Willekeurige bemoediging
  • Kostbare schat.
    Want God, Die gezegd heeft: “Laat er licht in de duisternis zijn”, heeft in de duisternis van onze harten geschenen …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Visjes vangen.

Butterfly-net-An-insect-net-Fishing-net-The-butterfly-network-Bamboo-handle-dredge-90-28CM[1]Gisteren had ik het over mijn nichtje en neefje, vandaag schoot me een ander verhaaltje te binnen van een nichtje en een neefje dat een aantal jaren geleden speelde, ook zo’n mooi en vertederend voorval, maar wel eentje met een duidelijke boodschap (voor mij dan tenminste).

Mijn broer vertelde iets over twee van zijn kinderen. Zijn dochter van zes en zijn zoon van vijf waren samen met hem in de stad waar ze een winkeltje tegenkwamen dat opruiming hield en waar van alles te koop was. Ze hadden leuke visnetjes gezien en die wilden ze wel graag hebben. Overigens waren het zielige dingetjes, zo’n bamboestokje met een heel klein netje eraan, maar mijn nichtje was ervan overtuigd dat ze er echt zouden kunnen vissen. Ze zei tegen haar vader, “nou moeten we ook nog een emmer om de vissen in te doen als we ze gevangen hebben én ook nog zout water want anders gaan ze misschien wel dood”. Mijn broer zei dat ze met dat netje geen vissen zou kunnen vangen, hooguit wat zoetwatergarnaaltjes. Nou, dat was voor haar ook goed genoeg en welgemoed ging ze met haar vader en broertje vissen. Natuurlijk heeft ze met dat zielige netje niets gevangen maar dat ontmoedigde haar niet, ze probeerde het een stukje verderop, maar ook daar ving ze niets. Toen ze naar huis gingen was ze nog steeds net zo hoopvol want ze zei tegen haar vader “dan vang ik morgen misschien wel wat”.

Wat ik hier nou zo mooi aan vind is de les die ik er toch weer van kan leren. Mijn kleine nichtje dacht er heel goed over na, ze had dat netje gekregen, het “gereedschap” om vis mee te vangen. Maar voordat ze ging vissen wilde ze er eerst zeker van zijn dat de vissen die ze zou vangen dit wel zouden overleven. Daarom vroeg ze haar vader ook nog om een emmer en water. Verder maakte het haar totaal niet uit of ze een flinke snoekbaars zou vangen of een zielig garnaaltje, en toen ze niets ving, hoewel ze er wél haar best voor had gedaan, hield ze goede moed en zei “morgen beter” wat ook weer twee dingen inhield, ten eerste was ze niet ontmoedigd en ten tweede had ze het voornemen om de andere dag wéér te gaan vissen.

Oké, maar wat kan je daarvan leren? Wij zijn door de Here ook voorbestemd om te vissen, vissers van mensen mogen wij zijn, maar om nou heel eerlijk te zijn had ik er nog nóóit bij stilgestaan of de mensen die ik probeerde te vangen, wel een overlevingskans hadden áls ik ze eenmaal had gevangen. Daar had ik nog nooit over nagedacht. Waar komen ze terecht, welk voedsel kan ik ze aanbieden, móét ik uberhaupt wel moeite doen óm ze in leven te houden? Want in feite brengen wij mensen tot leven als we ze van de Here Jezus vertellen en ze kiezen voor Hem. Maar om ze ook in leven te hóúden, dat kost meer moeite dan ze te vangen. Verder kun je soms best wel een vooroordeel hebben tegen sommige mensen waardoor je er niet gauw toe komt om juist hén te benaderen met het woord van God, je ziet de buitenkant van de mens en hebt er al je eigen conclusies uit getrokken, nee, die maar niet. Voor mijn nichtje maakte het niet uit, vis is vis, voor God maakt het overigens óók niet uit, waarom voor mij dan op sommige momenten wel……? En dan nóg een aspect, ik merkte bij mezelf dat ik veel te gauw moedeloos werd, ik kan me nog herinneren dat we vroeger met onze jeugdgroep heel veel straatevangelisatie hebben gedaan, maar dat het soms heel taai werk was en dan was ik snel ontmoedigd hoor, dan was ik de volgende week helemaal niet meer gemotiveerd om weer te gaan. En ook dát vond ik zo mooi van dit verhaal, dat kleine meisje was totaal niet ontmoedigd, en zulke dingen daar leer ik van.

Matth.4:18-20 : Toen Hij (Jezus) nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers. En Hij zeide tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken. Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem.

foto_1328890239[1]Ook wij mogen vissers van mensen zijn, maar zoals de Here Jezus het hier tegen Petrus en Andreas zegt, zo zegt Hij het ook tegen ons, Hij wil ons vissers van mensen “máken”. Deze twee broers wáren notabene vissers en tóch moesten ze het vissen van mensen, leren. Wij mogen dat ook leren, er wordt niet van ons verwacht dat we in het wilde weg gaan proberen om mensen te vangen, we mogen het leren, de Here wil ons hierin onderwijzen, ons laten zien hoe we dat het beste kunnen doen. En voor de éne is dat misschien met een eenvoudig uitgelegd Evangelie, voor de ander is het de liefde die er van hem/haar afstraalt, waardoor mensen nieuwsgierig worden, voor weer een ander is het wellicht een helpende hand, daar waar dat nodig is, waardoor men Gods liefde in de praktijk van zijn leven mag ervaren. Er zijn zoveel manieren en zoveel talenten onder de kinderen Gods. Ieder heeft van de Here God een eigen “gereedschap” gekregen waarmee hij/zij mag vissen. En mocht je vandaag geen visje vangen, dan misschien morgen wel…. toch?

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


1 + 6 =