Willekeurige bemoediging
  • Opgeruimd staat netjes.
    Opruimen, opruimen, opruimen….  hoe vaak heb ik dat niet geroepen tegen mijn kinderen toen ze nog klein waren. Dan stonden …
Recente reacties
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Mirror.

Met toestemming verteld.

Je kijkt me onderzoekend aan van de overkant van de tafel. Het is alsof je wilt peilen wat ik denk, ik zie onzekerheid afgewisseld met verdriet. Zonder dat ik je een hoorbare vraag stel begin je te praten:

Hoe komt het toch dat ik zo onzeker ben? Hoe komt het dat ik altijd het gevoel heb dat ik niet goed genoeg ben? Vroeger was ik zo heel anders, toen had ik juist het gevoel dat het heel logisch was dat mensen van mijn hielden. Toch ben ik het al heel jong kwijtgeraakt. Ik was heel erg gevoelig al hebben veel mensen dat nooit gemerkt en nog niet. Maar daardoor hoorde en zag ik vaak veel meer dan anderen en dan piekerde ik daarover. Ik kon er niet tegen als iemand boos op mij was, daar kon ik letterlijk onder gebukt gaan, maar ook dat is nooit echt opgepikt. Dingen die gezegd werden konden me dikwijls heel diep raken maar niemand had het in de gaten. Hierdoor ben ik vaak eenzaam geweest. Binnenin mij was een meer van tranen die nooit gehuild zijn. Er zijn in mijn leven situaties geweest die mij erg beschadigd hebben en die ervoor gezorgd hebben dat dat meer van tranen bevroor, waardoor er van alles vast kwam te zitten terwijl er ook veel over de spiegelgladde oppervlakte weggleed en nooit een ingang vond.

Ik kijk naar jouw gezicht aan de overkant. Het is nadenkend en enigszins in zichzelf gekeerd. Je ogen kijken mij aan zonder mij echt te zien en na een korte stilte ga je verder:

Een beetje warmte, een beetje medeleven, het bracht me in verwarring, want die warmte zorgde ervoor dat het ijs ging smelten en dat bracht tranen naar boven die ik niet wilde huilen. Die ijsvlakte was vertrouwd, de tranen niet. Toch hunkerde mijn hart juist naar die warmte, het was zo dubbel allemaal.

Terwijl je vertelt zie ik hoe de pijn in jouw ogen dieper wordt, ik zie hoe de herinnering opnieuw levend wordt en ik vraag me af of de pijn die jij voelt een vleug van herinnering is, een pijn die slechts op doorreis is, of dat het een pijn uit de diepte van je hart is, pijn die jouw metgezel is geworden. Ik vraag het aan je en je kijkt me aan met verwondering in je ogen als je verder gaat:

Ja, eigenlijk is deze pijn op doorreis. Hij was ooit mijn metgezel maar er was een dag dat ik begreep dat ik hem zelf de deur uit moest zetten, dat ik afscheid moest nemen van die oude pijn en dat ik mij uit mocht strekken naar de liefde en de warmte die de Here God mij wilde geven. Die dag heeft het begin van een verandering in mijn leven gemarkeerd die zich langzaam maar zeker verder heeft doorgezet. Het ijs smolt meer en meer en de tranen hadden een helende werking, mijn hart werd weer zacht. Maar nu is er een nieuw probleem ontstaan want mijn gevoel, dat mee bevroren was, is opnieuw tot leven gekomen en de dingen die eerder over de spiegel van ijs weggleden zonder mij te raken, komen nu wel degelijk binnen waardoor ik zeer kwetsbaar ben geworden. Hier worstel ik mee want ik weet niet hoe ik hiermee om moet gaan. Ik wil mij niet opnieuw afsluiten maar tegelijkertijd wil ik ook niet telkens weer gekwetst worden want dat is mij te vaak overkomen. Dát maakt dat ik bang ben om mijn diepste ik te laten zien, te laten ontdekken. Zodra iemand (te) dichtbij komt doe ik een stapje terug”.

Ik weeg jouw woorden in mijn hart en bid om wijsheid, en ik vraag je hoe jij jezelf ziet. Je vindt het moeilijk om hier een antwoord op te geven en denkt er diep over na. Uiteindelijk geef je wat aarzelend antwoord:

Ik denk dat ik er wel mag zijn, dat ik een waardevol mens ben maar niet iemand voor de 1e rij. Liever ergens achteraan waar ik niet opval, waar dus ook niemand mijn tranen kan zien, of de pijn op mijn gezicht als ik geraakt wordt. De wensen die nog in mijn hart zijn zal ik niet naar buiten brengen want het is mijn ervaring dat die niet beantwoord worden dus kan ik ze beter laten slapen, dan doet het ook geen zeer. Heel vaak zie ik mijzelf nog in de spiegel die men mij heeft voorgehouden, een spiegelbeeld dat een vertekend beeld geeft maar waar ik desalniettemin mijzelf nog wel in herken.

Er is boosheid in mijn hart, boosheid omdat leugens zo glad naar binnen kunnen glijden en zo’n hoop kapot kunnen maken. En ik vraag: “Weet je dan zeker dat jij dat bent? Of is het een leugen waarin je bent gaan geloven door de tijd heen? Bén jij zo of zegt men dat je zo bent?” Opnieuw zie ik een stukje verwondering, maar ook ergens een hoopvol oplichten van je ogen als je zegt:

Door er zo diep over na te denken begrijp ik het nu ineens veel beter, ik moet niet meer elke keer opnieuw in die spiegel kijken maar in de spiegel die God mij voorhoudt… Dan zie ik een heel ander beeld van mijzelf. Ook daarin herken ik mij (nog) niet helemaal maar het beeld is wel veel hoopvoller, veelbelovender. Het is een beeld waaraan ik mij op kan trekken, een beeld dat lief’lijk is en mooi.

Ik zie aan je dat je het echt begrepen hebt en ik hoop dat je dit ook vast kunt houden zodat het beeld in de spiegel van God je steeds meer en meer eigen zal worden!

Is er iemand die jouw diepte mag doorgronden?
Is er iemand die jouw hart volkomen kent?
Is er iemand die bij jou mag binnenkomen
en mag weten wie jij echt van binnen bent?

Aan de buitenkant lijk je wel heel erg open
en in zekere zin is dat ook best wel waar,
maar er is van binnen nog een deur gesloten
en hem opendoen voel jij als een gevaar.

Toch heb ik gezien dat deze deur geen slot heeft,
hij is open, slechts een duwtje is genoeg
om toegang tot dat keldertje te krijgen,
dat heb ik gemerkt door de dingen die ik vroeg.

Ik pak je hand en wij gaan samen door die deur heen,
het is daar donker in de ruimte waar ik loop
maar er is nu een lichtje dat je meedraagt,
een kaarsje met een vlammetje van hoop.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


4 + = 12