Willekeurige bemoediging
  • 4. ’t is zonde…
    Vandaag het laatste van een viertal blogjes. In Lucas (vs.36-50), staat een stukje geschreven over een zondares. De Here Jezus wordt …
Recente reacties
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Job.

banner4[1]

Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd. Job 42:5.

Dit zegt Job in het allerlaatste hoofdstuk, “ik kende U van horen zeggen”. Is dit dezelfde Job waarover God in het eerste hoofdstuk tegen de satan zegt in vers 8: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is zoals hij, zó vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. En dan zegt de satan tegen God, ja, geen kunst aan, U geeft hem alles wat hij maar zou kunnen begeren, U zegent hem en zijn huis en zijn werk…. maar als U dat alles van hem af zou pakken, dán zou ik hem nog weleens willen zien.En dan geeft God de satan toestemming om in Job’s leven zijn gang te gaan, alleen Job’s leven mag hij niet nemen.

Nou, we weten wel wat er dan gebeurt, Job raakt alles kwijt wat hij ooit bezat, tot aan zijn kinderen toe, hoe verschrikkelijk moet dat zijn geweest, de ene “jobstijding” na de andere, de éne ellende nog groter dan de andere. En tóch, door alles heen verliest hij nooit het contact met God, hij blijft toch altijd weer met Hem in gesprek. En soms hele pittige gesprekken, zo vervloekt Job zelfs de dag waarop hij geboren werd.

Aan de andere kant vind ik het van God ook heel wat, om satan toestemming te geven om Job zó te beproeven, wat moet Job in zijn leven een vertrouwen bij God hebben opgebouwd dat God zó zeker van zijn zaak was. En dat vind ik dan ook het mooie van Job, hóé goed het hem ook ging, hij was altijd bezig met God, hij stond ’s morgens vroeg op om brandoffers te brengen voor zijn kinderen, hij heiligde hen telkens weer en de bijbel zegt dat Job “de rijkste man van alle bewoners van het Oosten” was. En misschien herken je het ook wel, maar als het je goed gaat dan is de behoefte om God te zoeken toch snel wat minder dan wanneer het slecht gaat, niet voor niets kennen we het spreekwoord “nood leert bidden”. Maar Job had geen nood nodig om te bidden, hij deed het sowieso. En dan gaat alles mis in zijn leven, en hóé. Maar inplaats van God vaarwel te zeggen, blijft hij in gesprek, en er zijn momenten dat Job God ter verantwoording roept, dat Hij Hem beschuldigd, maar er komt daar wel een dialoog, Job spreekt niet meer alleen tégen God en óver God, maar nu ook mét God.

Als er nood komt in ons leven, dan kan dat op twee manieren uitwerken, óf het brengt ons bij God vandaan, óf juist heel dichtbij, Job bleef God zoeken, hij bleef als het ware zoeken naar de God die hij kende van de verhalen, de God die hij zijn brandoffers bracht, de God die hem zegende, deze God, die al deze ellende over hem had gebracht ( zo dacht Job ) kende hij niet, waar was zijn God? En hij had er genoeg van om alleen maar te hóren over God, hij wilde Hem zíén, Job kende de hand van God, Job kende de zegeningen van God, Job kende ook de wetten van God, maar God zélf kende hij (nog) niet.

En dan het mooie, dat Job uiteindelijk die woorden spreekt, Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen… maar nu heeft mijn oog U aanschouwd! Prachtig, God werd zichtbaar in de nood en ellende van Job. Ik vind dat zoiets moois en waard om te onthouden en over na te denken, hoe ga ik om met de nood in mijn leven? Uiteindelijk werd Job zeer gezegend en gaat het allerlaatste stukje van het boek Job over “Jobs gezegend einde”.

Ken ik U slechts van “horen zeggen”
ken ik alleen Uw hand misschien?
heb ‘k uit die hand mogen ontvangen
zonder de Gever ooit te zien?
Och Here, hoe het mij ook gaat
‘k geef U mijn dank en mijn vertrouwen,
’t is mijn verlangen dat mijn oog
op élk moment U mag aanschouwen.

banner4[1]

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


2 + 9 =