laten ze haar niet een beetje meer met rust!!! Haastig pakt ze haar fiets en rijdt weg.

Aan tafel kijken papa en mama elkaar veelbetekenend aan, hier klopt iets niet. Vooralsnog zwijgen ze want ze willen Anne en Marieke hier niet in betrekken en zo te zien hebben de meisjes niets gemerkt van het feit dat Joëlle zich nogal verdacht gedroeg. “Vanavond praten we verder” fluistert Marco in het oor van Elleke als hij de deur uit gaat om naar zijn werk te gaan. Even later trekken ook Anne en Marieke hun jassen en schoenen aan en wordt het stil in huis. Ja, wel stil in huis maar in Elleke’s hart stormt het en in haar hoofd buitelen de gedachten over elkaar heen…

Het verraad.

Als Joëlle het schoolplein nadert ziet ze Carlien vanuit de verte al staan. Meteen begint haar hart fel te bonzen maar ze probeert zich zo rustig mogelijk te houden. Als ze dichterbij komt ziet ze Carliens gezicht, opgezwollen en vol krassen. Het bevreemdt haar een beetje maar ze durft er niets van te zeggen. Ze krijgt niet de kans haar fiets weg te zetten, voor ze bij de fietsenstalling is aangekomen heeft Carlien haar stuur al gepakt en geeft er een fikse ruk aan. Joëlle kan nog net op tijd van de fiets afspringen voordat hij met een klap op de grond valt. Nu wint Joëlle’s boosheid het voor even van haar angst en in haar boosheid geeft ze Carlien een fikse duw waardoor deze wankelt en tegen een paal van het fietsenhok aanvalt. Ze geeft een gil van pijn want haar rug is nog bont en blauw van de mishandeling van gisteren. Joëlle schrikt hier hevig van en ook van de enorm pijnlijke trek op het gezicht van Carlien. Deze herstelt zich echter onmiddellijk en omdat ze zich schaamt voor haar zwakheid snauwt ze “sta niet zo stom te kijken!” Meteen gaat ze verder “vandaag ga je ervoor zorgen dat je Lieke aan de praat houdt en dat doe je op een dusdanige manier dat ze niet afgeleid wordt! Ik waarschuw je, als je het deze keer niet goed doet dan sla ik je na schooltijd helemaal verrot!! Oh ja en ik wil ook je brood hebben” Joëlle haast zich om Carlien haar pakje brood te overhandigen en haar te overtuigen dat ze het deze keer écht goed zal doen. Carlien bekijkt haar minachtend, steekt het brood in haar tas en loopt weg.

Joëlle raapt haar fiets van de grond en zet hem in het fietsenrek. Op dat moment komt net Lieke er aan, ze stapt van haar fiets en lacht Joëlle lief toe. “Hoi Jo, leuk dat je er ook al bent, gezellig”. Ze zet haar fiets weg en geeft Joëlle een arm, zo lopen ze samen het schoolplein op. Lieke is zich van geen gevaar bewust maar Joëlle voelt zich verschrikkelijk. Ze is een verraadster en ze is bang voor alle gevolgen die haar verraad kan hebben. Lieke merkt wel dat Joëlle iets dwarszit maar ze besluit er niet naar te vragen. Als Joëlle het zelf wil vertellen is dat beter. Samen gaan ze het schoolgebouw binnen, op zoek naar hun klas.

In de pauze zoekt Joëlle meteen Lieke weer op en vraagt haar om samen ergens hun boterhammetje te gaan eten. Lieke stemt blij toe en even later zitten ze in de kantine aan een tafeltje. Lieke pakt haar brood en ook Joëlle buigt zich over haar tas tot ze zich vol schrik realiseert dat Carlien haar boterhammen heeft. Lieke ziet haar schrikken en vraagt wat er is. “Eh, ik zie net dat ik mijn brood vergeten ben”, zegt ze, “de zoveelste leugen al vandaag” denkt ze somber. Lieke zegt “oh, maar dat is toch geen probleem, dan delen we gewoon mijn brood” en meteen biedt ze Joëlle de helft van haar boterhammetjes aan. Dit afslaan zou verdacht zijn, maar Joëlle heeft zich nog nooit zo ellendig gevoeld.

Carlien ziet van een afstandje hoe ze daar zitten. Ze doet zich tegoed aan de boterhammen van Joëlle, lekker zijn die, ze had honger want ze had natuurlijk alleen maar die ene droge boterham gegeten vanmorgen. Als het brood op is en ze zich ervan vergewist heeft dat de twee meisjes haar niet zullen opmerken sluipt ze naderbij. Het is het werk van een paar seconden om even haar hand in de tas van Lieke te laten glijden en meteen is ze ook al weer weg. Geen van de beide meisjes heeft hier iets van gemerkt en als de pauze voorbij is is Joëlle opgelucht dat Carlien niets heeft ondernomen. “Gelukkig” denkt ze, en haar hart is een klein stukje lichter dan eerst hoewel het schuldgevoel toch aan haar blijft knagen. Carlien ziet de beide meisjes terug naar de klas lopen en lacht smalend. Toch voelt ze zich niet zo blij als ze verwacht had.

Als alle kinderen terug zijn in de klas wacht Carlien tot de leraar de deur heeft dichtgedaan en dan stapt ze naar voren. Ze zegt op zachte toon iets tegen de leraar, de leraar kijkt Carlien verbaasd aan, “weet je dat wel zeker Carlien? Dit is nogal een ernstige beschuldiging”. Carlien knikt overtuigend van ja. “Echt waar ik heb het zelf gezien meneer”, liegt ze. De leraar overlegt kort bij zichzelf en staat dan op. Hij roept Joëlle en Lieke naar voren en vraagt hen hun tassen mee te nemen en hem te volgen. …

Alles komt uit.

In een leeg lerarenkamertje gaan ze zitten, de leraar kijkt de meisjes tegenover hem ernstig aan en zegt “Lieke, Carlien heeft mij verteld dat jij in de pauze iets aan Joëlle hebt laten zien? Iets dat afkomstig is van één van de inbraken de laatste tijd”. Lieke wordt vuurrood van schrik, “Ik meneer? Ik ik weet van niets” stottert ze. “Carlien zegt dat ze het met eigen ogen gezien heeft. Ik wil jou wel geloven Lieke maar wil je dan toch even de inhoud van je tas laten zien? En jij ook graag Joëlle”. Joëlle voelt een felle angst door zich heen slaan. “Oh nee toch, zou Carlien tóch iets hebben uitgehaald daarnet in de pauze?” Met bevende vingers openen de meisjes hun tas. Ze halen alles eruit wat erin zit en terwijl Lieke haar boeken op de tafel voor de leraar neerlegt glipt er een klein voorwerpje tussen twee boeken uit. Joëlle kijkt er met verbijstering naar, dat is die sierspeld van de foto in de krant. Lieke wordt spierwit, ze begint over haar hele lichaam te beven en valt achterover in haar stoel. Ze slaat haar handen voor het gezicht en begint hartstochtelijk te huilen. “Ik heb dat niet gestolen meneer, ik weet niet hoe dat in mijn tas gekomen is”. Joëlle weet het wel maar ze houdt haar mond. Ze weet zich geen raad, wat moet ze doen?

De leraar kijkt ernstig. “Dit is niet zomaar iets Lieke, dit is een ernstig misdrijf en je begrijpt dat ik dit moet onderzoeken en dat ik het ook moet aangeven bij de politie?” Lieke begint nog harder te huilen, ze is helemaal over haar toeren. De leraar gaat even weg en belt de moeder van Lieke en vraagt haar naar school te komen voor een gesprek. Daarna gaat hij terug naar de meisjes en zegt dat hij de moeder van Lieke heeft gebeld en dat zij er zo dadelijk aankomt. Hij gaat even weg om vervanging voor zijn klas te regelen en komt al vrij snel weer terug. De meisjes zitten verslagen in hun stoel. Joëlle heeft vreselijk medelijden met Lieke maar tegelijk voelt ze zich ook zó schuldig. Ze durft Lieke niet aan te kijken en blijft met neergeslagen ogen zitten. Als de moeder van Lieke er is valt Lieke haar moeder snikkend in de armen, Joëlle zit er met een strak, wit weggetrokken gezichtje bij. De leraar vertelt  wat er gebeurd is. Liekes moeder kijkt ongelovig, nee, dit kan ze absoluut niet van haar dochter geloven. Ze kijkt de leraar recht aan en zegt “Sorry meneer, maar ik ken mijn Lieke en ik wéét dat ze zoiets echt nooit zou doen”. De leraar kijkt vertwijfeld naar Lieke en haar moeder en geeft toe dat hij het zich ook niet kan voorstellen, maar ja, Carlien zei… “Carlien” zegt hij, “zij had het allemaal zien gebeuren, misschien moesten we haar er maar eens bijhalen”. Meteen voegt hij de daad bij het woord en gaat Carlien uit de klas halen.

Carlien komt het kamertje binnen met een ongeïnteresseerd gezicht. Even flitsen haar ogen fel in de richting van Joëlle, alsof ze haar wil waarschuwen om toch vooral niets te verraden. Joëlle ziet het niet, ze houdt haar ogen nog steeds neergeslagen, de schuld is van haar gezicht af te scheppen. Met een nonchalant gebaar ploft Carlien in een stoel en heel haar houding schijnt te zeggen “kom maar op als je durft”. De leraar kijkt Carlien aan en zegt “Jij hebt toch gezien hoe Lieke de speld uit haar tas haalde en aan Joëlle liet zien?” “Ja” zegt Carlien hard, “ik heb dat gezien en dúrf maar eens te beweren dat het niet zo is Joëlle!!” Ze draait zich half naar Joëlle toe en zorgt dat niemand haar gezichtsuitdrukking kan zien als ze Joëlle vernietigende blikken toewerpt. Joëlle zakt nog verder in haar stoel weg, ze weet zich geen raad. “Here God, help mij alstublieft” bidt ze geluidloos en op dat moment komt het gebed van papa, dat hij aan de ontbijttafel had gebeden, haar weer in gedachten. Ze denkt aan de vraag van Marieke en ze weet ineens wat ze moet doen. Ze raapt al haar moed bij elkaar, kijkt de leraar recht aan en zegt “Nee meneer, dat heeft Lieke niet gedaan, zij heeft mij niets laten zien” “Je liegt, je liegt!!” roept Carlien woedend en ze springt op van haar stoel om Joëlle aan te vliegen. De leraar kan er nog net tussenkomen en pakt Carlien beet en duwt haar terug in haar stoel. Carlien komt hard tegen de rugleuning van de stoel aan en krimpt ineen van pijn. Liekes moeder kijkt het meisje aan en voelt medelijden in zich opkomen. Hier klopt iets niet, het hele verhaal klopt niet, maar één ding is zeker, dit meisje zit in de problemen, ze is bewogen met dit krampachtig stoer doende meisje. Ze hurkt neer naast de stoel, kijkt Carlien in de ogen waar woede en pijn om voorrang strijden en vraagt liefdevol “wat is er met je lieverd, hoe komt het dat je zo’n pijn hebt?”

De liefde waarmee Lieke’s moeder haar aankijkt is teveel voor Carlien, ze gooit haar lichaam voorover, legt haar hoofd op haar armen en snikt het uit. Lieke’s moeder strijkt haar zachtjes over het haar en laat haar rustig huilen. Joëlle en Lieke zien het met verbazing aan en ook de leraar staat er wat onzeker bij. Als Carlien een klein beetje bedaard is kijkt ze Lieke’s moeder aan en zegt “Als u wist hoe slecht ik ben en hoe gemeen ik ben geweest tegen Lieke en Joélle zou u niet zo vriendelijk tegen me zijn”. Ze buigt het hoofd, ze durft niemand aan te kijken nu. Joëlle en Lieke herkennen in haar nu niets meer van de brutale en bazige Carlien.

Lieke, die inmiddels door dit alles wel over haar eerste schrik heen is voelt hoe medelijden haar hart binnenstroomt. Zie je wel, ze heeft toch laatst óók al een keer die kwetsbare blik van Carlien gezien? Ze herinnert zich nu ineens ook de blauwe plekken die haar opgevallen waren en het blauwe oog, en nu is het gezicht van Carlien weer helemaal opgezwollen en zit het vol bloederige krassen. Heel voorzichtig legt ze haar hand op die van Carlien en ze vraagt “Carlien, laatst had je een blauw oog en blauwe plekken en nu heb je weer van die lelijke krassen op je gezicht en heb je verder blijkbaar ook pijn, ehh heb je misschien met iemand gevochten?” De vraag komt wat schuchter maar Lieke had niet verwacht dat ze zo’n heftige reactie zou krijgen. Carlien begint opnieuw te huilen met gierende uithalen. Lieke’s moeder helpt het meisje uit haar stoel en trekt haar tegen zich aan, zachtjes wiegt ze haar in haar armen en Carlien krijgt, dwars door haar ellende heen een ongekend warm en vertrouwd gevoel. ´Ja, zo was het geweest toen haar eigen moeder nog leefde, ach mama…” en nog meer tranen vinden een weg naar buiten, tranen die al veel te lang binnen gehouden zijn. Lieke’s moeder beseft dat dit niet de ideale omgeving is om met Carlien te praten en ze vraagt de leraar of hij het goed vindt dat ze Carlien mee naar huis neemt. Ze zal dan later verslag bij hem doen, en ook over de aangifte wat betreft de sierspeld zullen ze het dan nog hebben. Deze blijft vooreerst bij de leraar, veilig opgeborgen in zijn lade.

Lieke’s moeder neemt de drie meisjes mee naar huis en daar aangekomen gaat ze eerst maar eens iets te drinken maken. Het was guur buiten en een bekertje lekkere chocolademelk gaat er vast wel in. Even later genieten ze allemaal even in stilte van de heerlijke chocolademelk. Ieder is in haar eigen gedachten verdiept en als de chocolademelk op is verbreekt Lieke’s moeder het stilzwijgen. “Wil je ons vertellen wat er aan de hand is Carlien?” vraagt ze. Carlien knikt en met doffe stem begint ze haar relaas, een heel triest verhaal.

Carlien vertelt.

“Vroeger was het altijd heel gezellig bij ons thuis, mama was er altijd als ik uit school kwam en papa was ook altijd heel vrolijk als hij ’s avonds uit zijn werk kwam. Samen eten, samen op vakantie, samen pannenkoeken bakken met mama, of in de tuin werken met papa, als ik een lekke band had plakte papa die en als ik ’s avonds naar bed ging kwam mama altijd nog even bij me zitten om te praten en me lekker in te stoppen”. Carlien vertelt met neergeslagen ogen het pijnlijke verhaal, ze slikt, “toen werd mama ziek. In het begin hoopten we dat ze nog beter zou worden maar al snel bleek dat dat niet meer kon en 3 maanden nadat ze ziek werd is ze gestorven”. Geluidloos rollen er dikke tranen langs Carliens gezicht. Lieke’s moeder gaat naast haar zitten en slaat haar arm om Carlien heen. “Het werd zo stil in ons huis, papa was er bijna nooit en als hij er wel was zag of hoorde hij me niet. Hij had zo’n verdriet. Ik heb geprobeerd om een beetje de dingen te doen die mama altijd deed, maar dat lukte niet echt goed. Inplaats van met elkaar te ontbijten moet ik ’s morgens zelf iets zoeken om te eten, maar heel vaak is er niets om te eten”. Joëlle denkt aan de boterhammen die Carlien van haar wilde hebben. “Papa kon niet omgaan met zijn verdriet en ik kon het mijne ook niet aan hem vertellen, en eigenlijk praten we bijna nooit met elkaar. Papa ging steeds vaker naar het café en bleef halve nachten weg. Als hij dan thuis kwam hoorde ik hem de trap opstommelen naar zijn slaapkamer en als ik dan op moest staan ’s morgens lag hij nog te slapen. Sinds een jaar is papa ook zonder werk, hij is ontslagen omdat hij steeds te laat kwam en naar drank stonk. Na zijn ontslag is hij nog meer gaan drinken. Ik heb hem al zo dikwijls gesmeekt ermee op te houden maar dan wordt hij boos en vorig jaar is hij begonnen mij te slaan en te mishandelen. Dan komt hij dronken thuis en is hij woedend, hij zegt dat ik op mama lijk en daar kan hij niet tegen en dan wordt hij verschrikkelijk boos”. Carlien is in elkaar gedoken tijdens het vertellen en ze zoekt onwillekeurig steun bij Lieke’s moeder. Deze houdt het meisje stevig vast en moedigt haar aan verder te vertellen, ze geeft Carlien een bemoedigend knikje. Het meisje aarzelt, het ergste moet immers nog komen? Zou Lieke’s moeder dan nog zo vriendelijk tegen haar zijn?

Joëlle heeft al die tijd nog niets gezegd, ze heeft haar handen stijf ineengestrengeld en ze hoopt vurig dat Carlien haar niet zal verraden, dat ze niets over haar aandeel in het geheel zal vertellen, oh alsjeblieft Carlien… ze zou het hardop willen smeken maar daarmee zou ze zichzelf lelijk verraden dus blijft ze stil. Haar hart is opstandig, ze vindt het maar raar dat Lieke en haar moeder zo vriendelijk doen tegen Carlien, tenslotte is Carlien toch maar mooi heel fout geweest. Ze is boos op Carlien want het was Carlien die ervoor gezorgd heeft dat zij, Joëlle, nu in zo’n lastig parket zit. Joëlle vergeet echter haar eigen aandeel, als zij sterk was gebleven zoals Lieke, was dit haar nooit overkomen, ze had voor het goede moeten kiezen en niet, uit angst, voor de gemakkelijke, doch verkeerde, weg. Nee, Joëlle voelt zich allesbehalve gemakkelijk in de gezellige woonkamer bij Lieke thuis.

“Toen papa zonder werk kwam kreeg hij ook minder geld en bijna alles gaf hij uit aan alcohol’, Gaat Carlien verder. “Er was geen geld voor andere dingen, hierdoor moesten we ook verhuizen, het andere huis was te duur en we moesten iets goedkopers zoeken. Zo ben ik dus hier in de buurt komen wonen en bij jullie op school gekomen”. Ze kijkt hierbij even Lieke en Joëlle vluchtig aan. Dan gaat ze verder “ik schaamde me voor de kleren die me te klein waren geworden of die versleten waren, maar voor nieuwe kleren was er ook geen geld en ik probeerde een oplossing te vinden. Ik heb overal gevraagd naar een bijbaantje maar niemand kon me gebruiken, ik was te jong. Toen ik op een middag in het kleine speeltuintje vlakbij ons huis rondhing, kwamen er drie grotere jongens bij me staan. Ze begonnen een gesprek en al gauw hadden ze door dat ik dringend geld nodig had en ze deden me een voorstel. Ik hoefde niets te doen, ik hoefde alleen maar met ze mee te gaan als ze ’s avonds gingen inbreken. Oh, niks ergs hoor, ze gingen alleen bij die mensen die het makkelijk konden missen en ze zouden alleen kleine dingetjes meenemen. Ja, zo klonk het vrij onschuldig en ik hoefde alleen maar buiten op wacht te staan en een seintje via de telefoon te geven als er onheil dreigde, bijvoorbeeld als ik zag dat er boven ergens licht aanging, of als ik mensen het desbetreffende huis zag naderen. Ach, ik wist diep vanbinnen wel dat dit niet goed was, maar ik had het geld zó hard nodig. Het ging eigenlijk heel gemakkelijk, ik heb nooit onheil ontdekt, de jongens kwamen makkelijk naar binnen en hadden snel wat spullen gevonden die ze dan meenamen om te verkopen. Ze kozen juist de dingen uit die niet zo specifiek te herkennen waren en die verkochten ze vrij snel weer door en het geld werd onder ons verdeeld. Hierdoor kon ik ook eens gewoon meedoen met de anderen en zelfs af en toe wel vrienden “kopen”. “Ja” denkt Joëlle wrang, “ik was er daar ook eentje van” en boos kijkt ze naar Carlien.

Carlien is op een punt aangekomen waar ze even niet verder kan vertellen, ze heeft het te kwaad met haar emoties. Ze denkt er namelijk nu pas aan dat mama wel heel erg teleurgesteld in haar zou zijn geweest als ze dit had geweten, wat een verdriet zou mama hiervan hebben gehad. Als ze zich dit bedenkt schaamt ze zich nog dieper dan ze al deed en krampachtig slikt ze de opnieuw opkomende tranen weg. “Tegenover de jongens deed ik net of het mij allemaal niet kon schelen maar vanbinnen voelde ik mij wel heel slecht en als papa mij dan weer sloeg had ik het gevoel dat ik het verdiend had. Op school deed ik net of ik heel stoer was, ik wilde niet dat iemand zou zien hoe het echt met mij ging. Al snel begonnen de kinderen tegen mij op te kijken en een heel aantal wilde vrienden met mij worden. Jammer was het wel dat het geen echte vrienden waren, ze deden alleen maar alsof omdat ze bang van me waren”. Hier voelt Joëlle toch wel een stukje herkenning en ze weet dat haar vriendschap voor Carlien ook niet echt was. Maar dit gevoel duwt ze snel weer weg, ze wil alles zo snel mogelijk achter zich laten en als verder niemand over haar aandeel in de zaak spreekt kan ze er nog mooi zonder kleerscheuren af komen…denkt ze..

Joëlle heeft een harde blik op haar gezicht als ze verder luistert naar wat Carlien vertelt. Het liefste zou ze geroepen hebben dat ze op moest houden. Ze wordt er letterlijk ziek van, dit hele verhaal, wat kan het haar schelen? Ze is op en top gespannen, nog steeds bang dat haar eigen ontrouw ter sprake zal komen. Ze heeft niet in de gaten dat het voor haarzelf alleen maar beter zou zijn als ook zij schoon schip zou maken.

Carlien gaat verder met haar verhaal. “Die meisjes die dus vrienden met me wilden worden vond ik lafaards”. Joëlle’s blik wordt nog donkerder, woede flitst uit haar ogen. “Toch was niet iedereen bang van me, Lieke was totaal niet onder de indruk van mij en juist haar zou ik zo graag als vriendin gehad hebben”. Lieke is verbaasd als ze het hoort en Joëlle voelt jaloezie. “Ja, Lieke, je bent altijd zo rustig en vriendelijk tegen iedereen, je ziet er altijd blij en lief uit en ik stelde me zo voor dat het bij jou thuis wel gezellig was en ik zag dat jij wel leuke kleren had en altijd iets lekkers te eten in je brooddoosje. Iedereen in de klas vindt jou aardig en met jou willen ze wel vrienden worden omdat ze je mogen. Toen werd ik jaloers en ik wilde wraak nemen. Ik heb allerlei dingen bedacht waarmee ik je kon plagen en ik heb je met allerlei kleine dingen geprobeerd dwars te zitten. Eén keer eerder heb ik geprobeerd bij je tas te komen. Ik wilde een mijn blikje cola tussen je boeken gieten zodat je op je kop zou krijgen en nieuwe boeken zou moeten kopen. Het mislukte omdat je me net op dat moment zag staan.

Ik baalde verschrikkelijk en ik beloofde mezelf dat ik wraak zou nemen…” Hier stokt opnieuw het verhaal omdat Carlien zó diep beschaamd is dat ze nauwelijks nog adem kan halen. Ze is zich ook heel erg bewust van de armen van Lieke’s moeder die nog steeds om haar heengeslagen zijn. Moeizaam gaat ze verder “eergisteravond hebben we weer ingebroken. Alles ging goed en de jongens zouden deze week met het geld komen. Maar tot mijn verbazing stond Job, één van die jongens, vanmorgen in alle vroegte al voor mijn deur en hij gaf mij een pakje”. “Kijk Carlien”, zei Job, “dit pakje is voor jou, wij vinden dit te mooi om door te verkopen en we dachten dat het wel iets was voor jou, om zelf te dragen”. “Ik opende het pakje en zag de mooie speld. In eerste instantie was ik vereerd, maar toen kwam ik op school en daar sprak iedereen over de krant en de foto die getoond was van de speld. Toen begreep ik ook waarom de jongens hem niet verkocht hadden, dat zou veel te veel opvallen natuurlijk. Ik had de speld thuis opgedaan om ermee te pronken maar toen ik deze verhalen hoorde heb ik hem snel stiekem afgedaan en weggestopt, en tóén dacht ik ineens aan Lieke, ja zó zou ik haar kunnen pakken. In de pauze sloop ik naar haar tafeltje en stopte heel snel, zonder gezien te zijn, de speld in haar tas en nou ja, de rest weet u”.

Als Carlien is uitverteld blijft het even stil in de kamer. Het is schemerig en buiten is het zachtjes gaan sneeuwen. Het is zo’n mooi tafereeltje maar geen van de dames in de kamer heeft er oog voor. Lieke’s moeder begint als eerste te praten. “Waarmee zouden we je kunnen helpen Carlien?” vraagt ze. Joëlle’s ogen worden groot van verbazing, helpen?? Kom op zeg, zo’n valse meid ook nog helpen? Hier kan ze echt even niet over uit, dit is absurd. Straf verdient Carlien, de politie moet gewaarschuwd worden en… hier stokken haar opstandige gedachten en opnieuw vliegt de angst voor ontdekking van haar eigen aandeel haar naar de keel.

Ook Carlien’s ogen worden groot van verbazing, “helpen?” vraagt ze schuchter, “ja, helpen” zegt Lieke’s moeder,  “we kunnen jou hier toch  niet alleen mee laten zitten? Er zijn vast wel mogelijkheden om jou te helpen”. Carlien begrijpt er niets van, hoe kan Lieke’s moeder zó lief voor haar zijn terwijl zij, Carlien, Lieke in een kwaad daglicht heeft gesteld en haar zo heeft getreiterd op school? Maar hoewel ze het niet begrijpt is ze wel heel erg blij dat er nu iemand is die van haar situatie afweet en die haar zelfs ermee wil helpen. “Ik weet niet hoe u kunt helpen, en ik ben ook niet boos op papa, ik houd juist zoveel van hem” zegt Carlien. “Ja hoor lieverd, dat weet ik en misschien kunnen we jou en je papa allebei wel helpen, zullen we daar eens over nadenken?”. Carlien kijkt Lieke’s moeder dankbaar aan, er springen opnieuw tranen in haar ogen, ze veegt ze snel weg.

Joëlle’s strijd.

Joëlle heeft zo haar eigen gedachten over dit alles, ze vindt Carlien maar een grote aanstelster, “eerst zo stoer doen en nu doen alsof ze nog geen tien kan tellen” denkt ze schamper. Ongemerkt komt er een hooghartige trek op haar, anders zo lieve, gezichtje. Voor haar is Carlien nog steeds de vijand maar ze weigert haar eigen, minder fraaie, aandeel in deze hele geschiedenis onder ogen te zien, zo langzamerhand heeft ze hier schoon genoeg van en abrupt staat ze op. “Ik ga naar huis hoor, ik denk dat mama op me zit te wachten en dan kan ik haar ook meteen vertellen wat er aan de hand is”. De andere drie knikken begrijpend, natuurlijk, Joëlle’s moeder moet ook weten wat er gaande is. “Tot morgen dan Joëlle” zegt Lieke, ik zie je op school wel weer”. Lieke’s moeder zegt er nog achteraan “doe je moeder de hartelijke groeten van mij en zeg maar dat we snel weer eens samen een beetje bij moeten praten. “Ja hoor, tuurlijk” denkt Joëlle, “nou dát ga ik in principre voorlopig wel proberen te voorkomen” denkt Joëlle. Ze moet er niet aan denken dat er tijdens dat gesprek misschien toch van enige kant argwaan zou komen, of dat er op zijn minst aan haar gevraagd zal worden waarom zij hier bij betrokken is. Nee hoor, dát gaat niet gebeuren, Joëlle is niet dom…of misschien tóch wel een beetje?..

Als Joëlle buiten komt ziet ze dat het aan het sneeuwen is. Heel even vergeet ze alle problemen en heft haar hoofd op naar de loodgrijze lucht waar gestaag de sneeuwvlokjes uit naar beneden vallen. Er ligt al een behoorlijk laagje sneeuw en Joëlle besluit de fiets aan de hand te nemen en het stukje van Lieke’s huis naar het hare te lopen. Peinzend loopt ze daar en overdenkt hoe ze het verhaal het beste thuis kan verkopen zonder argwaan te wekken. Tot nu toe slaagt ze er behoorlijk in om haar schuldgevoel ver weg te stoppen. Ze heeft niet in de gaten dat het benauwde gevoel dat telkens weer de kop op steekt niet de schuld van Carlien is, maar dat het haar eigen schuld is. Zij was ontrouw aan Lieke en heeft zelfs meegeholpen om ervoor te zorgen dat Lieke ten onrechte van een zwaar vergrijp beschuldigd werd. Nee, Joëlle ziet dat niet.

Als ze thuiskomt zet ze snel haar fiets weg en gaat naar binnen. “Hoi mam”, roept ze al vanuit de hal waar ze haar jas ophangt en haar schoenen wegzet. “Het sneeuwt, heb je het gezien?” vraagt ze aan haar moeder. Elleke is blij verrast dat Joëlle zo opgewekt binnen komt lopen en antwoord dat ze het inderdaad al gezien heeft. “Je bent vroeg, viel er een les uit?” vraagt ze aan haar dochter. “Nee mam, er is iets gebeurd op school waardoor ik zo vroeg ben”. “Nou, zo erg kan het niet zijn want je bent nog behoorlijk opgewekt, ik ga eerst even iets lekker warms te drinken halen en dan moet je me er maar eens alles van vertellen”, zegt Elleke terwijl ze naar de keuken loopt. Als ze even later de kamer weer binnenkomt zit Joëlle met een zorgelijke trek op haar gezicht op de bank. Als ze haar moeder in de gaten krijgt trekt ze gauw haar gezicht in de plooi en begint, zodra haar moeder heeft plaatsgenomen, te vertellen: “Mam, je gelooft niet hóé gemeen Carlien is geweest!”…

Joëlle vertelt haar moeder wat er die dag op school is gebeurd en laat daarbij van Carlien geen spaan heel. Ze maakt haar zwart waar ze maar kan maar ze laat zorgvuldig haar eigen rol totaal buiten beschouwing. Als ze haar moeder vertelt wat Carlien Lieke’s moeder allemaal heeft toevertrouwd wordt ook Elleke’s hart bewogen over dit mensenkind. Joëlle ziet hoe haar moeders gezicht verandert als ze deze dingen over Carlien vertelt en ze wordt vanbinnen heel boos! “Nee hè? Zij ook al? Oh wat háát ze die Carlien!” Joëlle heeft geen zin meer om verder te vertellen maar Elleke vraagt verder net zolang tot ze alles weet. “Lieke’s moeder heeft gelijk” zegt ze, “ik ga contact met haar opnemen want we moeten inderdaad proberen om Carlien en haar papa te helpen”. “Helemaal niet nodig hoor, Carlien staat haar mannetje heus wel, die zit niet op hulp te wachten!” Joëlle gooit de woorden er verachtelijk uit. Elleke neemt haar dochter eens opmerkzaam op. “Heeft Carlien jou óók gepest Joëlle?” vraagt ze. Joëlle’s gezicht wordt vuurrood, “nee, helemaal niet, dat hoeft ze bij mij heus niet te proberen”, liegt ze vlot. “Maar waarom heb je dan zo’n grondige afkeer van haar”, Joëlle voelt zich in het nauw gedreven, ze weet niets te zeggen en haalt haar schouders op, “ach, zomaar” reageert ze flauwtjes en meteen is ze verdwenen, de trap op naar de veiligheid van haar kamertje, daar waar niemand haar vragen kan stellen…denkt ze…

Elleke pakt, meteen nadat Joëlle naar boven is verdwenen, de telefoon en belt Lieke’s moeder op. Ze overleggen samen over de mogelijkheden om Carlien en haar vader te helpen. Lieke’s moeder stelt voor om eerst zelf naar Carlien”s vader te gaan en hem te vragen of Carlien een nachtje bij Lieke mag blijven slapen. Daarna zullen Elleke en Lieke’s moeder met de voorganger van hun kerk gaan praten en hem het probleem voorleggen, wellicht dat hij hen verder kan helpen met het plan om Carlien en haar vader te helpen. Carlien”s vader doet niet moeilijk, hij vindt het best als Carlien bij Lieke blijft slapen, dan kan hij tenminste zijn gang gaan. Carlien is helemaal verrast en kleurt donkerrood van blijdschap als ze hoort dat ze bij Lieke mag blijven slapen. Ze geniet in dit warme huis met de lieve mensen en wat haar met haar grote mond niet gelukt is lukt haar nu, in al haar schamele eerlijkheid wel, Lieke voelt zich aangetrokken tot dit meisje en biedt haar haar vriendschap aan. Carlien weet niet wat ze hoort, dit heeft ze niet verdiend en dat zegt ze ook tegen Lieke. Ze vraag eerlijk om vergeving en Lieke slaat een arm om Carlien heen en geeft haar een zoen op de wang, “vergeven en vergeten Carlien, we beginnen met een schone lei!” Heeft Carlien zich ooit zó gelukkig gevoeld? Zelf denkt ze van niet. Ze voelt zich zoveel lichter nu ze schoon schip gemaakt heeft, ze heeft er ook alle vertrouwen in dat Lieke’s moeder haar en haar vader echt zal helpen. Wat is Carlien blij!

In de dagen die volgen wordt er veel geregeld voor Carlien en haar vader. Zoals afgesproken zijn Elleke en Lieke’s moeder samen naar de voorganger gegaan om hem de hele situatie uit de doeken te doen en de voorganger heeft meteen actie ondernomen. Hij is met Carlien’s vader gaan praten en het werd al snel duidelijk dat deze zelf verschrikkelijk met alles in zijn maag zat. Als hij nuchter was begreep hij wat hij zijn dochter aan deed maar om dit schuldgevoel weer weg te krijgen was steeds meer drank nodig. Hij voelde zich ellendig en toen de voorganger hem vertelde van Carlien’s verdriet, om hem maar ook omdat ze haar moeder moet missen, lijkt het toch wel tot hem door te dringen, ja hij móést echt veranderen en nu was daar die handreiking door die voorganger die hij niet mócht weigeren, voor zichzelf niet maar al helemaal niet voor Carlien. Zo wordt er dus een plan opgemaakt om deze man te helpen. De voorganger heeft contact opgenomen met mensen die hem zouden kunnen helpen en Lieke’s moeder heeft voorgesteld dat Carlien voorlopig bij hen mag blijven. Papa is gisteren vertrokken en bij het weggaan heeft hij Carlien in zijn armen getrokken en haar beloofd dat hij heel hard ging knokken om weer helemaal de oude papa te worden. Hij heeft haar om vergeving gevraagd en Carlien voelde eventjes de papa van vroeger weer. Met tranen in haar ogen heeft ze afscheid van hem genomen maar ondanks de tranen is ze toch blij met hoe alles nu geregeld is. Ze voelt zich rijk.

Joëlle heeft zowel Lieke als Carlien zoveel mogelijk ontweken de laatste dagen. Als haar moeder thuis wilde vertellen hoe ze alles geregeld hadden voor Carlien en haar vader wilde ze niet luisteren. Ze trekt zich zoveel mogelijk terug op haar eigen kamertje en lijkt onbereikbaar voor iedereen. Elleke en Marco zien het met lede ogen aan en hun gebed is voortdurend voor deze grote dochter.

De schuilhoeken van het hart.

Zo is het ongemerkt 24 december geworden. Vanavond zullen ze met het hele gezin weer naar de kerstnachtdienst gaan. Het was door de jaren heen een goede traditie geworden. Ze gingen iedere zondag naar de kerk en ook met kerst, maar deze nachtdienst was elk jaar weer een bijzondere gebeurtenis. Joëlle en haar zusjes genoten er ieder jaar van maar dit jaar ziet Joëlle er tegenop. Wat heeft ze daar te zoeken? En natuurlijk komt Lieke ook met haar ouders en Carlien, bah, die wil ze niet tegenkomen en zéker niet in de kerk.  Ze heeft al van alles bedacht om er onder uit te komen, maar ze kan niets zinnigs bedenken en met tegenzin schikt ze zich in haar lot.

“Mam, pap, gaan we lekker lopen?” Het is Marieke die het vraagt. “Kijk dan, het heeft zo heerlijk gesneeuwd en het is zo fijn om door de sneeuw te lopen”. Papa en mama kijken elkaar aan en knikken dan toestemmend, “Ja hoor Marieke, heerlijk hè?” Ook Anne is blij, zij houdt net zoveel van sneeuw als haar zusje en samen genieten die twee meiskes alvast van de voorpret. Joëlle is hier niet bij, die zit nog op haar kamertje. Het is haar schuilplaats geworden, een plaats waar niemand haar ziet, niemand haar vragen stelt en niemand er dus ook achter kon komen dat ze zoiets lelijks gedaan had. Toch vergist Joëlle zich, er is er wel Één die van alle dingen weet, en alles ziet. De Here God is het die met ontferming kijkt naar dit meisje dat zo met zichzelf worstelt. Zijn ogen zijn liefdevol op haar gericht en hoewel Joëlle er niets van merkt knikt Hij vol goede moed. Jawel, vanavond zal een bijzondere avond worden…

“Joëlle, ga je mee? Het is tijd meisje”. Het is Marco die dit onderaan de trap roept. Marieke en Anne zijn al in de tuin bezig elkaar met sneeuwballen te bekogelen maar Joëlle zit nog altijd op haar kamer. Sloom komt ze naar buiten en loopt de trap af. “Nou, rustig maar hoor, zoveel  haast hebben we toch niet?” Tergend langzaam trekt ze haar jas en schoenen aan en komt op haar gemakje de deur uit. Elleke en Marco ergeren zich hieraan, straks zijn ze nog te laat. Dat Joëlle dit met opzet doet daar hebben ze geen weet van. Joëlle wil kost wat kost voorkomen dat haar vader en moeder met de ouders van Lieke in gesprek raken met het gevaar dat er dan toch nog complicaties zullen optreden. Daarom probeert ze nóg meer tijd te rekken zodat ze inderdaad te laat, of in het slechtste geval, net op nippertje de kerk binnen zullen komen. Haar opzet slaagt, nog net op tijd glippen ze de kerk binnen en gaan vrij achteraan op een paar lege plekken zitten. Pffffff, Joëlle slaakt een zucht van verlichting, “gelukt” denkt ze en ze gaat wat meer ontspannen achterover zitten…

Na de samenzang komt de voorganger het podium op en begint aan de kerst boodschap. Uiteraard komt de geboorte van de Here Jezus ter sprake, “maar veel mooier is het dat de Here Jezus naar deze aarde gekomen is om onze zonden op zich te nemen, Hij heeft de straf gekregen voor de dingen die wij fout hebben gedaan. Hoe mooi is dat?” zegt de voorganger. Joëlle laat alle woorden lekker langs zich heen glijden, ze is met haar gedachten heel ergens anders en ze wil ook gewoon niet horen wat er gezegd wordt. De voorganger gaat verder en vertelt dat het zo belangrijk is dat je je hart schoon houdt, dat je, ook al doe je als mens de dingen toch telkens weer verkeerd, steeds weer alles aan de Here God mag belijden en daarmee je hart schoon mag houden. Hij zegt “Soms doen wij mensen weleens dingen waarvan we diep in ons hart wel weten dat het niet goed is, maar die we dan toch doen. En doordát we zo goed weten dat het niet goed is proberen we die dingen weg te stoppen. Inplaats van deze dingen te belijden, stoppen we ze weg in een verborgen hoekje van ons hart en hopen dan maar dat niemand er iets van te zien krijgt. In de bijbel wordt ook gesproken van verborgen plekjes. Ik wil hier één tekst over lezen, die staat in Spreuken 20:27”, en hij leest voor: “De geest van de mens is een lamp des Heren, doorzoekende al de schuilhoeken van het hart”.

Joëlle is bij deze laatste woorden rechtop geschoten, het lijkt wel alsof de voorganger alleen voor haar preekt, hoe kan hij nou weten wat er in haar omgaat, hij zal toch niet weten wat ze gedaan heeft zeker?? Joëlle is angstig en met bonzend hart luistert ze verder. “Lieve mensen, weet je wat er gebeurt als je dingen laat afglijden naar de schuilhoeken van het hart? Dat gaat je vanbinnen helemaal verteren. Het is donker in die schuilhoeken en er leven geheimen en zonden en door ze daar zo verborgen te houden worden ze alleen maar groter en gaan je leven nog meer beheersen. Het begint altijd met een klein dingetje, maar het wordt groter en groter en al snel kun je aan niets anders meer denken, het neemt je volledig in bezit”. Joëlle slikt, ja, zo is het precies, ook zij kan aan niets anders meer denken dan aan haar geheim, en het beheerst heel haar daden en haar gedachten. Ze zou het liefste wegvluchten, weg van hier, weg van die voorganger die blijkbaar alles van haar weet, ze wil niks meer horen, ze wil weg, weg, weg! Durfde ze maar. Het lukt Joëlle niet meer om zich af te sluiten voor de woorden die de voorganger spreekt en met tegenzin luistert ze naar wat hij verder te vertellen heeft:

“Die tekst uit Spreuken 20 spreekt over een lamp die die donkere schuilhoeken doorzoekt. Als wij ervoor hebben gekozen bij de Here God te  horen dan mogen we ook weten dat Hij Zijn Heilige Geest in ons hart heeft uitgestort en de bijbel leert ons dat deze Geest zich verbindt met onze geest, en dat is nou zo mooi. Als Gods Geest in ons leven komt dan brengt Hij licht mee. Als  die Geest zich verbindt met onze geest dan zal dat voor een stukje licht in ons leven zorgen, licht in ons binnenste, in onze gedachten en dan zal dat licht dus ook in die donkere schuilhoeken gaan schijnen. God’s Geest spreekt onze gedachten aan, wijst ons op de dingen die niet goed zijn en maakt ons daar bewust van. Dan kunnen wij er op zo’n moment voor kiezen om daar iets mee te doen, of we kunnen die verkeerde dingen nóg verder wegstoppen omdat we er niet mee bezig willen zijn. Maar vergis u niet lieve mensen, de dingen die we in die schuilhoeken van het hart proberen weg te stoppen zullen ons niet met rust laten, ze beroven ons van onze vrede, van onze vreugde, van onze onbevangenheid en van de liefde die wij voor de ander voelen maar óók van de liefde die wij voor onszelf mogen- en ook zouden moeten- voelen. Het is ons hart dat ons veroordeelt omdat we diep vanbinnen heel goed weten dat we met dingen bezig zijn die niet goed zijn. Dit is niet zoals de Here God het voor ons bedoeld had, want dit maakt scheiding tussen Hem en ons, terwijl het juist dat grote offer van de Here Jezus was dat ervoor gezorgd heeft dat die scheiding wegviel. De Here God houdt zo enorm veel van ons en Hij wil met eenieder van ons een heel persoonlijke relatie bouwen, maar daarvoor moet je wel dicht bij elkaar kunnen zijn, praten met elkaar, alles delen met de Here God en dat kan dan niet. Denk eens aan Adam en Eva, Adam wandelde elke avond met de Here God, dat was voor hem heel gewoon, tótdat hij en Eva gezondigd hadden, ze hadden gegeten van de boom van kennis van goed en kwaad en met de zonde kwam óók het besef van die zonde hun harten binnen waarop zij zich trachtten te verstoppen….” Wat de voorganger verder nog zegt hoort Joëlle niet meer, ze is totaal onder de indruk van de prediking, het lijkt alsof er alleen tot haar gesproken wordt, ieder woord komt binnen en ze voelt zich kleiner en kleiner worden. Het is alsof haar een spiegel voorgehouden wordt, ineens ziet ze nu datgene dat ze eerder had geprobeerd weg te stoppen, ze ziet haar eigen aandeel in de ellende rondom Carlien in een onbarmhartig licht. Haar leugens, haar verraad, de  boosheid en de oneerlijkheid…

Als de dienst is afgelopen gaat het hele gezin weer door de sneeuw op weg naar huis. Joëlle loopt in haar eentje achteraan, diep in gedachten, worstelend met zichzelf en alles wat ze vanavond gehoord heeft. Ze ziet niets van de sneeuw, hoort niets van het vrolijke gejoel van haar zusjes en merkt niet eens de sneeuwbal op die haar rakelings passeert, ze lijkt alleen op de wereld te zijn.

Eenmaal thuis aangekomen heeft ze haar besluit genomen, “mam, pap, kan ik jullie even spreken?” Een ernstig snuitje wordt opgeheven naar Elleke en Marco die onmiddellijk tijd maken voor hun zorgenkindje. Ze gaan met elkaar in de gezellige woonkeuken rond de tafel zitten terwijl Anne en Marieke zich even alleen vermaken in de woonkamer. “Waar wil je ons over spreken Joëlle?” vraagt papa. Joëlle kijkt haar ouders open en eerlijk aan en recht haar schouders. Ze slikt eens en begint dan aan haar, deze keer eerlijke en volledige, relaas. Elleke en Marco luisteren stil, ze onderbreken haar niet één keer en als Joëlle uitverteld is blijft het nog even stil. Als papa dan begint te praten zijn het geen verwijten die hij naar Joëlle uitspreekt, nee, het is zo heel anders dan zij gedacht en gevreesd had. “Wat zul jij het moeilijk gehad hebben de laatste tijd” zegt hij. Zijn ogen zijn zacht en terwijl hij dit zegt loopt hij naar zijn dochter toe en legt zijn arm om haar heen. Dit wordt de dappere Joëlle nu toch teveel en zachtjes lopen de tranen over haar gezicht. “Ik heb er zo’n spijt van papa” zegt ze zachtjes. Papa en mama zijn zo blij met deze eerlijke bekentenis en dat zeggen ze ook tegen Joëlle, maar die heeft nog een heel groot probleem, ze beseft heel goed dat ze óók Lieke, Carlien en Lieke’s ouders zal moeten inlichten over haar laffe daden en daar ziet ze als een berg tegenop. Toch wil ze, nu ze eenmaal haar besluit genomen heeft schoon schip te maken, ook echt doorzetten. Papa vraagt of Joëlle het fijn zou vinden als hij met haar meegaat, maar Joélle slaat dit af, dit is haar probleem en zij zal alleen gaan.

Nu Joëlle al zover is gekomen wil ze ook meteen de daad bij het woord voegen en ze gaat op weg naar het huis van Lieke. Met trillende vingers belt ze aan. Als er open gedaan wordt stapt ze bevend over de drempel en begint meteen: “Ja, jullie vinden het misschien raar dat ik nu nog bij jullie op visite kom, maar ik heb iets belangrijks te vertellen”. In een paar minuten zijn ze allen bijeen en begint Joëlle opnieuw aan haar verhaal en biecht ze alles wat zij gedaan heeft eerlijk op. Ze vertelt dat het de prediking van vanavond was die dit alles losgemaakt heeft in haar hart en dat ze heel goed begrijpt als ze haar nooit meer willen zien. “Ik heb straf verdiend en ik was zó gemeen”.

Lieke’s ouders kijken naar Joëlle en knipogen tegen elkaar, ze hadden immers al een vermoeden gehad dat Joëlle ook een rol in de hele situatie had gespeeld en ze zijn zo blij dat ze nu zelf met haar bekentenis komt. Lieke’s moeder neemt het woord en zegt tegen Joëlle dat ze niet boos op haar zijn en dat ze begrijpen dat het heel moeilijk voor Joëlle geweest moet zijn. Ook hier geen verwijten en zelfs Lieke is niet boos op haar. Ze is blij dat Joëlle naar hen toe gekomen is en dat ze verteld heeft hoe alles in elkaar zit. Joëlle is in de war, ze verdient toch straf? Waarom zijn ze dan zo aardig tegen haar? Carlien zit een beetje stijfjes op de bank, zij voelt zich dubbel schuldig omdat zij degene was die Joëlle in het nauw gedreven heeft. Emotioneel als ze nog steeds is barst Carlien opnieuw in snikken uit en vraagt opnieuw vergeving, zowel aan Joëlle alsook aan Lieke en haar ouders. Joëlle ziet Carlien nu in een heel ander daglicht en ze beseft dat zij degene is die ook Carlien om vergeving moet vragen en meteen doet ze dat. “Çarlien, ik had een echte vriendin voor je meten zijn maar dat was ik niet, ik heb niet alleen Lieke, maar ook jou bedrogen en daar heb ik heel veel spijt van”. Zo spreken vooral Joëlle en Carlien zich naar elkaar uit en dat voelt voor beiden goed.

Als Joëlle een poos later door de sneeuw naar huis loopt heeft ze bijna de neiging om hardop te gaan  zingen, zo blij is ze. Lieke en Carlien willen beiden haar vriendin zijn en dat vindt ze geweldig. Ze beseft dat ze deze avond veel geleerd heeft, ze heeft een kijkje in de schuilhoeken van haar hart genomen en ze is geschrokken van wat ze daar vond. Maar ze heeft opruiming daar gehouden en ze weet wel zeker dat ze nooit meer van die verborgen  plekjes in haar hart wil hebben. Ze wil voortaan open en eerlijk zijn en ook al zal ze heus nog weleens verkeerde dingen doen of zeggen, ze wil ze niet meer de kans geven om zó haar hele leven in hun stalen greep te houden. Nee, deze avond is er een ommekeer in haar leven gekomen en ze is er dankbaar voor.

Een uurtje later ligt Joëlle in bed, het is heel laat want de dienst was natuurlijk al laat afgelopen en daarna is ze óók nog naar Lieke geweest. Joëlle ligt daar heerlijk in haar bed, mama heeft haar nog even lekker ingestopt en voor het eerst in maanden voelt Joëlle zich rustig vanbinnen. Nogmaals overdenkt ze alles wat er in de laatste maanden gebeurd is en als ze bij de gebeurtenissen van deze avond aangeland is vouwt ze haar handen en zegt alleen maar “DankUwel”. Zo valt Joëlle in een diepe, rustige slaap. Door de dichtgeschoven gordijnen kiert een dun straaltje maanlicht dat precies valt op het vredige slapende gezicht van Joëlle, Gezegend kerstfeest Joëlle!


3 + 9 =