Willekeurige bemoediging
  • Het kwaad overwinnen.
    Gistermorgen was ze er weer, een aardige oudere dame die regelmatig aan mijn deur komt om een praatje te maken …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Weet je het niet??

gele rozen 2

Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de Here, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden. Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte. Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen, maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat. Jesaja 40:28-31.

Dat is nog eens een statement hè? Hier wordt de grootheid van de Here God nog eens duidelijk onderstreept. “Weet je het niet? Heb je het niet gehoord?” Met andere woorden, moet je nou toch es horen hoe geweldig de Here God is. Mooi vind ik dat, zo’n stukje brengt je weer eventjes met de neus op de feiten, want dat zijn het: feiten! Zaken die werkelijk zo zijn zoals ze hier voorgesteld worden. De Here God heeft Zich door de tijd heen zo dikwijls bewezen, de Bijbel heeft zich door de eeuwen heen waarachtig getoond en er blijft geen ruimte voor twijfel. Het is zoals het er staat en dat geeft rust en zekerheid. Voor mij in ieder geval wel.

Weet je, elke dag worden we geconfronteerd met “verwachtingen”, de verwachtingen die mensen van ons hebben, de verwachtingen die we van onszelf hebben en waarin we onszelf en anderen maar al te dikwijls teleurstellen, maar ook bijvoorbeeld de verwachtingen van het RIVM momenteel over hoe de cijfers omtrent de coronacrisis zich ontwikkelen, of zoiets simpels als de weersverwachting die we elke dag kunnen horen of bekijken.

De meeste verwachtingen die wij als mensen hebben lopen uit op een teleurstelling en dikwijls durven we niet eens meer iets te verwachten en kunnen we alleen maar “hopen”. Momenteel hopen we dat onze ouderen weer wat meer bezoek mogen hebben, dat we weer meer erop uit kunnen gaan, dat onze baan behouden blijft, dat onze zaak weer geopend mag worden, dat onze vakantie alsnog door kan gaan, enz,enz. Maar ook op allerlei ander vlak kunnen we zorgen hebben en hopen op betere tijden of berichten. Er zijn zoveel dingen die we graag zouden willen en waarop we hopen maar die we niet durven verwachten. Eigenlijk best verdrietig en ook deprimerend als je er goed over nadenkt. En dan zijn daar deze hoopvolle woorden uit Jesaja: “Heb je het niet gehoord? Weet je het niet? Luister nou toch nog es hoe Groot de Here God is”

Als je niet meer durft te verwachten, als je alleen nog maar durft te hopen, lees dan nog een keertje deze mooie en bemoedigende woorden en weet dat je van de Here God juist wel mag verwachten, elke keer en iedere dag weer.

Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de Here, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden. Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte. Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen, maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat. Jesaja 40:28-31.

gele rozen

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Wat houdt je bezig?

1 zonnebloem

Ik log in op mijn site en in de rechter bovenhoek staat een vak met daarin de vraag: Wat houdt je momenteel bezig? Het is een vakje waarin je even snel wat zinnen kunt opschrijven als concept voor een nieuw blogje.

Deze vraag zet mij tot nadenken en wat mij op dit moment bezig houdt is het volgende: Sinds afgelopen dinsdag is het in het huis waar mijn moeder woont weer toegestaan om 1 bezoeker te ontvangen. Dat moet 1 vaste persoon zijn en vooralsnog mag die dan 45 minuten per week, op afspraak mijn moeder bezoeken. Nou, we waren natuurlijk al blij dát er iemand mocht komen en we hebben onder elkaar besloten dat dat mijn zus mocht zijn. Vorige week kreeg ze al bericht dat ze voor deze week dan haar eerste bezoek zou mogen brengen en zij heeft toen ook meteen een afspraak gemaakt waarop ze dinsdag mocht komen. En hoewel het bezoek gepaard gaat met een heel protocol was het toch heel fijn voor haar en voor mijn moeder om weer even samen te zijn. De reden dat er voor 45 minuten per bewoner werd gekozen was om iedereen de gelegenheid te geven bij zijn of haar familielid langs te komen. Er wonen daar heel wat mensen in de woningen, zorghotel en dementen afdeling dus dat zou druk genoeg worden. Maar wat schetst onze verbazing dat mijn zus gisteren gebeld werd met de vraag of ze misschien zin had om nóg een keertje te komen, en ook voor volgende week heeft ze inmiddels al 2 afspraken staan met uitzicht op misschien wel meer keren om langs te komen. Uiteraard waren we hier zelf heel erg blij mee maar tegelijkertijd was er ook een gevoel van verdriet want was er dan maar zo weinig belangstelling van mensen om hun familie te bezoeken? Ik weet het niet, ik heb geen idee hoe dat verder in elkaar steekt maar het bleef toch in mijn gedachten steken.

Ik weet dat er in het huis, het woon-zorgcentrum waar mijn moeder woont mensen zijn die nooit of bijna nooit bezoek krijgen. De reden hiervoor kan natuurlijk heel divers zijn, denk aan kinderen die ver weg wonen, mensen zonder kinderen, mensen met sowieso bijna geen familie meer of noem het maar op. Feit is dat deze mensen vooral nu extra eenzaam zijn. Waren ze voorheen gewend om elke dag gezamenlijk koffie te drinken, gezamenlijk te eten en allerlei activiteiten te doen, nu zijn ze veroordeeld tot hun eigen kamer. Hoe moeilijk is dat. In het huis waar mijn moeder woont doet het personeel heel erg hun best om juist nu tijd te maken voor een praatje, een spelletje of iets anders om de mensen wat af te leiden dus daarvoor alle lof. Maar op hoeveel andere plaatsen zoals tehuizen of ook gewoon bij de mensen thuis, zijn er eenzame mensen? Wij kunnen niet achter alle deuren kijken, en áls we dat al zouden kunnen dan zouden we nog niet achter de deur van de harten van mensen kunnen kijken. Hoe vaak wordt de pijn en het verdriet weggestopt achter een glimlach?

Weet je, als je hierover nadenkt dan lijkt het onmogelijk om al die eenzame mensen te helpen, hoe moet je ze vinden en wat zou je dan sowieso kunnen doen? Wij bellen heel vaak met onze moeder, mijn 2 zussen en ik sowieso elke dag en mijn broers, schoonzusjes, onze kinderen en kleinkinderen, bellen ook regelmatig. Soms heeft mijn moeder uren per dag telefoon of skype gesprekken en dat is mooi. Toen ze nog wel gewoon bezoek mocht hebben was er elke dag bezoek en nu dat niet mag wordt ze door niemand vergeten. Maar wat kunnen we dan doen voor al die mensen die zich wél vergeten voelen? Kunnen we daar iets voor doen? Ja, ik denk het wel.

Nogmaals, we kunnen niet het leed van de hele wereld dragen, dat hoeft ook niet, en we hoeven het zelfs niet voor een déél daarvan te doen. Als iedereen nou eens 1 persoon in zijn of haar omgeving zou zoeken die alleen is, en je zou die persoon af en toe bemoedigen door een praatje (op afstand natuurlijk) of een kaartje in de bus, of een bloemetje op het stoepje dan zou dat al zoveel goed doen. Het hoeft helemaal niet veel te zijn, gewoon de kleine dingen waardoor men zich gezien en opgemerkt voelt. Slechts eentje per persoon, hoeveel mensen zouden er dan niet opbloeien en opleven? En daarnaast mogen we voor zo iemand bidden, dat de Here God, door onze daden heen, gezien zal worden door de mensen. Geen woorden maar daden, de liefde van de Here God handen en voeten geven, juist dat is zo belangrijk en juist dat raakt mensenharten aan. Wat denk je? Is het iets om over na te denken? Iets om te gaan doen, ieder eentje om mee te beginnen en wie weet wat daar verder nog uit voort komt.

Als de Here God bezig is met Zijn schepping dan maakt Hij ook Adam, en als Hij dan naar Adam kijkt zegt Hij : Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. Genesis 2:18. 

De Here God wil niet dat de mens alleen/eenzaam is en Hij schiep toen een ander mens voor Adam, namelijk Eva die bij hem paste. Een helper wordt zij in dit Bijbelvers genoemd. Ook vandaag wil de Here God helpers uitzenden, wij mogen zo’n helper zijn, jij en ik.

2 zonnebloemen

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Ken ik U?

roze bloemen

De vorige keer heb ik het gehad over het kennen van de Here God… Ja, kun je dan zeggen, hoe zouden wij nietige mensen ooit de Here God echt kunnen leren kennen? Nou, weet je, Hem helemaal kennen en doorgronden zal ons nooit lukken, dat ben ik helemaal met je eens maar we kunnen Hem wel voor een heel groot deel leren kennen. Hij heeft niet voor niets een heel dik boek laten schrijven waarin Hij Zichzelf bekend maakt, waarin Hij laat weten hoe Hij over dingen denkt en waarin Hij heel duidelijk aangeeft hoe wij een vertrouwelijke omgang met Hem kunnen hebben. Hij heeft het, door het offer van de Here Jezus, mogelijk gemaakt dat we tot Hem mogen naderen en dat we met Hem mogen spreken en naar Hem mogen luisteren. Hij verlangt ernaar dat we alles met Hem delen, de fijne dingen maar ook de moeilijke dingen, de verdrietige dingen. Hij heeft interesse in elk aspect van ons leven…. maar hoe is dat andersom? Hoeveel tijd neem ik, nemen wij, om ons echt te verdiepen in wat Hem beweegt? En dan bedoel ik niet de theorie maar de praktijk. Elke dag opnieuw nemen we de tijd om tegen Hem te spreken. We leggen Hem onze problemen voor, hebben allerlei vragen, willen raad, vertroosting, uitkomst, en dat mag, dat is helemaal niet verkeerd, maar hoe dikwijls vraag ik, vragen wij, naar Zijn wensen? Zijn we ons bewust dat Hij ook op die vraag een antwoord wil geven? Dat Hij dat samen met ons heel graag zou willen delen?

Als je een relatie hebt met een partner, een ouder, een kind, een broer of zus of met wie dan ook, dan is dat geen éénrichtinsverkeer, de liefde moet van beide kanten komen. En als je echt van iemand houdt dan wil je die ander graag blij maken. Dan ga ik bij mijzelf onderzoeken in hoeverre ik zég dat ik van de Here God houd en in hoeverre mijn dáden naar Hem toe zeggen dat ik van Hem houd en dan moet ik constateren dat ik daarin behoorlijk tekort schiet…

Maar, tegelijkertijd met dit besef is er ook de wetenschap dat ik er iets aan kan doen. Op het moment dat je iets inziet kun je het ook veranderen. Dat is een bewuste keuze die je kunt maken en als ik dan die keuze maak en ik vraag aan de Here God wat nou Zijn wensen zijn voor de dag die voor ons ligt dan is het niet zo dat ik dan een lijstje krijg met daarop de wensen, maar dan voel ik in mijn hart, gewoon door de dag heen, wat Hij graag zou willen. Hoe Hij zou willen dat ik in een situatie reageer, of dat ik mensen aanspreek en bemoedig, of iemand een stukje hoop breng , in welke vorm dan ook, of dat ik gewoon, heel stil, in Zijn nabijheid ben zonder dat we spreken, zomaar alleen maar stil zijn.

God leren kennen, het klinkt moeilijk, of zelfs onmogelijk, maar dat is het niet, echt niet. De Here God wil zich laten zien, laten kennen en hoe meer wij Hem leren kennen des te groter wordt ook ons vertrouwen dat Hij alle dingen in Zijn handen heeft en dat Hij er altijd is. We hoeven Hem niet te begrijpen, als wij onze kinderen opvoeden dan vragen kinderen heel vaak “waarom” en soms moet je gewoon zeggen “daarom!” omdat het op dat moment niet uit te leggen valt maar zelf weet je dat je het alleen voor de bestwil van het kind doet. Wij zijn Gods kinderen en ook bij Hem is er soms alleen een “daarom΅ maar als we Hem leren kennen en vertrouwen kunnen we daarmee vrede hebben.

Romeinen 5:1-5: En nu we door ons geloof zijn vrijgesproken van schuld, hebben we vrede met God. Die vrede hebben we te danken aan onze Heer Jezus Christus. Door wat Hij heeft gedaan, kunnen we door ons geloof nu ook genieten van Gods liefdevolle goedheid voor ons. En door Hem kunnen we ook altijd blij zijn. Want we weten dat we straks in zijn heerlijke aanwezigheid mogen leven. Maar dat is niet het enige. We zijn ook blij als we het moeilijk hebben. Want door moeilijkheden leren we om vol te houden. En doordat we leren volhouden, wordt onze geest sterk. En doordat onze geest sterk wordt, leren we om steeds meer op God te vertrouwen. En als we op God vertrouwen, zal Hij ons nooit teleurstellen. Want God heeft zijn liefde in ons hart uitgestort door ons zijn Heilige Geest te geven.

roze bloemen

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Hemelvaart.

hemelvaart 2

Ik heb zo eens na zitten denken over de Hemelvaart van de Here Jezus. Weet je, eigenlijk is Zijn Hemelvaart een “gegeven” iets dat ieder jaar terugkomt, iets waarover je op school en in de zondagsschool al hoorde spreken en ik heb daar al vaker over nagedacht dat het voor de discipelen echt heel moeilijk geweest moet zijn. Zij hadden met Hem jarenlang opgetrokken, ze hadden van Hem geleerd, ze hadden grote wonderen meegemaakt, ze hadden gezien hoe Hij zieken genas, doden opwekte, de woeste zee tot kalmte bracht, duizenden mensen te eten gaf van het lunchpakketje van een kleine jongen, ze hadden zijn compassie gezien met mensen die door de maatschappij uitgespuugd werden, zoals de overspelige vrouw, of Zacheüs bijvoorbeeld. Ze waren samen onderweg, hebben samen gesproken, samen gegeten, samen lief en leed gedeeld. Ze hebben ook gezien hoe Hij gevangengenomen werd, hoe Hij een doornenkroon op het hoofd kreeg, hoe Hij gegeseld werd en hoe Hij tenslotte aan het kruis werd genageld. Ze hebben Zijn smartelijke kreet naar Zijn Vader gehoord en ze hebben gezien hoe Hij daar overleed en hoe Hij ten grave gedragen werd. Als je daarover nadenkt dan is het leven met de Here Jezus één grote rollercoaster aan emoties geweest dat eindigde in een groot verdriet want Jezus was gestorven. Ja, natuurlijk had Hij gezegd dat Hij uit de dood zou opstaan maar daar geloofden ze niet echt in, want dood is dood tenslotte toch? Maar wie schetst hun verbazing en grote vreugde toen Hij uit de dood bleek opgestaan, eerst ongeloof en later enorme blijdschap. En dan heb je Hem net weer terug en dan hoor je dat Hij terug gaat naar Zijn Vader in de Hemel. Pfff, wat een enorme schok, teleurstelling en verdriet moet dat geweest zijn. Dan zie je met eigen ogen hoe jouw geliefde Jezus in de wolken verdwijnt. Ach, natuurlijk had Hij hen bemoedigd door te zeggen dat Hij hen niet als wezen achter zou laten en dat Hij de Trooster zou zenden, maar ik kan me voorstellen dat ze dat op het moment dat de Here Jezus in één keer aan hun ogen ontrokken werd, die woorden even vergeten waren…

Toch heeft de Here Jezus woord gehouden, Hij hééft de Trooster gezonden, de Heilige Geest en óók dat was weer een groot spektakel want er verscheen vuur boven hun hoofden. Zo bijzonder als je daar over nadenkt hè? Maar ook heel bijzonder als je bedenkt dat diezelfde Heilige Geest er vandaag de dag nog steeds is. De Trooster, de Leidsman die ons elke dag begeleidt en ons wijst op de Here Jezus. Hij leert en onderwijst ons, Hij helpt ons in alle dingen. Dat is zó groot om je te bedenken, het hoort allemaal bij het heilsplan van de Here God en daar begrijp je niets van. Maar het mooie vind ik dan dat het de Here God er in de eerste plaats sowieso niet om ging om Hem te begrijpen, maar dat Hij ernaar verlangt dat wij Hem leren kénnen. Maar daarover wil ik graag de eerstvolgende keer nog even verder praten.

Voor vandaag, Hemelvaartsdag, vind ik het zo vertroostend om mij te bedenken dat de Here Jezus de discipelen en ook ons niet plompverloren heeft achtergelaten. Hij heeft Zijn reddingswerk volbracht en daarna is Hij ons voorgegaan om voor ons een plaats te bereiden in het Vaderhuis, het einddoel van onze reis, daar waar Hij ons op zal wachten als onze tijd op aarde erop zit. Hoe geweldig zal dat zijn, wát een vooruitzicht!

Romeinen 5:6-8:Want op de tijd die God had bepaald, is Christus voor ons gestorven. Op dat moment waren we nog hulpeloos en trokken we ons nog niets van God aan. Het is al heel bijzonder als iemand zijn leven wil geven om een góed mens te redden. Misschien heeft iemand daar nog de moed voor. Maar Christus heeft zijn leven voor ons gegeven toen we nog sléchte mensen waren. Daarmee bewijst God hoeveel Hij van ons houdt. 

hemelvaart 1

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Schoonheid.

mieren

Gistermorgen deed ik mijn keukenkastje open om wat broodbeleg te pakken en wat schetst mijn verbazing toen ik daar ineens een komen en gaan zag van allemaal mieren. Ze wriemelden door elkaar met hun zwarte lijfjes en ik keek ernaar met eh, hoe zeg ik het netjes, enig ongenoegen. Ik vind het namelijk nogal onsmakelijk. Desalniettemin, toen ik mijn kastje leeghaalde om de mieren te verwijderen zag ik hoe ze alles links lieten liggen en alleen maar met z’n allen aan een honingpot hingen en daarlangs op en neer liepen. Fascinerend hè? Die beestjes komen ergens binnen, weten dan feilloos de kortste route te vinden naar dat éne specifieke kastje waar die honingpot staat en daar doen ze zich tegoed aan wat er blijkbaar net onder het schroefdeksel te vinden was. Hoewel ik die beesten echt niet mag vind ik het wel superknap!!

Jaren geleden, toen de kinderen nog klein waren, had ik ook eens zo’n miereninvasie. Ze kwamen via de vensterbank in de woonkamer naar binnen, baanden zich een weg naar de keuken en gingen daar op jacht naar voedsel. Ik wilde iets van een mierenbestrijder halen maar het was zondag en alles was dicht. Na enig nadenken besloot ik om in de bewuste vensterbank een lepel met stroop te leggen want, zo dacht ik, dan gaan ze in ieder geval niet mijn hele huis door want dan kunnen ze zich meteen bij de ingang tegoed doen aan de stroop. Toen ik ’s avonds ging kijken zag ik hoe er een aantal dode mieren in de stroop lagen, die waren waarschijnlijk vastgeplakt in de stroop en hadden zich niet los kunnen maken, dat vond ik toch zielig, ik had er niet bij stilgestaan dat dat zou kunnen gebeuren. Maar ze waren toch al dood en dus heb ik de lepel daar laten liggen. Toen ik de andere morgen opstond en poolshoogte ging nemen was de hele lepel leeg en blinkend schoon, alsof hij in de vaatwasser had gezeten, echt onvoorstelbaar.

Het fascineert mij elke keer weer als ik zie hoe de Here God alles heeft gemaakt, hoe alles zo door Hem is gefinetuned, het doet waartoe het geschapen is. De bomen die ieder jaar opnieuw groen blad krijgen, bloesem, vruchten, de vogels die, al dan niet, naar het zuiden trekken om te overwinteren maar dan altijd weer terug komen, alles heeft zijn eigen identiteit die er door de Schepper is ingelegd. Het zijn dingen die mij, meer dan anders, in deze tijd bezighouden. Dingen ook waar je veel meer van geniet dan anders.

En terwijl ik deze dingen zo overdacht bedacht ik me ook dat wij, de mensen, “de kroon op de schepping” worden genoemd… Dat te bedenken is echt heel bijzonder, het beste van het beste, dat zijn wij, hoogst persoonlijk bedacht en gemaakt door de Here God, onze Schepper, onze Vader. Zoals het staat in Psalm 139:13-16:

Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer wel. Mijn gebeente was voor U niet verholen, toen ik in het verborgene gemaakt werd, gewrocht in de diepten van het aardrijk; uw ogen zagen mijn vormeloos begin; in uw boek waren zij alle opgeschreven, de dagen, die geformeerd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond.
Wij zijn bijzonder, speciaal, een kunstwerk van Gods hand en als ik voor mijzelf spreek dan sta ik daar veel te weinig bij stil. Ik zie mijn fouten en tekortkomingen en alles wat ik liever anders had gezien, maar ik vergeet om Gods grootheid te zien in mijzelf en soms ook in anderen. Misschien toch iets om eens veel vaker bij stil te staan? Voor mij wel in ieder geval. Ik wens je een hele mooie en gezegende dag en geniet van de schoonheid die de Here God in de natuur en in jou heeft gelegd!
schoonheod
facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Herdenken en gedenken.

vlag

Terwijl ik op het gemakje langs de stille weg naar mijn moeder rijd geniet ik van al het groen om mij heen. Overal staan de bomen weer mooi in het blad, hier en daar staan er wat bloesembomen te stralen en halverwege de weg staan er heel veel koeien in de wei. “Hallo dames, wat gezellig dat jullie er weer zijn” zeg ik, ofschoon geen koe me kan horen natuurlijk, maar dat geeft niet. Het is gewoon het gevoel van vrijheid waar je zomaar even van mag genieten. Ik mag mijn moeder niet bezoeken maar wel mag ik haar spullen brengen, dat wordt dan in een sluis gezet en van daar brengen de verzorgers het dan naar mijn moeder toe. Voorheen ging ik elke dag naar haar toe, elke middag was ik een paar uurtjes bij haar maar sinds de beperkingen vanwege het coronavirus bellen we elke dag en breng ik geregeld wat spullen naar haar toe. Af en toen skypen we ook, dan zitten we meestal met een stuk of 3-4 tegelijk op de lijn en dan kletsen we gezellig met elkaar. Ik moet zeggen dat mijn moeder het fantastisch doet, ze is altijd positief en ze maakt er het beste van. Ik ben dankbaar voor haar.

Maar ik dwaal af, ik reed dus onder de bomen door, ik had een kleine omweg genomen om door het boerenland te rijden en ik genoot van alles wat groeit, bloeit en loeit en dat was heerlijk. Thuisgekomen viel het me ineens op dat de bomen, die vlak voor mijn raam staan, nu eindelijk ook het eerste groen beginnen te vertonen. De hele straat is inmiddels al mooi fris groen maar deze twee bomen zijn altijd wat later dan de rest. Het zal wel bij de soort passen denk ik maar als ze dan ook goed in het blad zitten zijn het schitterende bomen die een sieraad zijn in onze straat. Omdat ze al oud zijn zijn ze ook behoorlijk groot en dan zie ik dikwijls hoe er, zo vlak voor mijn raam, een vogelpaartje zit. Ze zitten daar altijd met z’n tweeën en het ziet er gezellig uit daar in die boom. Van tijd tot tijd sturen ze een roep uit die dan van verschillende kanten beantwoord wordt en ook dat vind ik heel bijzonder. De natuur is mooi en bijzonder, hoe prachtig heeft de Here God toch alles gemaakt. Zomaar simpele dingen waar je blij van kunt worden. Het geeft een gevoel van vrijheid als je zo met deze dingen bezig bent, dat is normaal al zo maar nu, juist in deze tijd, waarin we veel thuis zitten, voel je die vrijheid nog meer.

Het is vandaag 5 mei, Bevrijdingsdag, een dag die we elk jaar met elkaar vieren. De mensen die de/een oorlog hebben meegemaakt zullen dit dieper beleven dan mensen zoals ik die geen oorlog hebben meegemaakt. Door de vele verhalen die we in de loop der jaren hebben gehoord kunnen we ons er enigszins een beeld van schetsen maar de echte angst en het voortdurend op je hoede zijn is iets dat ik niet echt kan meevoelen. Mijn ouders hebben de oorlog meegemaakt, alle twee geboren in Rotterdam hebben ze het bombardement meegemaakt, hebben ze gezien hoe mensen tegen een muur gezet zijn en doodgeschoten, hebben ze zelf in hachelijke situaties gezeten, kennen ze de honger van de hogerwinter en ook de euforie van de bevrijding. Mijn vader is inmiddels al een aantal jaren geleden overleden maar mijn moeder, nu 85 jaar oud, kan zich de smaak nog herinneren van het Zweedse wittebrood dat uit de lucht kwam aan parachutes toen de oorlog voorbij was. Dát was pas een feest!! Maar daarna was er nog lange tijd armoede, alles was op de bon, de mensen hadden weinig en er moest keihard gewerkt worden om ons land weer een beetje op te bouwen, er was veel verdriet dat verwerkt moest worden en zo was- en is er nog steeds- een hele nasleep van de oorlog. Alle respect voor deze generatie die een hoge prijs heeft betaald en die met veel moed en doorzettingsvermogen het leven weer heeft opgepakt, zij zijn de helden die het voor ons hebben mogelijk gemaakt om in dit land te kunnen leven.

Weet je, als je voor de Here God kiest, je jouw leven in Zijn hand legt en Hem vertelt dat je bij Hem wilt horen dan is dat ook een bevrijding, je kiest ervoor om een nieuw leven te beginnen, om al het oude achter je te laten en op het moment zelf is er feest, ja zelfs feest in de Hemel, wist je dat?

Dat kun je lezen in: Lukas 15:1-7

“Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar hem te luisteren. Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.”

Bijzonder hè? Zo blij is de Here God met ons. Laten we van deze Bevrijdingsdag een bijzondere maken nu hij toch sowieso al anders is dan anders. Een Bevrijdingsdag met een dubbele lading, ten eerste om te “herdenken” maar ten tweede om te “gedenken”, ons te realiseren hoe groot het geschenk is dat de Here God ons heeft gegeven door het offer van Zijn Zoon, de Here Jezus, Hij die onze zonde op Zich heeft genomen en de prijs ervoor heeft betaald zodat wij in vrijheid kunnen leven!

gedenken

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

De ene hand…

verjaardag

Dinsdag werd mijn kleindochter 10 jaar en omdat je 3 mensen, op gepaste afstand dan wel, mag ontvangen mocht ze dus kiezen wie er op haar verjaardag mocht komen. Haar 2 oma’s en haar opa waren de uitverkorenen en dus was ik gezellig even op verjaarsvisite. Nou, ze was heel blij dat we er waren, ze had nieuwe verjaardagskleren aan en ze straalde. Heerlijk om te zien. Als verrassing hadden alle andere familieleden, die er dus niet bij mochten zijn, een videoberichtje gestuurd en daar had mijn jongste dochter een filmpje van gemaakt en dat vond ze natuurlijk superleuk en het werd nóg leuker toen er een krat met cadeautjes tevoorschijn kwam die velen hadden gekocht en die ze dus ook nog mocht uitpakken. Wat een feest was dat, ze was er helemaal blij mee. Het is zo leuk om zo’n blij meisje te zien die in eerste instantie een aantal weken geleden heel verdrietig was toen ze begreep dat haar verjaardag dit jaar vanwege de corona maatregelen niet echt gevierd kon worden.

Ach, zo probeer je er toch iets gezelligs van te maken voor elkaar en als het gaat om feestelijke dingen dan is dat niet zo moeilijk. Veel moeilijker is het om verdriet en pijn te verzachten die in deze tijd ook zo aan alle kanten rondom ons aanwezig is. We horen het dagelijks als we naar het nieuws luisteren, we zien het in de ogen van mensen die we tegenkomen en dat is moeilijk want je zou zo graag iets doen om te helpen, je zou echt een verschil willen maken. En terwijl ik dat dan bedenk dan weet ik ook dat er wél iets is dat ik kan doen, de bijbel leert ons dat we moeten doen wat onze hand vindt om te doen en ik heb het ooit al eens eerder gezegd, dan is het soms alleen mijn ene hand die mijn andere vindt en dan vouw ik ze samen en bid…

Als ik mijn ogen sluit oh Heer

dan voel ik hoe mijn tranen

zich glijdend langs mijn wangen

hun eigen wegen banen.

Aan de ene kant is dankbaarheid

voor al Uw zegeningen,

maar aan de andere kant een groot verdriet

om al die nare dingen.

Heer deze wereld is in nood

en wij kunnen niet helpen,

we voelen ons vaak machteloos

niet in staat het leed te stelpen.

Maar wij mogen in erbarmen

onze handen vouwen,

we mogen spreken uit ons hart

en op Uw liefde bouwen.

Dan bid ik U Heer om Uw troost

voor elk gebroken leven,

voor harten die rondom hen staan

en stille liefde geven.

Waar niemand echt kan helpen,

geen woord de pijn verzacht,

bent U als enige in staat

te wonen in hun nacht.

Tastbaar dichtbij, voelbaar aanwezig,

zonder een stem of woord,

maar ik weet dat juist dan het hart

Uw trouwe liefde “hoort”.

Moge de Here je deze dag omringen met Zijn liefde, Zijn vertroosting en moge Hij Zijn vrede in jouw hart leggen!

morgenstond

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Vergeet dat niet!

bloesem

Goedemorgen lieve lezers,

Van verschillende kanten heb ik de vraag gekregen wanneer ik weer iets op mijn site ging plaatsen. Het is, behalve dat ik wel wat kerstverhalen heb geschreven, al een tijdje stil hier op mijn site. Ach, weet je, je hebt wel eens van die tijden dat er heel veel gebeurt in je leven, dat je aan alle kanten tegelijk wilt zijn maar tegelijk merkte ik dat ik ook even geen echte inspiratie had dus heb ik even een time-out genomen. Ik wil nu niet zeggen dat ik hier dagelijks iets zal posten maar wel van tijd tot tijd weer even iets van me laat horen.

We leven in een gekke tijd, de coronacrisis heeft de hele wereld in zijn greep. Onvoorstelbaar hoe in zó korte tijd een hele wereldbevolking in de ban van dit virus is geraakt en hoe dit invloed heeft op echt alles! Het is verschrikkelijk om te horen hoeveel mensen er al aan zijn overleden en hoeveel mensen er op dit moment liggen te vechten voor hun leven. De angst is wereldwijd net zo hard gegroeid als de besmetting met het virus en niet ten onrechte want het is een verschrikkelijke, verwoestende, levensbedreigende ziekte. We moeten afstand houden van elkaar, als je in een winkel je boodschapjes doet dan moet je opletten waar je loopt zodat je elkaar de ruimte geeft, ik mag niet meer naar mijn moeder die in een zorginstelling woont, ik zie veel van mijn familie en kinderen alleen via skype of hoor ze via de telefoon of whatsapp, sommigen zie ik nog wel maar dan ook op gepaste afstand, heel raar allemaal en “onnatuurlijk” want we zijn niet gemaakt om op afstand van elkaar te leven maar om samen te zijn.

Toch heeft deze tijd voor velen ook mooie kanten, er is meer rust, iets wat in deze hectische tijd vaak heel erg ontbreekt in onze levens, er is meer tijd om te genieten van de natuur, de vogels die zingen, alle bomen die weer groen worden, de bloesem die alles zo mooi en levendig maakt, het zijn beloften voor- en de markering van- een nieuw seizoen. Het is ook een tijd waarin mensen tot bezinning komen en zich voor het eerst of opnieuw keren naar de Bijbel en naar de Here God.

En hoe is dat dan voor “ons christenen” die al heel wat jaren meelopen en als “kinderen van God” onszelf altijd hebben geprofileerd? Hoe is dat als het gevaar zo dichtbij is, als het rondom ons is, als het onszelf raakt? Het is een vraag die iedereen alleen voor zichzelf kan beantwoorden en ook ik kan die vraag alleen voor mijzelf beantwoorden. Ik zal heel eerlijk zijn en jullie vertellen dat het beangstigend is! Niet het idee dat je zou overlijden door deze ziekte, want in dat geval mag ik naar mijn Heer en Heiland en dat is alleen maar heerlijk. Nee, de gedachte dat je zo´n verschrikkelijk lijden zou moeten doormaken, en dan vooral de gedachte dat één van je geliefden dat zou moeten doormaken., dáár maak je je grote zorgen over en dát is het wat het beangstigend maakt en dan is het zaak om vast te houden aan dat wat ik altijd heb geloofd, geproclameerd en ervaren, namelijk dat Hij, God, alle dingen in Zijn handen heeft! Dat is niet mijn waarheid maar dat is DE waarheid!

Ik deed een paar weken terug een appje naar mijn kleindochter van 11. Zij en haar broertje van 12 hebben op jonge leeftijd hun vader verloren en de vaste bezoekers van deze site weten hiervan. Haar broertje heeft sinds zijn geboorte al astma en vroeger al een paar keer in het ziekenhuis gelegen. Nu had hij de laatste weken weer last van hele erge benauwdheidsklachten en in deze coronatijd is dat natuurlijk heel zorgelijk en beangstigend. Nadat hij al een paar kuren had gehad werd het toch weer zo erg dat hij naar het ziekenhuis ging voor onderzoek. Daar hebben ze hem meteen gehouden en diezelfde avond lag hij op de IC van het Sofia kinderziekenhuis. Dan slaat de schrik je om het hart en dan kun je thuis “alleen maar” bidden. Het voelt vaak als laatste redmiddel terwijl het juist zo’n kracht heeft. Ook mijn dochter werd bijna gek thuis want haar huidige man was meegegaan en gelukkig mocht hij er wel bijblijven maar als moeder wil je natuurlijk ook bij je kind zijn. Uiteindelijk hebben ze ook daar allerlei onderzoek gedaan en mocht hij van de IC af en terug naar de kinderafdeling waar hij verder behandeld moest worden. En terwijl hij daar lag heb ik hem geappt maar ook zijn zusje. Ik vroeg haar hoe het ging, ze is zo’n gevoelig meisje en dit alles gaat haar uiteraard ook niet in de koude kleren zitten. Maar hoe mooi is het dan als je van een 11 jarige dit terug krijgt: “Dankjewel oma, ik hou ook heeeeeeel veel van jou. Ik hoop dat je veilig bent oma, God is bij je en Hij zal voor je zorgen, wat er ook gebeurt, vergeet dat niet”.

Wauw, dát is op zo’n moment een bericht dat je eventjes weer met je beide benen op de grond brengt. Wat heeft ze gelijk! Wij kunnen niet in de toekomst kijken, we weten niet eens hoe onze dag zal verlopen maar God is bij ons en wát er ook gebeurt, Hij zorgt voor ons. In deze onzekere tijd, deze “1.5 meter maatschappij” waarin we momenteel leven, waar niemand dichtbij mag komen, is er 1 die wél dichtbij wil zijn, een Vader die Zijn armen om ons heen slaat, hoe mooi is dat om te weten. Om met de woorden van mijn kleindochter te spreken: Vergeet dat niet! En die bemoediging wil ik jullie allemaal meegeven voor vandaag. (Overigens is mijn kleinzoon, na een week in het ziekenhuis gelegen te hebben, weer thuisgekomen en gaat het goed met hem. )

Psalm 100:5: Want de Here is goed, want de Here is goed, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig, Zijn trouw van generatie op generatie. 

Gods armen om ons heen

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Kerstverhaal 2019 (het hele verhaal): Brenda toch….

kerst 2019“Nienke…hé psst Nien… ben je nog wakker??” Brenda tuurt in het donker naar het andere bed waar haar tweelingzusje ligt. Een slaperige stem bromt “wat is er?” Ha, ze is wakker, Brenda gaat op haar zij liggen en vraagt fluisterend aan haar zusje: “Wat vind jij nou van dat mormel? Die nieuwe, je weet wel, die Stacy” De naam Stacy spreekt ze uit op een aanstellerige manier en Nienke moet er zachtjes om lachen. “Ik weet het nog niet goed Bren, ze is nog maar pas op onze school en ik ken haar nog helemaal niet. “Nou ik vind dat ze nogal een uitslover is, en ook heel hooghartig. Ze doet net of wij allemaal boerenkinkels zijn en zijzelf de één of andere beroemdheid ofzo. Ik kan haar niet uitstaan en ik weet zeker dat de rest van de klas haar ook totaal niet mag” zegt Brenda. “Als we morgen op school komen dan zullen we de anderen eens vragen wat zij van haar vinden en dan zullen we haar eens lekker op haar nummer zetten” zegt Brenda. Nienke geeuwt in het donker, “prima Bren, maar nu wil ik slapen hoor, truste” zegt Nienke terwijl haar ogen alweer bijna dichtvallen. “truste” zegt Brenda, en niet veel later zijn de twee dametjes in diepe slaap.

De volgende morgen worden ze wakker gemaakt door hun moeder Marcia. “Meisjes, wakker worden, het is tijd om op te staan! En Mark, jij ook opstaan jongen!” De twee meisjes rekken zich nog eens slaperig uit en stappen dan hun bed uit. Bij de badkamer gekomen is Mark heb nét voor en met een grote grijns doet hij snel de deur voor hun neus dicht. “Ah Mark, mogen wij eerst? Alsjeblieft??” smeken ze, maar Mark, door ondervinding wijs geworden, laat ze niet voorgaan. Hij weet wel waar het dan op uitdraait, die twee hebben zoveel tijd nodig in de badkamer dat hij uiteindelijk moet rennen en vliegen om op tijd op school te komen. Nee hoor, laat ze maar lekker wachten, hij is tenslotte veel sneller klaar dan zij. Er zit voor de meiden niets anders op dan te wachten, wat ze luid mopperend dan maar doen.

Als ze wat later beneden komen zit Mark al aan tafel, net als mama en papa. Snel schuiven ze aan en nadat papa gedankt heeft voor het eten vallen ze hongerig aan op het ontbijt. Nienke en Brenda zijn 13 jaar en zitten in de brugklas van de mavo, hun broer Mark is 2 jaar ouder en hij zit al in de 3e van de havo. Weliswaar zitten ze op dezelfde scholengemeenschap maar Mark heeft zijn eigen vrienden en de tweeling heeft ook haar eigen vriendinnen dus bemoeien ze zich eigenlijk niet veel met elkaar op school. Na het eten vertrekt papa naar zijn werk en gaan de kinderen naar school. Marcia zwaait het hele stel uit en ruimt dan de ontbijtboel op voordat ze zelf ook de deur uitgaat. Ze werkt als vrijwilligster in een buurtcentrum waar ze in de ochtenden altijd koffie schenkt voor ouderen die daar komen. Ze voert ook heel wat gesprekken met de mensen die ze daar ontmoet en zo hoort ze ook veel schrijnende verhalen van mensen die eenzaam zijn of die het op andere manieren moeilijk hebben. Marcia heeft een warm hart en probeert de mensen een beetje op te vrolijken en ook kookt ze dikwijls wat extra eten waarvan ze dan wat porties uitdeelt aan mensen in de buurt. Het is iets waar ze zich graag voor inzet en het wordt ook in grote dankbaarheid ontvangen. Chris, haar man, werkt op een makelaarskantoor en verdient daar een goede boterham mee zodat ze niets te klagen hebben thuis hoewel de kinderen daar soms weleens anders over denken. Ze hebben dikwijls veel te wensen en te klagen zoals alle kinderen van hun leeftijd dat wel hebben. Marcia is bij het buurtcentrum aangekomen en stapt naar binnen. Het is lekker warm binnen en nadat ze haar jas opgehangen heeft gaat ze snel aan de slag om koffie te zetten en voor een beetje gezelligheid te zorgen.

Brenda zit in de klas met een broeierige blik om zich heen te kijken, ze heeft totaal geen aandacht voor de leraar die probeert om de kinderen wiskunde bij te brengen. Ze zit zich te ergeren aan dat mormel dat haar vanmorgen uit de hoogte bekeek en met een, in Brenda’s ogen, valse blik, voorbij liep. In Brenda’s gedachten stormt het en ze denkt: “Wacht maar, ik zal je nog wel krijgen!! ”Brenda!! waar was ik gebleven??” De stem van de leraar schalt door het lokaal en Brenda schrikt op uit haar duistere gedachten. “Eh,eh,eh,,, “ stamelt ze. “Ja dame, je zat weer eens helemaal niet op te letten en je kunt na schooltijd hier terugkomen om na te blijven!” Zegt meneer de Vries, de wiskundeleraar. Met een rood hoofd buigt Brenda zich over haar boek en ziet vanuit haar ooghoek nog net hoe Stacy stiekem vol leedvermaak zit te grinniken. Nog bozer wordt het in Brenda’s hart en nog groter wordt de behoefte om dat lelijke kind terug te pakken!! Nienke, de zachtere van de twee, heeft er helemaal niets van gemerkt, ze vindt het alleen vervelend voor haar zusje dat ze na moet blijven en neemt zich voor om op Brenda te wachten straks. Zo gezegd zo gedaan, na schooltijd wacht Nienke trouw op haar zusje en als deze een half uur later eindelijk op het schoolplein verschijnt haakt ze gezellig bij haar in en lopen ze naar het fietsenhok. Brenda heeft nog steeds een gezicht als een donderwolk en Nienke, die denkt dat het door het nablijven komt zegt troostend: “We gaan gauw naar huis Bren, mama heeft vast iets lekkers voor ons en dan vergeten we het nablijven snel, kom!” En met nog een kneepje in de hand van Brenda laat ze haar los en lopen ze naar hun fietsen. Snel fietsen ze naar huis, Nienke is verbaasd dat Brenda nogal zwijgzaam is en nog steeds haar boze gezicht laat zien maar ze zegt er verder niets over en als ze wat later thuiskomen begroet ze blij haar moeder en zelfs Mark, die al gezellig zijn warme kopje thee drinkt krijgt een vriendschappelijke veeg door zijn haren wat haar een kreet van Mark oplevert die nogal trots is op zijn kapsel. Nienke giechelt erom en ploft lekker neer op de bank. “Dag lieverds, ik heb een lekker kopje thee voor jullie en natuurlijk ook wat lekkers voor erbij” zegt mama. Nienke pakt enthousiast de thee aan en stopt een dik stuk chocolade in haar mond. “Heerlijk mam” lispelt ze met volle mond. Marcia glimlacht erom maar dan ziet ze hoe Brenda met een gezicht als een oorwurm in een stoel zit. “Nou Brenda, wat kijk je boos, is er iets voorgevallen op school?” vraagt mama. Brenda’s ogen vlammen als ze begint te vertellen hoe ze moest nablijven en hoe dat wicht haar had uitgelachen. Ze vertelt ook hoe hooghartig Stacy is en hoe ze haar, Brenda, vanmorgen voorbij gelopen was. Mama luistert naar Brenda’s betoog en zegt: “Maar Brenda, het was toch niet Stacy’s schuld dat jij niet oplette? Dat was je eigen schuld en dat ze hooghartig zou zijn is iets dat je niet weet, ze is pas nieuw op school en misschien is ze wel heel onzeker en is dit alleen maar een houding die ze zich aanmeet omdat ze niet anders weet te doen? Hoe zou jij je voelen als je nieuw in een klas zou komen waar iedereen elkaar al kent en waar men al bevriend is met elkaar? Dat is best moeilijk en zo’n meisje als Stacy heeft tijd nodig om te wennen, het zou juist fijn zijn als jullie een beetje toenadering zouden zoeken” Brenda kijkt haar moeder aan met boze ogen, ja hoor, het zal haar moeder weer niet zijn, die denkt dat iedereen alleen maar goed is. “Jij hebt het niet gezien mam, maar ze is écht onuitstaanbaar en heel gemeen!!” zegt ze vol overtuiging. Mama doet er voor dit moment maar het zwijgen toe, laat Brenda maar even tot zichzelf komen en als ze wat afgekoeld is zal de bui verder wel overwaaien denkt ze….

Ja, mama denkt dat het wel zal meevallen met de boze bui van Brenda maar in Brenda’s hart stapelen zich de boze gedachten almaar op en die zorgen ervoor dat de behoefte om Stacy te grazen te nemen alleen maar groter wordt. Nienke is heel anders, ze vindt Stacy wel wat hooghartig maar ze denkt er verder niets bij, ze gaat ervan uit dat als ze eenmaal wat meer bekend is met de kinderen uit de klas ze wel bij zal draaien en ze denkt na over wat haar moeder net zei, ja ze zal inderdaad eens proberen om een praatje met Stacy te maken. Nienke ziet graag, net als haar moeder, het beste in de mensen om haar heen.

Als de meisjes ‘s avonds naar bed gaan is Nienke al snel in dromenland maar Brenda ligt nog lang wakker en zint op wraak. Uiteindelijk valt ze in een onrustige slaap waaruit ze de andere morgen met een moe gevoel wakker wordt als mama hen roept. Nienke gooit met een opgewekte zwaai haar benen buiten het bed en ook Brenda gooit het dekbed van zich af. Deze morgen zijn zij eerder bij de badkamer dan Mark en giechelend rennen ze naar binnen en gooien de deur dicht. Mark zegt wijselijk niets en wacht gelaten af tot de meiden klaar zijn. 

Aan de ontbijttafel is het altijd gezellig en er wordt heel wat af gekwebbeld door de twee meiden, ze hebben het hoogste woord en af en toe gooit Mark er ook nog een opmerking doorheen. Papa en mama horen glimlachend het geroezemoes aan en genieten in stilte van hun drietal. Dan is het tijd om op pad te gaan, papa gaat vandaag het eerste weg, hij moet op tijd op zijn kantoor zijn om nog het één en ander voor te bereiden voor een bezichtiging van een huis die hij wat later deze morgen met een echtpaar zal gaan doen. Mark neemt nog gezellig een boterham, hij heeft het eerste uur vrij dus hij heeft alle tijd vanmorgen. Brenda en Nienke trekken hun jassen aan, halen hun fiets uit de schuur en zwaaien mama gedag. Daar gaan ze, op naar school. 

Op school aangekomen is het al druk op het schoolplein, snel zetten de meisjes hun fiets in het fietsenhok en sluiten zich aan bij een groepje kinderen uit hun klas. Brenda kijkt eens rond, hmmm, Stacy is er nog niet, nou prima, laat ze maar wegblijven. Als ze eventjes staan te praten met elkaar roept Emma ineens: “Hoi Stacy, hoe gaat ‘ie? Zin in vandaag?” En als Stacy hun groepje nadert ziet Brenda met verbazing hoe meer meisjes zich naar Stacy keren om haar een knikje te geven of iets aan haar te vragen. Wat bezielt die meiden, zien ze dan niet hoe hooghartig dat mormel is? Hebben ze niet in de gaten dat Stacy hen alleen maar uit de hoogte behandelt en zich gedraagt alsof ze de koningin is? Maar de andere kinderen zijn vriendelijk tegen Stacy en maken ruimte in hun kringetje en ook Nienke geeft Stacy een vriendelijk knikje. Brenda ziet het met verbijstering, wát? Het voelt voor haar als verraad dat haar zusje vriendelijk is tegen Stacy en verongelijkt loopt Brenda weg. Als ze wat later met z’n allen de school binnengaan vraagt Nienke verbaasd aan Brenda waarom ze wegliep, het was toch gezellig zo met z’n allen eventjes bij te kletsen? Brenda schudt haar hoofd, Nienke snapt ook niks, bah!! Maar verder gaat ze er niet op in en zodra de les begint probeert ieder zich te concentreren en te luisteren naar wat er gezegd wordt, óók Brenda want ze wil niet weer na moeten blijven. 

Tussen de middag, als het tijd is voor de lunch groepen de kinderen opnieuw een beetje bij elkaar. Elk heeft zijn boterhammen meegebracht en in de kantine halen ze iets te drinken. Brenda en Nienke hebben altijd een lekkere en gezonde lunch bij zich waaraan ze zich te goed doen, om hen heen wordt weleens gemopperd omdat de moeders niet het goede brood of het goede broodbeleg in de trommeltjes hebben gedaan maar daar hebben de twee meisjes geen last van, ze lusten veel en mama zorgt bovendien altijd voor een verrassing in het trommeltje. De ene keer is dat iets lekkers en de andere keer is het een lief briefje, het is elke dag weer leuk om te ontdekken wat er in hun trommeltje zit. Vandaag heeft mama er voor beiden een heerlijke reep chocolade in gedaan, “lekker hé Bren?” zegt Nienke genietend. Brenda knikt, ja ook zij kan het waarderen en beide meisjes delen er ook iets van met hun vriendinnetjes. Dan ziet Nienke ineens Stacy zitten, ze zit er een beetje eenzaam bij en ze heeft blijkbaar haar brood al op want haar trommeltje zit alweer in haar tas. “Wil je ook een stukje chocolade?” vraagt Nienke lief, maar Stacy schudt hooghartig haar hoofd en zegt: “Nee hoor, mijn moeder heeft me al zoveel meegegeven dat ik er meer dan genoeg aan heb”. Nienke eet haar stukje dan maar zelf op maar bij Brenda gloeit het van binnen van verontwaardiging. Moet je zo’n kreng nou toch horen, de chocolade van hun moeder is haar zeker te min!! Pffff!! “Je moet dat mormel niks aanbieden Nien, dat is ze helemaal niet waard!” zegt ze boos tegen haar zusje. Nienke neemt het allemaal niet zo zwaar op en gaat er verder niet op in. Stacy bekijkt van een afstand hoe de twee meisjes met elkaar praten, ze heeft ook al gezien hoe ze zo blij in hun trommeltje hadden gekeken, alsof ze een cadeautje gingen openmaken, en toen ze de reep chocolade hadden gevonden hadden hun gezichtjes gestraald. Stacy had het allemaal gezien en zich verdrietig en jaloers gevoeld. Snel had ze de ene, oude boterham die in haar eigen trommeltje zat, weggegooid en het trommeltje weer weggestopt. Bah, altijd die oude rommel die helemaal niet smaakte, nooit eens iets lekkers of iets extra’s, en altijd dat hongerige gevoel in je maag, het liefste ging ze in een hoekje zitten huilen. Maar nee, zo is Stacy niet, liever houdt ze zich groot en doet alsof het haar niets kan schelen. Als ze de kantine uitlopen heeft ze allang haar masker weer opgezet en loopt ze met opzet zonder op of om te kijken Brenda voorbij die haar met boze ogen nakijkt.

“Mam, dankjewel voor de chocolade in ons trommeltje, het was echt lekker” zegt Nieke blij als ze thuiskomen en mama krijgt een extra knuffel van haar. “Fijn dat je het lekker vond lieverd” zegt mama en geeft haar en ook Brenda een aai over hun bol. Kom maar lekker in de keuken, daar is het heerlijk warm en ik heb al een lekker potje thee klaar staan voor jullie. Gezellig schuiven ze aan de tafel en vooral Nienke begint honderduit te vertellen over de dag op school. Brenda zegt niet zoveel en als mama naar haar kijkt ziet ze de boze uitdrukking in Brenda’s ogen. “Scheelt er wat aan Bren?” vraagt ze. Brenda schudt haar hoofd maar begint dan toch te vertellen hoe Nienke Stacy een stukje van haar chocolade had aangeboden en hoe deze het hooghartig had geweigerd. Nienke kijkt verbaasd naar Brenda, “zit je daar nou nog mee?” vraagt ze, “misschien had ze er even niet zo’n zin in, ze zei toch ook dat haar moeder haar al zoveel mee gegeven had en dat ze daar vol van zat?” “Ja tuurlijk” zegt Brenda, “en dat heb je dan ook zeker in 2 minuten opgegeten? Ik heb haar niet eens iets zien eten en haar trommeltje zat alweer in haar tas toen wij nog bezig waren met onze boterhammen” zegt ze. “Oh, nou ik heb niks gezien maar het is toch ook helemaal niet zo belangrijk?” vraagt Nienke. Brenda mokt in stilte verder maar mama kijkt nadenkend voor zich uit, ze vraagt zich af wat er met dat meisje aan de hand kan zijn want inderdaad is het vreemd dat ze blijkbaar al zo snel klaar was maar dan toch zo veel gegeten had dat een stukje chocolade er niet meer bij kon, ergens klopt daar iets niet. Ze kijkt nog eens naar haar twee meisjes, uiterlijk lijken ze sprekend op elkaar maar hun karakters zijn zo verschillend, Nienke is altijd een zonnetje, ongecompliceerd en meestal blij terwijl Brenda het moeilijk heeft met zichzelf. Mama zucht ervan, kon ze Brenda maar helpen om ook wat meer de dingen te nemen zoals ze zijn…

Verderop in de stad zit een meisje in een leeg huis aan de keukentafel. Er was weer niemand toen ze thuiskwam, mama was nog aan het werk en dat kon nog wel een tijdje duren ook, die werkte zo hard en was altijd weg. Stacy had in de koelkast gekeken maar er was niets bijzonders in, ook was er niets lekkers in de kast en uiteindelijk had ze voor zichzelf een kopje thee gemaakt met een zakje dat ze ‘s morgens ook al gebruikt had. “Zuinig zijn Stacy”, zei mama altijd en daar hoorde ook bij dat je van één theezakje best 2 x thee kon zetten. Stacy warmt haar handen aan de beker en drinkt van het waterige aftreksel, ze merkt het niet eens omdat ze met haar gedachten heel ergens anders is. Ze probeert zich voor te stellen hoe het bij die tweeling thuis zal zijn, die ene ziet er altijd wel blij uit maar die andere vindt ze maar een chagrijn! Wat kan dat kind boos kijken zeg. Zou het bij hun gezellig zijn? Vast wel, en hoe leuk als je een verrassing in je broodtrommeltje hebt, dat lijkt haar ook wel wat, maar voor haar is dat niet weggelegd, voorlopig nog niet tenminste. Mama werkt heel hard maar sinds papa is overleden is hun leven helemaal op de kop komen te staan. Het bleek dat er schulden waren en toen moesten ze hun huis uit, heel veel spullen verkopen en uiteindelijk zitten ze nu in een piepklein huurwoninkje in een achterstandswijk. En hoewel mama zo hard werkt gaat al het geld naar de schuldeisers en moeten zij samen met een heel klein bedragje rondkomen. Dit zorgt ervoor dat ze hun eten van de voedselbank krijgen en echt, Stacy vindt dat maar helemaal niks want je kunt nooit zelf kiezen, je krijgt gewoon wat ze voor je klaarzetten en dikwijls vindt Stacy het spul wat ze krijgen niet lekker. Zelf smeert ze ‘s morgens de boterham voor in haar trommeltje maar als ze dan ‘s middags gaan eten heeft ze er al helemaal geen zin meer in omdat het brood altijd oud is en het beleg karig of zelfs helemaal afwezig. Ach, ze klaagt nooit tegen mama maar ze voelt zich wel vaak eenzaam… maar het laten merken?? Nee, nooit!! Daarvoor is ze te trots en dat straalt ze ook uit, en aalmoezen aannemen in de vorm van stukjes chocolade? Nee hoor niemand hoeft te merken dat zij zich zoiets niet kunnen veroorloven. Ze komen ook in aanmerking voor kleding van de kledingbank en mama maakt daar dankbaar gebruik van. Gelukkig heeft mama een kennis met een dochter die net iets ouder is dan Stacy, van haar krijgt Stacy altijd de kleding die te klein is geworden en daar is Stacy maar wat blij mee. Je moet er toch niet aan denken dat je óók nog bij de kledingbank moet aankloppen en dat er dan kinderen op school zijn die zien dat je met hún oude kleding rondloopt?? Al deze gedachten gaan door Stacy’s hoofd terwijl ze haar kopje waterige thee leegdrinkt. Ze gaat haar huiswerk maken en is benieuwd wat ze vanavond gaan eten want veel staat er niet in de kasten.

Bij de tweeling thuis is het warm en gezellig, mama heeft weer heerlijk gekookt en ze doen de maaltijd alle eer aan. Vooral Mark kan heel wat wegstouwen, hij is dan ook volop in de puberteit en dan hebben die jongens behoorlijk wat voedsel nodig. Na het eten is er vandaag óók nog een toetje. Dat doet mama niet elke dag maar vandaag had ze zin om een lekker toetje te maken en ze haalt een heerlijke griesmeelpudding uit de koelkast en een kannetje zelfgemaakte bessensap. “Heerlijk mam” juichen de kinderen en glimlachend ziet mama hoe iedereen van haar pudding smult. Voldaan verlaten ze de tafel. De tweeling heeft de afruimbeurt vandaag en zij gaan de spullen in de vaatwasser zetten. Ondertussen gaat mama alvast een pot koffie zetten en thee voor de kinderen. Daarmee zitten ze wat later nog even bij elkaar in de woonkamer totdat het voor de twee dames bedtijd wordt. Tevreden zeggen de meisjes papa en mama en ook Mark welterusten en vertrekken naar boven. Als ze eenmaal in hun bed liggen ontfermt de slaap zich al snel over hen en langzaam legt de nacht zich als een donkere deken over het stadje. Een stuk verderop ligt een eenzaam meisje in haar bed, ze slaapt nog niet, na het sobere avondmaal is mama nog weggegaan om te werken, kantoren maakt mama in de avonduren schoon en Stacy heeft geen rust als mama nog niet thuis is maar eindelijk, heel laat, hoort ze een sleutel in het slot en kan ze zich met een geruste zucht overgeven aan de slaap die zich al heel snel ook over haar ontfermt…

De volgende morgen is het guur, de wind rukt aan de takken van de bomen en de regen stort zich met een ijver, waar menig werkgever jaloers op zou zijn, op de mensen die zich op straat begeven. “Jakkie, hoor je dat?” vraagt Brenda aan Nienke. “Wat Bren? de regen? Ik vind het wel gezellig klinken. Alleen wel jammer als je er doorheen moet, hahaha”. Nienke neemt het, zoals ze gewend is, luchtig op, gewoon je regenpak aan en dan kom je wel droog op school. Bovendien is het ook wel gezellig om zo tegen de wind in te trappen. Snel maken de meiden zich klaar, ze trekken een warme trui aan en als ze beneden komen zegt papa dat hij ze vandaag wel naar school zal brengen. Is dat even boffen, de meiden glunderen, nou hoeven ze niet door die storm en die regen. “Dank je pap, superlief” en papa krijgt 2 knuffels van zijn meiden en een stomp tegen zijn schouder van zijn zoon want die kan ook mee met de auto omdat hij op dezelfde tijd moet beginnen als de meisjes vandaag. En zo komen ze wat later lekker droog de auto uitrollen en haasten zich naar binnen waar heel wat andere kinderen nog staan na te druipen in hun regenjassen of regenpakken. Sommigen zijn, net als zij, ook door hun ouders gebracht maar de meesten zijn toch komen fietsen. Ook Stacy is al binnen, ze is tot op haar huid doorweekt, ze heeft geen regenjas en mama heeft ook geen auto om haar te brengen dus was ze op weg naar school drijfnat geworden en huiverig trekt ze haar jas uit en gaat met haar natte kleren de klas in. Snel gaat ze aan haar tafel zitten zodat niet iedereen haar natte spijkerbroek kan zien. Bah, wat voelt dat vies, die natte kleren, en jaloers kijkt ze naar de tweeling die natuurlijk weer lekker luxe met een auto is gebracht. “Stomme meiden” denkt Stacy onredelijk. De leraar komt het lokaal binnen en Stacy probeert moeizaam om zich te concentreren op wat hij te vertellen heeft maar haar natte plunje zorgt ervoor dat ze zich vies en naar voelt waardoor haar gedachten nogal afdwalen. Als de laatste les is afgelopen drommen de kinderen naar de gang om hun jassen aan te trekken en Brenda en Nienke lopen snel de deur uit om te kijken of papa er al staat om hen op te halen. Jawel hoor, hij is er al en de meiden gaan alvast in de auto zitten terwijl papa nog even blijft staan om op Mark te wachten. Ah, daar komt Mark al, hij beent met grote stappen het plein over en snel stapt hij in. Stacy, die net de deur uit komt lopen ziet ze nog net wegrijden. Heerlijk droog in zo’n auto naar huis gereden worden waar het gezellig is en warm, dat zou zij ook wel willen… Ze zucht eens, kijkt omhoog naar de gestaag vallende regendruppels, trekt haar jas nog wat vaster om zich heen en gaat naar huis waar ze, opnieuw kletsnat, een kwartier later aankomt. Brrr, ze is door en door koud geworden maar thuis staat de verwarming altijd op een heel laag pitje vanwege de stookkosten. Mama zegt altijd dat ze maar een extra vest of trui aan moet trekken, dan krijgt ze het ook wel warm. Stacy gaat snel haar natte kleren uit doen en als ze even later in droge kleren, mét een extra warm vest aan, opnieuw met een waterig kopje thee aan de keukentafel zit voelt ze zich voor een moment tevreden. 

Door de natte straten fietst een vrouw, diep over haar stuur gebogen, ze heeft een armetierige regenjas aan die beslist niet al te waterdicht is maar ze merkt het niet. Alexandra, de moeder van Stacy, haast zich naar huis, naar haar dochter die ze al veel te veel aan haar lot over moet laten. Alexandra voelt zich schuldig maar tegelijkertijd ook hulpeloos. Alles doet ze om zo snel mogelijk haar schulden te betalen zodat Stacy en zij weer een normaal leven kunnen leiden. Als ze denkt aan hoe het vroeger was dan krimpt haar hart samen, ach hoe gezellig hadden ze het altijd gehad met z’n drieën, Arjan, Stacy en zijzelf. Arjan had een goede baan, ze hadden een fijn huis en Stacy was hun oogappeltje. Hun leven was altijd zorgeloos geweest, niet dat ze overdreven dingen deden maar ze gingen elk jaar op vakantie, met verjaardagen waren mooie cadeaus en de feestdagen waren warm en gezellig. Stacy had ook vaak vriendinnen over de vloer die bleven eten, die ook regelmatig bleven slapen en waarmee ze dan naar de stad of naar de film ging. Alexandra denkt aan de heerlijke geuren die altijd door het hele huis trokken als ze weer eens aan het bakken was, hoe behaaglijk konden Arjan en Stacy dan die geur opsnuiven en alvast van te voren genieten. Maar toen, op een dag, stond er opeens politie voor haar deur. Ze kwamen vertellen dat Arjan een ongeluk had gehad en in het ziekenhuis lag. De agenten hebben haar naar het ziekenhuis gebracht en na enkele dagen in coma gelegen te hebben was Arjan overleden. Stacy was door oma opgehaald en terwijl zijzelf in het ziekenhuis bleef had oma zich over Stacy ontfermd. Hoe groot was het verdriet toen Arjan overleden was. De eerste weken gingen als in een roes voorbij en toen kwam de dag dat ze hoorde dat Arjan schulden had achtergelaten. Alexandra wist daar niets vanaf, Arjan had hun geld geïnvesteerd in een zakenproject dat failliet ging waardoor er alleen maar schulden overbleven die nu voor Alexandra’s rekening kwamen. Van het één kwam het ander, ze raakten achterop met betalen van de huur, van de energierekeningen en ook van de ziektekostenverzekering. Alles ging mis en hoewel oma probeerde wat bij te springen kon zij van haar AOW ook niet al te veel doen. Uiteindelijk is Alexandra hulp gaan zoeken en konden ze betalingsregelingen krijgen die een grote last betekenen voor Alexandra. Ze werkt overdag in een stomerij en in de avonduren maakt ze kantoren schoon maar bijna al het geld dat ze verdient gaat naar de schuldeisers en voor henzelf blijft er praktisch niets over. Al deze dingen gaan door Alexandra’s gedachten terwijl ze naar huis fietst en als ze, thuis aangekomen, van haar fiets stapt zucht ze bekommerd. 

Als ze de deur opent maant ze zichzelf om wat blijer te kijken en zo opgewekt mogelijk zegt ze Stacy gedag als ze binnenkomt. “Foei wat is het hier toch altijd koud” denkt ze verdrietig. Ze geeft Stacy een knuffel en een kus op haar wang en terwijl ze tegenover haar aan de tafel gaat zitten staat Stacy op om ook voor haar moeder snel een waterig kopje thee te zetten dat haar moeder dankbaar van haar aanneemt. “Wat gaan we eten mam? Ik heb al in de koelkast en in de andere kast gekeken maar er staat niets behoorlijks in” zegt Stacy. Alexandra weet het, er is bijna niets meer, gelukkig mogen ze morgen weer naar de voedselbank. Als ze even later zelf de kasten inspecteert ziet ze dat er nog wat oud brood is en ook nog een paar plakjes kaas. “Zal ik een paar lekkere tosti’s maken?” vraagt ze “dan proef je niet dat het brood al wat ouder is”. Stacy knikt maar eens hoewel ze veel meer zin zou hebben in een lekker bordje warm eten. Maar vooruit, een tosti is ook nog wel te doen en niet veel later zitten ze samen een lekkere warme tosti te eten. Het eten is nauwelijks op of mama moet alweer de deur uit om kantoren schoon te gaan maken. Stacy blijft ontevreden achter, “nou gezellig hoor, zit ik hier weer alleen!” denkt ze opstandig. Ze gaat een deken van haar bed halen en rolt zich daar in, na een poosje wordt ze lekker warm en soezerig en als mama die avond laat thuiskomt vindt ze Stacy, vast in slaap, op de bank. Zachtjes maakt mama haar wakker en helpt haar naar bed waarna mama ook maar meteen naar bed gaat. Moe is ze, ze is tegenwoordig alleen nog maar moe, altijd moe…

Het is begin december en de dagen worden korter en kouder, op school zijn ze bezig om te oefenen voor een kerstspel. Er zal voor de ouders en de grootouders van de kinderen een kerstspel worden opgevoerd en daarbij zullen er ook wat liederen gezongen worden door de kinderen. Verschillende kinderen hebben een rol gekregen in het kerstspel. Er was niet voor iedereen een rol weggelegd maar wel mogen ze allemaal meezingen met de liederen. Brenda is wel uitgekozen voor het kerstspel, samen met nog wat andere kinderen. Nienke is niet uitgekozen maar dat vindt ze geen probleem, ze helpt haar zusje trouw bij het oefenen van haar rol en moedigt haar aan waar ze maar kan. Brenda is maar wat trots want zij mag de hoofdrol vertolken en ze heeft heel wat tekst te leren. De andere meisjes van haar klas bewonderen haar omdat ze het zo goed doet en Brenda gloeit van trots. Uitdagend kijkt ze naar Stacy die maar wat stilletjes op de achtergrond blijft. Zij heeft geen rol in het kerstspel maar ach, dat is momenteel wel haar minste zorg. Brenda verkneukelt zich dat Stacy geen belangrijke rol heeft in het spel, “net goed, verwaand nest” denkt ze in stilte. Drie keer in de week wordt er, na schooltijd, in een leeg lokaal het kerstspel geoefend en het gaat al aardig goed. De kinderen hebben er ook veel plezier in en met elkaar lachen ze wat af om dingen die verkeerd gaan. Af en toe heeft de lerares die hen hierbij begeleid moeite om de orde erin te houden maar er is een leuke onderlinge sfeer en dat is heel wat waard. 

Vandaag is het weer een oefendag en de kinderen die moeten zingen staan netjes in 2 rijen opgesteld. Stacy, die normaal altijd wat achteraan staat is door de lerares naar voren gehaald omdat ze niet zo heel groot is en ze anders niet te zien is achter de langere kinderen. Als ze beginnen te zingen valt het de lerares op dat Stacy echt goed kan zingen, ze luistert nog eens goed en denkt: “Wat een mooie stem heeft dat kind”. Als de les is afgelopen vraagt ze Stacy om nog heel even te blijven. Stacy kijkt wat bevreemd op maar blijft dan rustig wachten tot de lerares bij haar komt. Samen zitten ze in het lokaal en de lerares zegt haar dat ze vindt dat ze zo’n mooie stem heeft en vraagt haar of ze op de kerstviering een solo zou willen zingen. Stacy krijgt een kleur van verrassing. “Ik?” zegt ze, “echt waar?” vraagt ze ongelovig. De lerares glimlacht en zegt dat ze het echt meent. Stacy’s ogen gaan stralen en de lerares ziet haar helemaal opleven. Samen spreken ze af dat Stacy op de oefendagen een half uurtje nablijft om dan samen met de lerares de solo te oefenen en blij en opgewonden fietst ze even later snel naar huis. Ze kan niet wachten om mama het goede nieuws te vertellen.

Brenda heeft tegenwoordig het hoogste woord in de klas, ze voelt zich ver verheven boven de anderen omdat zij de hoofdrol voor het kerstspel heeft gekregen. “Ja, ik ben gewoon de beste, want als dat niet zo was had de lerares heus wel iemand anders gekozen” zegt ze en hooghartig kijkt ze de kring eens rond. De andere meisjes raken het gedrag van Brenda inmiddels behoorlijk beu en zelfs Nienke vindt dat Brenda wel een toontje lager mag zingen. Brenda ziet dat zelf heel anders en ook thuis schept ze op over hoe goed ze wel is. Mark geeft haar ongezouten ervan langs en vindt dat ze zich niet zo aan moet stellen. Marcia en Chris kijken elkaar eens aan als Brenda weer zo bezig is en proberen haar ook wat in te tomen. “Bren, het is leuk dat je de hoofdrol mag spelen en we vinden ook dat je het heel goed doet maar je moet niet zo hoogmoedig doen hoor, de anderen doen ook allemaal hun best, of ze nou een rolletje spelen of meezingen, iedereen is immers belangrijk op zijn eigen plekje? Je hebt elkaar toch allemaal nodig?” “Pfff, nou echt niet, sommigen zijn gewoon slecht. En dat gekke mormel, die Stacy, die staat gewoon ergens achteraan te playbacken bij het zingen, dié kan helemaal niks!” zegt Brenda. Marcia en Chris schrikken van de heftigheid waarmee Brenda deze dingen eruit gooit. “Ben je nou helemaal gek om zó over een ander te praten?” buldert Chris. Hij is echt boos op zijn dochter die zo minderwaardig over dat andere meisje doet. Brenda schrikt ervan maar met een verwaand schouderophalen loopt ze naar boven. Nienke kijkt haar ouders eens hulpeloos aan, “ik snap niet wat Bren toch tegen Stacy heeft” zegt ze, “Stacy is best aardig maar ik vind haar ook een beetje zielig, ze kijkt altijd zo verdrietig” zegt Nienke. Marcia kijkt haar warm aan en zegt dat ze maar lief moet zijn voor Stacy en met een lief knikje loopt ook Nienke naar boven. “Hoe komt het toch dat deze twee kinderen zo totaal verschillend van karakter zijn” zegt Chris en Marcia haalt de schouders op, zij begrijpt het ook niet maar in haar hart is ze bezorgd over de houding van Brenda sinds dat meisje bij hen op school is gekomen. Ze hoopt en bidt dat Brenda zelf tot het inzicht zal komen dat haar houding niet goed is.

“Bah, altijd die gore troep” zegt Stacy terwijl ze kijkt naar de ontbijtboel. Alexandra is gisteren weer naar de voedselbank geweest en ze was blij met de spullen die ze daar gekregen had. Deze morgen had ze Stacy willen verrassen en de broodjes, die er deze keer bij gezeten hadden, op tafel uitgestald, samen met de pot jam en het pakje kaas. Ook had ze een heerlijke pot warme thee gezet en zo had ze gewacht tot Stacy aan tafel kwam. Alexandra kijkt verdrietig als ze de uitroep van Stacy hoort. “Maar kind toch, het is toch fijn dat we dit krijgen?” vraagt ze. “Nee!! het is altijd dezelfde rommel en ik ben het spuugzat om altijd maar die oude boterhammen mee naar school te moeten nemen, en om waterige thee te drinken als ik thuiskom en ik wil ook weleens wat anders op brood dan jam en kaas!” roept Stacy opstandig. Als ik naar die stomme tweeling kijk dan zitten ze altijd te lachen als hun broodtrommeltje open gaat want zij hebben wél altijd lekker brood en ook elke dag een verrassing in hun trommeltje en dan zit ik daar weer met zo’n taaie boterham die ik niet lust!!” 

Verdrietig kijkt Alexandra Stacy aan, “ach kind, ik wilde dat het anders was, dat het net als vroeger was toen papa nog leefde. Toen hadden we het gezellig met elkaar en altijd lekkere dingen in huis, toen bakte ik heerlijke cake’s en waren we zo blij met elkaar… en nu, nu ben ik alleen nog maar altijd aan het werk en altijd moe, zo moe…” Stacy ziet hoe er tranen opwellen in haar moeders ogen en ze schaamt zich dat ze zo lelijk heeft gedaan. Snel gaat ze naar haar moeder toe en slaat een arm om haar heen. “Stil maar mam, ik meende het niet zo, het spijt me” zegt ze en ze geeft haar moeder een kus op de wang. Ze gaat weer op haar plaats zitten en smeert een broodje met jam voor nu en eentje met kaas voor tussen de middag. Na het ontbijt moet Alexandra snel naar haar werk en Stacy stapt op haar fiets om naar school te gaan. “Leuk, vanmiddag weer oefenen voor mijn solo” denkt ze blij en welgemoed trapt ze naar school.

Als de kinderen die middag gaan oefenen en ze, na het kerstspel, toe zijn aan het zingen zegt de lerares: “Ik heb een verrassing voor jullie, ik heb Stacy gevraagd om een solo te zingen en die heeft ze al een aantal keren geoefend en ik wil graag dat ze die vandaag aan jullie laat horen”. De kinderen kijken er van op en zijn benieuwd, Stacy is nogal overvallen door dit voorstel en wordt er verlegen van maar ze vindt het ook wel leuk om te doen. De enige die er niet blij om is is Brenda. Minachtend kijkt ze naar Stacy, “nou, dat zal me wat worden” denkt ze en ze verheugt zich er al op dat het helemaal nergens naar zal klinken. Ze zingen eerst met elkaar de liederen die ze steeds geoefend hebben en dan is het de beurt aan Stacy. Zenuwachtig gaat ze vooraan staan en als de muziek begint te spelen klinkt daar haar mooie stem, eerst nog wat aarzelend maar al snel is ze over haar zenuwen heen en zingt ze voluit en warm het mooie lied over de geboorte van de Here Jezus. De kinderen kijken en luisteren vol bewondering naar het mooie lied en als het uit is zijn ze stuk voor stuk vol lof en prijzen de mooie stem van Stacy. Stacy krijgt er een kleur van, haar ogen stralen en haar gezicht verliest de hooghartige trek die ze meestal tentoon spreidt, hier staat gewoon een lief meisje dat zich warmt aan de complimentjes. Brenda bekijkt het gedoe met afgunst, het valt haar zwaar tegen dat Stacy blijkbaar zingen kan, dát had ze niet verwacht en met een boos gezicht fietst ze even later naast Nienke terug naar huis.

In de dagen die volgen is Stacy de held van de klas, iedereen heeft de mond vol over haar zangkunsten en Stacy zelf is veel toegankelijker geworden waardoor de meisjes uit de klas veel meer toenadering zoeken met haar. Brenda, die zichzelf als held had gezien omdat ze de hoofdrol in het kerstspel had, is met één klap van haar zelfgebouwde voetstuk gevallen en dat bevalt de dame absoluut niet. Met boze ogen volgt ze alles wat er gebeurt en in haar hart woedt een storm die maar niet tot bedaren wil komen. Er is maar één gedachte die in Brenda’s hoofd omgaat en dat is hoe ze Stacy zo snel mogelijk uit kan schakelen. Zijzelf wil in de schijnwerpers staan en ze kan het niet uitstaan dat Stacy zoveel aandacht krijgt. 

Het is vrijdagmiddag, Brenda is na het oefenen op school nog even de stad in gegaan en nu is ze onderweg naar huis. Het is kwart over vijf maar al aardig donker als ze opeens een bekend figuur ziet, “hé, is dat niet Stacy? waar is die naar op weg? en wie is dat die naast haar loopt? hmmm, misschien haar moeder ofzo”. Een giftig stemmetje fluistert haar in om de beide mensen stiekem te volgen en meteen stapt Brenda van haar fiets en gaat op veilige afstand achter Stacy en haar moeder aan. Al snel komt het doel van hun wandeling in zicht, ze gaan naar de voedselbank om hun wekelijkse portie eten op te halen. Stacy heeft haar moeder gesmeekt of dat zo laat mogelijk in de middag kon zodat ze geen bekenden tegen zouden komen en zo gaan ze altijd pas tegen sluitingstijd. Als ze naar binnen zijn loopt Brenda zo zachtjes mogelijk naar de ingang van het gebouw en gluurt naar binnen. Ze ziet hoe Stacy en haar moeder een doos en een tas met boodschappen krijgen en ze realiseert zich dat dit de voedselbank moet zijn. Ze heeft er weleens van gehoord maar zich er nooit in verdiept wat het inhoudt en wat mensen daar precies krijgen. Er krult een verachtelijk lachje om Brenda’s lippen en snel stapt ze op haar fiets en rijdt naar huis. “Dit is goed, hier kan ze wel wat mee” denkt ze en opgewekt stapt ze even later thuis naar binnen. Aan tafel kletst ze honderduit en Marcia en Chris hebben hun dochter al in tijden niet zo opgewekt gezien en ze zijn blij met de verandering in Brenda…

Als Nienke op maandagochtend haar ogen opendoet blijft ze nog een minuutje liggen en dan stapt ze moedig uit bed. Brrrr, het is echt koud vandaag. Ze kijkt naar buiten en ziet dat het zachtjes aan het sneeuwen is. “Bren, Bren, wakker worden, het sneeuwt!” jubelt ze. Brenda opent moeizaam haar ogen maar even later staat ook zij met een glunderend gezicht voor het raam te kijken naar de dwarrelende sneeuwvlokjes. Snel gaan ze zich wassen en trekken een lekkere warme trui aan waarna ze met veel herrie naar beneden stuiven. “Zo herrieschoppers” zegt papa gemoedelijk. Ze schuiven aan tafel waarna papa de handen vouwt en ze met elkaar bidden voor het eten. Snel eten ze hun brood, nemen hun trommeltjes, proppen ze in hun tassen en verdwijnen naar school. “Doe voorzichtig” roept mama nog en dan zijn ze al weg. Onderweg glijden ze hier en daar een beetje weg maar ze komen heel aan op het schoolplein waar al een sneeuwballengevecht aan de gang is. De meiden zetten snel hun fiets weg en gaan lekker meedoen. Een tijdje later zitten de kinderen met rode wangen en koude handen in de warme klas. Heerlijk om je zo even uit te kunnen leven maar nu is het weer opletten geblazen want de les begint. Vandaag is er geen oefenen dus na schooltijd gaan de kinderen nog eens lekker ravotten in de sneeuw en de beide meisjes komen meer glijdend dan rijdend thuis. “Voel eens hoe koud ik ben” zegt Nienke, en ze legt plagend een hand in de nek van Mark. Deze springt op en mept de koude hand van Nienke weg; “Brrr houd op meid” zegt hij nijdig en gaat weer zitten.Nienke schatert en krijgt van mama een heerlijke beker warme chocolademelk. Ook Brenda krijgt er eentje en samen zitten ze er even later met kleine slokjes van te genieten. Brenda’s ogen hebben een peinzende blik, ze zit ergens op te broeden en lijkt haar hele omgeving vergeten te zijn…

Als ze ‘s avonds naar bed gaat heeft ze haar plan klaar, ze weet wat ze kan doen om Stacy op haar nummer te zetten. Tevreden trekt ze de deken over zich heen en al snel is ze diep in slaap… oh Brenda toch…

Als ze de andere morgen op school komen is het alweer een vrolijke boel op het schoolplein, de kinderen lopen met rode wangen achter elkaar aan met grote sneeuwballen en vermaken zich prima totdat het sein komt dat ze naar binnen moeten omdat de lessen beginnen. De leraar merkt wel dat zijn volkje vandaag wat onrustig is maar met zijn rustige manier van lesgeven weet hij toch de aandacht te vangen. Tussen de middag is het een geroezemoes in de kantine, de jongens hebben het hoogste woord en dagen elkaar uit om straks na schooltijd een sneeuwballengevecht te houden. De meisjes zitten een beetje bij elkaar en Stacy is ongewild het middelpunt van de gesprekken want de meisjes roemen haar mooie stem nog maar eens en Stacy, die deze complimenten toch stiekem wel leuk vindt, kleurt ervan. Een beetje op de achtergrond zit Brenda met nauwelijks bedwongen woede het hele gedoe aan te zien, bah! wat een aansteller is dat wicht toch, pff ze stelt toch helemaal niets voor? En ondertussen vergeet ze dat zijzelf helemaal gloeide van trots toen zij te horen had gekregen dat ze de hoofdrol in het kerstspel mocht spelen, hoogmoedig had ze alle lof aangehoord en zich ondertussen ver verheven boven alle anderen gevoeld. Maar nu? Nu komt daar dat stomme kind roet in het eten gooien!! Boos gloeien haar ogen en in haar hart klinkt een vals stemmetje dat zegt: “wacht maar, ik krijg je wel!!”

Aan het einde van de middag gaan de leerlingen die meedoen aan het kerstspel weer met elkaar en de lerares oefenen. Eerst zijn de leerlingen voor het spel weer aan de beurt en daarna komen de zangers. Als Stacy opnieuw haar solo ten gehore brengt geniet ze er ditmaal zichtbaar van. Ach, wat zingt ze toch graag en wat voelt ze zich blij om dit te mogen doen. Met heel haar hart zingt ze de woorden van het mooie kerstlied. Als ze klaar is krijgt ze een spontaan applaus van de andere kinderen. Blij glanzen haar ogen en op dit moment is Stacy gewoon een lief meisje dat de anderen verlegen toelacht. Nog napratend gaan de kinderen naar de garderobe waar ze hun jassen aandoen en achter elkaar lopen ze naar buiten, het schoolplein op. Brenda heeft op dit moment gewacht en dwars door het gepraat van de anderen heen zegt ze op luide toon: “Pff, jullie moeten dat rare wicht niet zo ophemelen. Een liedje zingen kan iedereen hoor, ze is heus niks bijzonders. En bovendien is ze nog een stiekemerd ook, ja Stacy, ik heb je wel gezien hoor, samen met je moeder ging je naar de voedselbank!! Brrr, stel je voor, moet je de restjes eten die een ander niet wil!!” Het laatste komt er verachtelijk uit en het is doodstil geworden. De andere kinderen kijken Brenda met grote ogen aan, ook Nienke, die altijd trouw op haar zusje wacht, weet niet wat ze hoort. Maar voordat iemand ook maar één woord kan zeggen klinkt er een schreeuw als van een gewond dier. Stacy heeft het gevoel dat ze totaal vernederd wordt voor alle andere kinderen en met een vaart rent ze naar haar fiets, springt erop en rijdt weg alsof ze achterna gezeten wordt. Er hangt nog steeds een doodse stilte, iedereen is ontzet, hoe kán Brenda zó gemeen zijn? Maar dan klinkt er dwars door de stilte het geluid van knarsende remmen, slippende banden gevolgd door een harde klap en roepende stemmen. De kinderen schrikken en rennen in de richting van waar de klap geklonken heeft. “Stacy, het is Stacy” roept iemand en Brenda wordt lijkwit, ze schrikt zó erg dat ze als aan de grond genageld blijft staan. “oh nee! Stacy is doodgereden en het is háár schuld!” Dat is alles wat ze op dit moment kan denken en terwijl alle anderen zich naar Stacy haasten glipt zij stilletjes weg. Automatisch trapt ze door de straten, haar ogen verblind door tranen, haar hart vol wroeging en ze heeft geen idee waar ze heen gaat. Ze weet maar één ding, ze kan niet naar huis, dit wat zij gedaan heeft is veel te erg. En zo raakt ze verder en verder van huis terwijl het om haar heen steeds donkerder wordt… 

Als de kinderen bij Stacy komen zien ze haar op de grond liggen, er zijn inmiddels al een aantal mensen die zich over haar ontfermen en ook de man die haar aangereden heeft staat bij haar. Stacy was zó plotseling de weg op komen rijden dat hij haar in deze gladheid niet meer had kunnen ontwijken, zijn banden waren weggeslipt op de gladde straat en zo had hij haar geraakt. Gelukkig had hij niet hard gereden en viel het allemaal nog wel mee. Stacy is natuurlijk heel erg geschrokken en het lijkt erop dat ze haar arm gebroken heeft. Huilend zit ze daar op de straat en een mevrouw, die in de straat woont, neemt haar mee haar huis in. Een paar van de meisjes gaan mee naar binnen, ook Nienke. Ze proberen Stacy te troosten en Stacy glimlacht dankbaar door haar tranen heen naar hen. “Mijn moeder, ik moet mijn moeder bellen” zegt ze en de aardige mevrouw geeft haar een telefoon om haar moeder te bellen want zelf heeft Stacy er geen. Alexandra is net uit haar werk gekomen en verwacht Stacy eigenlijk elk moment thuis. Ze schrikt als ze hoort dat Stacy aangereden is en ze haast zich meteen naar het adres van de vriendelijke dame. Als Stacy haar moeder binnen ziet komen snikt ze het ineens uit van narigheid en haar moeder neemt haar liefdevol in haar armen en strijkt haar kalmerend door het haar. De chauffeur van de auto biedt aan om hen even naar het ziekenhuis te brengen om naar de arm te laten kijken en Alexandra accepteert dat aanbod dankbaar. Het blijkt dat de arm van Stacy inderdaad gebroken is maar verder is ze er gelukkig heel goed vanaf gekomen. “Nog wel een paar dagen rustig aan doen dame” zegt de dokter, “je zult morgen wel heel veel spierpijn hebben”. Stacy glimlacht witjes en met een arm in het gips gaan ze met de meneer die hen gebracht heeft terug naar het huis van de vriendelijke dame, waar Alexandra haar fiets ophaalt. Die van Stacy mag even bij de mevrouw in de tuin blijven staan, die halen ze later wel op, Stacy kan nu toch niet fietsen. Ze gaat samen met haar moeder lopen naar huis.

De andere kinderen zijn inmiddels ook naar huis gegaan. Ook Nienke heeft haar fiets opgehaald op school. Ze had Brenda niet meer gezien en ze veronderstelde dat die allang thuis zou zijn. Bij hun huis aangekomen gooit ze snel haar fiets in de schuur en rent naar binnen. “Bren, Bré-en, waar zit je?” roept ze. Marcia komt kijken in de gang en vraagt verbaasd waarom Nienke zo hard loopt te roepen en waarom zij niet sámen met Brenda naar huis gekomen is? “Is Brenda er nog niet?” zegt ze verbaasd, om dan meteen op boze toon te vertellen van de gemene streek van Brenda en de gevolgen ervan. Marcia schrikt enorm als ze dit hoort. Hoe komt dat kind er nou bij om zoiets te zeggen? Ze begrijpt soms haar eigen dochter niet en ook zij is verbolgen over het hele gebeuren. “Als Brenda zometeen komt dan zal ik haar eens flink onder handen nemen” zegt ze. En als Chris even later uit zijn werk komt krijgt ook hij het hele verhaal te horen. 

Het is al ruim na zevenen, Brenda is nog steeds niet thuis. Eerst hebben ze met z’n allen gewacht met eten totdat Brenda zou komen en uiteindelijk zijn ze dan toch maar aan tafel gegaan maar eigenlijk smaakte het eten niemand echt goed, allemaal zijn ze bezorgd omdat Brenda er nog niet is. “Het is al helemaal donker, waar kan Bren nou toch zijn?” vraagt Nienke met een benauwd stemmetje. Marcia en Chris zijn ook ongerust, dit is niets voor Brenda om zo laat nog onderweg te zijn en waar is ze naartoe? Ze begrijpen wel dat Brenda natuurlijk heel erg geschrokken moet zijn en misschien is ze bang om naar huis te komen, maar wáár kan ze zijn? Hoe later het wordt, hoe ongeruster ze worden en als Brenda om 11 uur nog niet thuis is bellen ze toch maar de politie. 

Ergens op een stille donkere landweg fietst een meisje met langzame trappen voort. ze heeft geen idee waar ze is, ze weet niet hoe laat het is, ze merkt niet hoe donker het is en ook niet hoe stil het op de landweg is. Totaal ontredderd fietst ze verder en verder weg van het dorp waar ze woont… 

Omdat het om een minderjarig meisje gaat is de politie meteen op zoek gegaan, ze hebben het signalement van Brenda verspreid en er is een heel aantal agenten op de been om te helpen zoeken. Ook Chris is in zijn auto gestapt om op zoek te gaan naar zijn dochter. De hele omgeving wordt uitgekamd, eerder had Marcia al een heel aantal kinderen uit haar klas gebeld maar niemand had gezien waar Brenda heen gefietst was en ook niemand had er enig idee van. Angstig zitten Marcia, Mark en Nienke bij elkaar en wachten op bericht. Van slapen komt voor Mark en Nienke ook niets, ze zijn veel te ongerust. Marcia probeert zo kalm mogelijk te blijven voor de twee kinderen en zegt: “Laten we samen bidden jongens, wij weten niet waar Brenda is, maar de ogen van de Here God zien haar wel, Hij weet waar ze is en we mogen Hem vragen om haar veilig thuis te brengen”. Zo vouwen ze daar met z’n drieën de handen en bidden de Here God om hun meisje te beschermen. 

Brenda is ondertussen heel koud geworden, eerst had ze het niet gemerkt maar nu voelt ze hoe de koude wind dwars door haar dikke jas dringt en ook haar handen zijn bijna totaal bevroren. Ze wordt zich bewust van de duisternis om haar heen en kijkt over de stille landweg, brrr, ineens wordt ze bang. Hier staan helemaal geen huizen en het is zó verschrikkelijk donker. Stilletjes begint ze te huilen en haar angst zorgt ervoor dat ze staand op de trappers ervandoor vliegt. Snel weg van deze enge donkere weg. In blinde paniek rijdt ze voort totdat ze in de bewoonde wereld komt. Hier zijn gelukkig huizen maar in de meeste huizen is het al donker. Zou het al zo laat zijn? Brenda vraagt het zich verwonderd af, voor haar gevoel gebeurde het ongeluk nog geen half uur geleden. Ze heeft inmiddels vaart geminderd en nu stapt ze af, ze probeert zich te oriënteren waar ze is maar ze heeft geen idee. Angstig probeert ze zich zo onzichtbaar mogelijk te maken, je hoort zulke vreselijke dingen tegenwoordig en ze is bang om verkeerde mensen tegen te komen. ze sluipt langs heggen, verschuilt zich als ze een auto hoort komen en bibberend van kou en van angst kruipt ze uiteindelijk weg achter een rij dikke bomen. Daar laat ze haar fiets vallen en zakt op de grond, ze kan niet meer. Ze denkt terug aan wat ze gedaan heeft en haar hart krimpt samen als ze eraan denkt dat Stacy, door háár schuld, doodgereden is. Bittere tranen lopen over haar wangen, ze heeft zoveel spijt, had ze toch maar nooit die lelijke woorden gezegd, kón ze ze nog maar terug nemen. Wanhopig voelt ze zich en naar huis kan ze ook niet, dat durft ze niet, ze zullen zó boos op haar zijn. En dan komt er ineens nóg een angstige gedachte in haar op, stel je voor dat ze naar de gevangenis moet… en nog harder huilt ze daar in haar verborgen hoekje. Totaal uitgeput en versteend valt ze uiteindelijk in een diepe slaap op de koude grond achter de bomen en terwijl er met man en macht gezocht wordt is er niemand die Brenda vindt die nacht…

Als de gepensioneerde dominee van der Putten de andere morgen vroeg de deur uitstapt om zijn hondje Lexy uit te gaan laten blijft hij even op het tuinpad staan om de frisse vrieslucht in de ademen. Heerlijk vindt hij dit moment van de dag, het is nog lekker vroeg, het is zelfs nog vrij donker en zo heerlijk stil, hij geniet er elke morgen weer van. Als hij met Lexy over het lange tuinpad afloopt trekt Lexy hem plotseling mee. Dominee is verbaasd, zijn Lexy is altijd de rust zelve en dat hij nu zo trekt is vreemd. De dominee laat zich meetrekken naar de plek waar Lexy hem heenvoert en dan ziet hij eerst een fiets liggen en meteen daarna ziet hij een figuurtje liggen, tegen zijn bomenrij, half onder de sneeuw. Dominee schrikt, wat is dat nou? Snel haast hij zich er naartoe en dichterbij gekomen ziet hij dat het een jong meisje is dat daar ligt. “Blijf Lexy” commandeert hij zijn hond en hij buigt zich over het meisje heen, ze reageert niet op zijn roepen en dan neemt hij haar wat moeizaam in zijn armen, hij is tenslotte al een dagje ouder, en snel gaat hij het tuinpad weer over richting zijn huis. Bij de deur gekomen bonst hij met zijn schouder ertegen en roept zijn vrouw Eefje, die op zijn roepen snel de deur opent. “Snel Eef, bel een dokter” hijgt hij terwijl hij haar voorbij loopt om het meisje in de warme woonkamer op de bank te leggen. Eefje is een moment verbijsterd maar weet dan snel te handelen en belt onmiddellijk hun dokter waarna ze dichterbij komt om te kijken wat er aan de hand is. Als ze het meisje ziet en hoort dat haar man haar vond in hun tuin in de sneeuw begint ze meteen haar man te commanderen, “haal een deken Herbert, en vul een warme kruik, dit kind is steenkoud, hoelang lag ze daar al, och arm kindje toch” zegt ze medelijdend tegen de bewusteloze Brenda terwijl ze haar liefdevol door de haren strijkt.

Als niet veel later de dokter arriveert heeft Brenda de ogen opgeslagen en kijkt verdwaasd om zich heen. Ze klappertand van de kou en als de dokter haar heeft onderzocht belt hij meteen een ambulance om haar naar het ziekenhuis te laten brengen. Terwijl ze op de ambulance wachten vraagt dominee vriendelijk naar de naam van Brenda en naar haar adres en of ze het telefoonnummer van haar ouders weet. Brenda vertelt het hem met een zacht stemmetje maar begint dan te huilen. “Ach meneer, ik heb zoiets vreselijks gedaan, oh ik kan niemand meer onder ogen komen, ik heb toch zoveel spijt” snikt ze en ze kan niet verder praten, zo hard is ze aan het huilen. Herbert en Eefje kijken medelijdend naar dit hoopje ellende, wat zou er in dat hoofdje omgaan en wat voor vreselijks zou ze gedaan kunnen hebben? Tijd om het te vragen is er niet meer want de ambulance is gearriveerd en Brenda wordt meegenomen naar het ziekenhuis. 

In het huis van Marcia en Chris is er zorg en onrust, Chris heeft tot diep in de nacht alles afgezocht en ook zijn er een heel aantal agenten aan het zoeken geweest. Uiteindelijk zijn ze gestopt en is er afgesproken om deze morgen vroeg opnieuw op pad te gaan. Chris en Marcia hebben geen oog dicht gedaan en Nienke en Mark zijn af en toe in de stoel en op de bank in slaap gevallen. Bleek en angstig zitten ze bij elkaar als de telefoon rinkelt. Chris neemt de telefoon op en de anderen kijken gespannen naar zijn gezicht. Het is dominee Herbert van der Putten die hem vertelt dat hij zijn dochter heeft gevonden en Chris roept uit het diepst van zijn hart “Oh, God zij gedankt” en Marcia, Mark en Nienke huilen van opluchting want ze begrijpen dat Brenda gevonden is. Chris luistert nog even naar de dominee en bedankt hem heel hartelijk, waarna hij de verbinding verbreekt en Marcia en de kinderen in een grote omhelzing vasthoudt. “Ze is naar het ziekenhuis gebracht, ze was onderkoeld, kom we gaan er snel heen” zegt hij. Meteen pakt hij opnieuw de telefoon en belt met de politie om te zeggen dat hun dochter gevonden is en dan stappen ze snel in de auto. Onderweg vertelt hij wat de dominee gezegd had en als ze in het ziekenhuis aankomen komt de arts al naar hen toe. “Ze is alleen onderkoeld en we zijn bezig om haar lichaam weer op de juiste temperatuur te krijgen, verder heeft ze gelukkig geen longontsteking waar we bang voor waren, ze is alleen wel erg door de war maar ik zal u naar haar kamer brengen” zegt hij. 

Kleintjes en wit ligt Brenda in het grote ziekenhuisbed, als de deur opengaat en ze haar vader en moeder ziet breekt ze en huilt ze al haar verdriet eruit. Papa en mama gaan ieder aan een kant op de rand van haar bed zitten en nemen hun meisje in hun armen. “Wat is er toch aan de hand lieverd? Wat is er gebeurd?” Met horten en stoten komt het hele verhaal eruit, hoe boos ze was geweest op Stacy en hoe jaloers dat ze zo mooi kon zingen en dat ze alle aandacht van iedereen kreeg en hoe ze had gezien dat Stacy en haar moeder spullen ophaalden bij de voedselbank en ze Stacy daarmee had vernederd voor alle kinderen van de klas. “En mama, papa” huilt ze, “toen rende Stacy weg en ging er heel hard op haar fiets vandoor en toen heb ik gehoord hoe ze doodgereden is!!” snikt ze. Chris en Marcia kijken elkaar aan en hun hart loopt over van medelijden met dit domme meisje. “Ach Brenda toch, wat je gedaan hebt is heel erg lelijk en dat was niet goed, dat had je nooit mogen doen maar Stacy is niet dood. Ze is aangereden maar gelukkig heeft ze alleen een gebroken arm” zegt Marcia die van Nienke natuurlijk het hele verhaal de vorige avond had gehoord en daardoor ook wist wat er met Stacy aan de hand geweest was. Brenda kijkt haar met grote roodbehuilde ogen aan, “niet dood? echt niet?” vraagt ze ongelovig, en als Chris bevestigd dat ze niet dood is snikt ze het opnieuw uit maar dit keer van opluchting. Marcia kijkt Brenda liefdevol aan en zegt dat ze nu eerst maar heel snel op moet knappen. Diezelfde dag, als Brenda haar lichaam weer op de goede temperatuur heeft mag ze al naar huis. Wel heeft de arts de ouders nog even apart genomen en hen gezegd dat Brenda tijd nodig heeft om alles te verwerken en dat begrijpen Marcia en Chris wel, voorlopig even geen school.

Op haar kamertje zit Brenda, Nienke is naar school maar zij mocht nog thuisblijven van papa en mama. Lusteloos hangt ze in een stoeltje en weet zich met zichzelf geen raad. Ze heeft een lang gesprek gehad met papa en mama en ze heeft alles opgebiecht, haar lelijke gedachten, haar wraakgevoelens en hoe het haar hart boos maakte. Papa en mama hebben gezegd dat ze Stacy vergeving moet vragen maar ze durft het niet. Ze durft niemand van school meer onder ogen te komen want ze is ervan overtuigd dat iedereen nu een hekel aan haar heeft en dat kan ze best snappen ook. Marcia en Chris zijn bezorgd, zo kennen ze hun Brenda niet, zo lusteloos en zo teneergeslagen… Marcia heeft inmiddels wel zelf al met Alexandra gebeld om te vragen hoe het met Stacy is en om haar verontschuldigingen aan te bieden. Alexandra had weliswaar wat afstandelijk maar niet onvriendelijk gereageerd.

De tweede middag dat Brenda van school thuis is wordt er aangebeld, Marcia doet open en voor de deur staat een vriendelijke oudere heer. Hij stelt zich voor als Herbert van der Putten en Marcia grijpt dankbaar zijn hand. “Oh dan bent u die meneer die onze Brenda gevonden heeft” zegt ze en snel nodigt ze hem binnen. Dominee vraagt of Brenda er ook is? en Marcia vertelt dat Brenda thuis is gebleven van school, dat ze zo lusteloos en stil is en dat ze niet goed raad weten met haar.Ze vertelt hem het hele verhaal en Herbert vertelt dat hij een gepensioneerd dominee is en vraagt of hij een praatje met Brenda mag maken. Marcia knikt, “graag dominee” zegt ze dankbaar maar gaat dan eerst een bakje koffie voor hem maken. Na de koffie wijst ze hem de weg naar Brenda’s kamer. De dominee klopt netjes aan de deur en een beetje verbaasd zegt Brenda “binnen”, wie zou dat zijn? Als ze het gezicht van de dominee om de hoek ziet komen licht haar gezichtje blij op, deze meneer kent ze, hij heeft haar uit de tuin gehaald en op de bank gelegd. “Dag meneer” zegt ze verlegen en ze geeft hem een hand. Hij houdt die smalle meisjeshand even warm in de zijne en zegt: “dag Brenda, ik kwam eens kijken hoe het met je gaat” en vriendelijk knikt hij haar toe. Brenda buigt het hoofd en zegt zachtjes, “het gaat wel meneer”. De dominee ziet tranen in haar ogen en vraagt waarom ze zo verdrietig is. “Je kunt het me wel vertellen meiske, ik ben dominee en er zijn al veel mensen geweest die mij van hun verdriet verteld hebben”. Brenda kijkt hem aan en als ze in zijn vriendelijke gezicht kijkt weet ze dat ze deze dominee kan vertrouwen en vertelt ze hem alles wat haar zo bedrukt en verdrietig maakt. Het is vooral een heel groot schuldgevoel dat ervoor zorgt dat ze niet verder kan. Dominee luistert geduldig en als Brenda is uitverteld pakt hij opnieuw haar hand, kijkt haar warm aan en zegt: “Brenda, mag ik je eens een verhaal vertellen?” Brenda knikt stil en dan begint de dominee te vertellen…

“Er was eens een jongen, hij was denk ik zo’n 11 jaar oud, en hij was de ondeugd van de straat. Hij had heel veel vrienden en maakte plezier maar haalde ook wel kattenkwaad uit. Ach, kwajongensstreken zou je kunnen zeggen, hij dacht er niet altijd goed over na maar het was geen slechte jongen. Op een dag kwamen er nieuwe mensen in de straat wonen en die hadden twee zoons die wat ouder dan de rest van de buurtkinderen waren. Het waren jongens die altijd aan het opscheppen waren over alles wat zij hadden en wat ze konden en dan zeiden ze tegen de jongere kinderen uit de straat dat het bange baby’s waren en dat ze niks durfden. De ondeugende jongen wilde ook wel zo stoer zijn als die grote jongens en hij zei tegen ze dat hij álles durfde en dat hij nergens bang voor was. De grote jongens lachten hem uit en begonnen hem uit te dagen. Ze lieten hem hele verkeerde dingen doen, zo moest hij stiekem snoep stelen in de winkel, hij moest de banden van iemands auto lek steken en op een dag hadden ze hem een tangetje gegeven om de remmen van de fiets door te knippen van een meneer in de straat. Deze meneer had geklaagd over de jongens omdat hij gezien had hoe ze meerdere malen mensen lastig vielen waardoor meer en meer mensen bang voor hen werden. Deze grote jongens waren heel erg brutaal en wilden het de man betaald zetten en daarom moest de ondeugende kleine jongen die kabeltjes kapot knippen. De jongen voelde zich gevangen door die jongens want nadat hij één klusje voor ze had gedaan, het snoep uit de winkel stelen, hadden ze hem gedreigd dat als hij niet alles deed wat ze hem vroegen ze hem zouden verraden en dan moest hij vast en zeker naar de gevangenis. De jongen was daar erg bang van geworden en daarom deed hij wat de groteren hem vroegen, óók die kabeltjes doorknippen. Maar hij had geen idee wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn totdat hij de volgende avond thuiskwam en van zijn vader hoorde dat de meneer met zijn fiets een ernstig ongeluk had gehad omdat zijn remmen niet meer werkten. Oh wat schrok hij en wat voelde hij zich vreselijk schuldig, maar hij durfde er met niemand over te praten, hij was zó bang. Hij sloot zich zoveel mogelijk op zijn kamertje op en wilde niet meer naar buiten. Na schooltijd rende hij in een vaart naar huis en daar bleef hij, angstvallig wachtend op nieuws over de meneer en hij werd banger en banger omdat het misschien wel steeds slechter ging met deze meneer. Zou hij doodgaan? Oh néé, dan zou hij een moordenaar zijn!!! De jongen had geen rustig moment meer, hij kon ‘s nachts niet meer slapen en overdag niet meer opletten op school, aan tafel kreeg hij bijna geen hap door zijn keel en zo zat hij op een woensdagmiddag weer in zijn kamertje. Zijn hart bonkte van angst, en hij wist zich geen raad meer, en toen, daar op zijn kamertje, begon hij met de Here God te praten. Ook dat had hij niet gedurfd omdat hij zich zó slecht en schuldig voelde maar nu wist hij niet anders meer te doen en hij vertelde de Here God hoe fout hij gehandeld had, hij huilde heel zijn verdriet er uit en bad vurig of de Here God hem toch nog wilde vergeven en ook of Hij de meneer beter wilde maken. Totaal uitgeput viel hij in slaap maar toen hij door zijn moeder geroepen werd om te komen eten wist hij dat hij nu ook met zijn ouders moest praten. Beneden gekomen begon hij meteen om ook zijn ouders alles te vertellen, zijn ouders zagen hoe moeilijk hij het ermee had en luisterden geschrokken naar alles wat hij had uitgehaald. Ze waren verdrietig omdat hun jongen het zo moeilijk had en hoewel ze natuurlijk zijn daden niet goedkeurden zagen ze wel zijn spijt en ze stelden voor dat ze met hem samen naar het ziekenhuis zouden gaan om ook deze meneer te gaan vertellen wat hij gedaan had en ook hem om vergeving te vragen. Makkelijk vond de jongen dat niet maar zijn ouders gingen met hem mee en toen hij in het ziekenhuis naast het bed van de meneer stond heeft hij hem gezegd hoe vreselijk hij zijn daad vond en heeft hem om vergeving gevraagd. Gelukkig was deze meneer heel erg vriendelijk en heeft de jongen van harte vergeven. Toen hij na 3 weken uit het ziekenhuis kwam was de ondeugende jongen zó blij en vanaf die dag zijn hij en de meneer dikke vrienden geworden. Maar het mooiste geschenk was dat er in het hart van de jongen vrede was gekomen toen hij alles opgebiecht en om vergeving gevraagd had, en weet je Brenda, die jongen… dat was ik!” Brenda kijkt hem met grote ogen aan, ze heeft ademloos geluisterd, die angst, die schuld, het is of de dominee in haar hart kan kijken want dat is precies zoals zij zich ook voelt en nu begrijpt ze dat hij wéét hoe het voor haar moet zijn, ergens geeft dat troost en dan pakt ze de hand van de dominee en ze zegt: “Dominee, ik ben zo bang dat wat ik gedaan heb te erg voor de Here God is om mij te vergeven, ik heb geen vergeving verdiend”. De dominee kijkt haar met liefdevolle ogen aan en zegt: “Ach meisje toch, vergeving kunnen we niet verdienen, dát heet nou genade, iets ontvangen wat je niet verdiend hebt, dat is wat de Here Jezus voor ons gedaan heeft. Hij kwam naar de aarde om voor onze fouten de prijs te betalen, Hij is voor ons aan het kruis gestorven waardoor wij vergeving konden ontvangen. Zóveel houdt Hij van ons”. Daar moet Brenda even over nadenken maar in haar hart begint een glimpje hoop door te dringen en ze vraagt de dominee: “ehh zou u mij willen helpen, zou u samen met mij willen bidden of de Here God óók mij zou willen vergeven? En ook of Hij mij moed wil geven om Stacy om vergeving te vragen?” Dominee glimlacht en knikt, hij neemt haar handen in de zijne en terwijl ze beiden hun hoofden buigen bidden ze daar samen. Na het gebed voelt Brenda zich wonderlijk getroost maar ze weet dat ze nog een hele belangrijke stap moet zetten. 

Nadat de dominee die middag is weggegaan heeft Brenda nog een tijdlang nagedacht over zijn woorden en na het eten vraagt ze haar ouders of ze Stacy en haar moeder zouden willen vragen of ze alsjeblieft bij hen langs zouden willen komen. Marcia en Chris begrijpen dat dit voor hun dochter een hele overwinning moet zijn en ze stemmen ermee in. Marcia zoekt de adreslijst van school erbij en even later belt ze naar Alexandra. Nadat ze heeft uitgelegd wie ze is en ook heeft uitgelegd waarom ze haar belt, ook heeft verteld van de spijt en schuld die Brenda voelt stemt Alexandra er mee in om samen met Stacy langs te komen en ze spreken af voor de volgende middag.

Als het dan eindelijk zo ver is dat Stacy, samen met haar moeder, aan de deur staat bonkt Brenda’s hart van angst; hoe zouden ze reageren? zouden ze erg boos zijn? zouden ze haar excuses misschien niet eens aan willen nemen? Duizend vragen schieten door haar hoofd als haar moeder naar de gang loopt om die beiden binnen te laten. Alexandra had moeite gehad om Stacy mee te krijgen, die wilde niet, nee Stacy was heel erg boos maar haar moeder had erop gestaan dat ze meeging en met een boos en onwillig gezicht komt ze, achter haar moeder, de kamer binnen. Alexandra zegt vriendelijk gedag maar Stacy heeft een gezicht als een donderwolk en zegt niets. Brenda weet niet hoe te reageren en er hangt een spanning in de gezellige woonkamer als Marcia even later binnenkomt met een blad met kopjes erop. Er is koffie voor de moeders en lekkere chocolademelk voor de meisjes. In één ogenblik heeft Marcia de stemming gepeild en als ze ook nog een lekker kerstkransje heeft gepresenteerd vraagt ze aan Stacy hoe het met haar arm gaat, heeft ze nog veel pijn of valt het mee? Stacy knikt stug van nee, ze heeft er geen pijn aan nu het in het gips zit, “maar” zegt ze “mijn fiets is wél kapot en mama heeft geen geld om hem te laten maken!” Beschuldigend kijkt ze naar Brenda die helemaal in haar schulp kruipt. Dan grijpt Alexandra in, ze kijkt Brenda bemoedigend aan en zegt: “Volgens mij zijn we hier omdat Brenda ons iets wilde zeggen toch Brenda?” Ze knikt eens bemoedigend naar het meisje dat daar zo timide in haar stoel zit, ze heeft allang gezien dat het kind enorme wroeging heeft en met zichzelf geen raad weet. Brenda buigt haar hoofd en met een klein stemmetje begint ze te vertellen wat er de laatste weken allemaal voorgevallen is, alles wat er in haar hoofd omgegaan was en waar dat uiteindelijk toe geleid heeft. Alexandra luistert naar het meisje en begrijpt dat ook Stacy niet bepaald een engeltje geweest is. Stacy zelf heeft dat inmiddels ook wel begrepen, luisterend naar het verhaal van Brenda krijgt ze ineens een heel ander beeld van zichzelf en als Brenda aan het einde van haar verhaal met betraande ogen naar haar kijkt en haar om vergeving vraagt dan breekt er ook bij de trotse Stacy iets vanbinnen. Ook zij begint te vertellen over de eenzaamheid die ze zo dikwijls voelt, over mama die zoveel moet werken, over de voedselbank waar ze over mopperde, maar ze beseft ook dat ze ondankbaar is geweest en als ze is uitverteld staat Brenda op, gaat naar haar toe en aarzelend steekt ze haar hand uit naar Stacy, “zouden we vrienden kunnen worden Stacy?” vraagt ze met een schuwe blik op Alexandra want zou zij het wel goed vinden als Stacy vrienden met haar zou worden? Stacy knikt en de meisjes kijken elkaar aan terwijl ze de hand van Brenda aanneemt. De beide moeders zijn ontroerd en er wordt die middag nog heel wat af gepraat tussen die twee.

Enkele dagen later gaat Brenda voor het eerst weer naar school, Nienke is blij dat haar zusje weer genoeg hersteld is om mee te gaan maar Brenda is heel nerveus. Ze moet nu alle klasgenootjes onder ogen komen die gehoord hebben hoe lelijk ze tegen Stacy gedaan had en hoewel ze het liefste hard zou weglopen weet ze dat ze hier toch doorheen moet. Gelukkig is ze niet alleen maar is haar zusje er die haar door dik en dun steunt. “Kom op Bren, we doen het samen” zegt ze bemoedigend en zo stappen ze op hun fiets. Als ze bij school komen zien ze bij het het Stacy al staan, zij was alweer een aantal dagen op school en ze begrijpt dat het voor Brenda moeilijk is, daarom staat ze haar op te wachten. Brenda wordt er warm van en even later lopen ze gedrieën de school binnen. De andere kinderen kijken verbaasd, nou nou, het lijkt wel of ze ineens dikke vriendinnen zijn zeg. Als de eerste les begint steekt Brenda haar vinger op en vraagt met een bibberend stemmetje of ze iets mag zeggen. De lerares knikt en dan loopt ze dapper naar voren. Zo voor de klas, met de ogen van alle kinderen op zich gericht vertelt Brenda dat ze heel erg dom gedaan heeft en dat ze ook aan de kinderen uit de klas wil zeggen dat ze daar heel veel spijt van heeft. Met gebogen hoofd loopt ze terug naar haar plekje maar dan zijn daar veel stemmen die door elkaar heen praten en haar prijzen dat ze zo dapper is geweest, Ze hebben respect voor haar en dat laten ze haar weten. Brenda is blij verrast door deze reacties en ze slaakt een zucht van verlichting.

Inmiddels is het nu bijna kerst en ze oefenen hard voor het kerstspel en de liederen. Brenda is niet meer haantje de voorste, ze houdt zich meer op de achtergrond en speelt de rol die haar is toebedeeld. Ook Stacy oefent hard haar solo en het gaat steeds beter. De drie meisjes, de tweeling en Stacy, zijn inmiddels dikke vriendinnen aan het worden, Stacy gaat na schooltijd vaak met de meisjes mee naar huis, zo is ze niet zo alleen als mama nog aan het werk is, en menig keer blijft ze ook eten. Na het eten wordt ze dan door Chris thuisgebracht want haar arm zit nog in het gips en ze kan nog niet fietsen. Steevast geeft Marcia dan eten mee aan Stacy voor haar moeder, “omdat ik een beetje teveel heb gemaakt” zegt ze dan en het wordt in dank aanvaard. Marcia probeert Alexandra zo een beetje te helpen, nog een jaartje hebben ze het krap maar daarna is de schuld afbetaald en dan zal het allemaal wat makkelijker voor hen worden. Stacy warmt zich aan de gezelligheid en liefde daar bij de tweeling thuis, zelfs Mark vindt ze aardig en ze kan goed met hem opschieten. Het is altijd een vrolijke boel met de jongelui en ‘s avonds in haar bed is het een tevreden Stacy die de dag nog eens overdenkt.

Vanavond is het zover, het kerstfeest op school. Langzaam maar zeker druppelen de ouders de aula van de school binnen. Het is er gezellig gemaakt, er staan rijen met stoelen en als de kinderen van tijd tot tijd om een hoekje kijken zien ze dat het steeds voller wordt. Marcia, Chris, Mark en Alexandra zijn er ook, ze zitten in dezelfde rij en zachtjes aan wordt het voor de directeur van de school tijd om alle gasten te begroeten. Hij komt het podium op, neemt de microfoon en heet de mensen van harte welkom. Hij begint met een gebed en daarna zingen ze met zijn allen 2 mooie liederen. Dan kondigt hij het kerstspel aan en de lichten in de zaal worden gedoofd, alle ogen zijn gericht op het podium. Het kerstspel is mooi, alle kinderen hebben hard geoefend en kennen hun rol perfect. Als ze klaar zijn krijgen ze daverend applaus en dan is het de beurt aan Stacy. Wat verlegen komt ze het podium op en de lerares zet zich aan de piano. Als ze de eerste noten gezongen heeft vallen de zenuwen van Stacy af en dan klinkt haar mooie, zuivere stem door de aula. Het is doodstil, iedereen luistert ontroerd naar het mooie lied en als het uit is blijft het nog even stil voordat het applaus losbarst. Stacy krijgt er een kleur van en gaat terug naar de andere kinderen. Spontaan vliegt Brenda op haar af “wat heb je dát prachtig gedaan Stacy” zegt ze en Stacy lacht blij naar haar. Als een poosje later het laatste lied gezongen is en het laatste gebed geklonken heeft gaat ieder weer huiswaarts. Het is meteen ook het begin van kerstvakantie en de kinderen hebben er zin in.

Vandaag is het de eerste kerstdag en Marcia heeft Alexandra en Stacy uitgenodigd om na de kerk met hen mee te komen. Daar hadden die twee wel oren naar en ook de tweeling heeft er zin in. Als ze thuis komen uit de kerk zitten ze gezellig met z’n allen bij elkaar, er is koffie, chocolademelk, heerlijke zelfgebakken cake en Alexandra heeft een hele door met koekjes meegebracht die zij en Stacy de vorige dag hadden gebakken. Genietend kijkt Brenda de kring rond, oh hoe anders voelt ze zich nu, wat een verschil met nog maar zo kort geleden. Wat was ze de dominee dankbaar dat hij naar haar toe gekomen was, hij had haar eerst uit de sneeuw gehaald en later zó geholpen met zijn verhaal. Ach, de dominee, “mam? ik moet zo aan de dominee denken, zou ik hem mogen bellen om te vragen of hij ook zin heeft om te komen?” vraagt ze. Marcia kijkt in het vragende gezichtje van Brenda en knikt, “natuurlijk mag dat” zegt ze. Snel pakt Brenda de telefoon en belt de dominee op, nadat hij bij haar geweest is heeft ze nog een paar keer met hem gesproken door de telefoon, zij en haar ouders zijn hem zo vreselijk dankbaar. Herbert en Eefje vinden de onverwachte uitnodiging heel gezellig en een uurtje later bellen ze aan en worden ze door een blije Brenda binnen genodigd. 

Aan het einde van de middag zit het hele gezelschap rond de grote eettafel die voor deze gelegenheid feestelijk gedekt is. Marcia heeft, met hulp van Alexandra en Eefje, een heerlijke maaltijd op tafel gezet en voordat ze gaan eten vouwen ze de handen voor een gebed. Chris vraagt aan de dominee of hij zou willen danken voor het eten maar voordat hij kan beginnen zegt Brenda: “Papa, zou ik het mogen doen vandaag?” Verrast kijkt iedereen naar haar, “ja natuurlijk lieverd” zegt papa en als ze hun ogen sluiten horen ze Brenda zeggen: “Here God dank U wel dat ik nu weet wat genade is, dat U mij vergeven heeft en dat Stacy en haar moeder mij vergeven hebben terwijl ik het niet had verdiend, oh ik ben zó blij dat het in mijn hart nu rustig is en wilt U mij helpen om daar altijd aan te denken zodat ik aan anderen ook een stukje van Uw genade mag uitdelen…” Verlegen kijkt Brenda op na haar gebed en haar ogen ontmoeten die van de dominee die haar toe knikt. Ja, Brenda heeft het begrepen en de oude dominee dankt in de stilte de Here God dat hij dit meisje mocht ontmoeten en haar mocht helpen in de moeilijkste momenten van haar jonge leventje. 

Terwijl buiten opnieuw verse sneeuwvlokjes uit de koude lucht naar beneden dwarrelen is het binnen warm en gezellig maar het allermooiste? Dat is dat er in het hart van Brenda vrede is gekomen. 

christmas-tree

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Kerstverhaal: Brenda toch… (slot)

kerst 2019

Vanavond is het zover, het kerstfeest op school. Langzaam maar zeker druppelen de ouders de aula van de school binnen. Het is er gezellig gemaakt, er staan rijen met stoelen en als de kinderen van tijd tot tijd om een hoekje kijken zien ze dat het steeds voller wordt. Marcia, Chris, Mark en Alexandra zijn er ook, ze zitten in dezelfde rij en zachtjes aan wordt het voor de directeur van de school tijd om alle gasten te begroeten. Hij komt het podium op, neemt de microfoon en heet de mensen van harte welkom. Hij begint met een gebed en daarna zingen ze met zijn allen 2 mooie liederen. Dan kondigt hij het kerstspel aan en de lichten in de zaal worden gedoofd, alle ogen zijn gericht op het podium. Het kerstspel is mooi, alle kinderen hebben hard geoefend en kennen hun rol perfect. Als ze klaar zijn krijgen ze daverend applaus en dan is het de beurt aan Stacy. Wat verlegen komt ze het podium op en de lerares zet zich aan de piano. Als ze de eerste noten gezongen heeft vallen de zenuwen van Stacy af en dan klinkt haar mooie, zuivere stem door de aula. Het is doodstil, iedereen luistert ontroerd naar het mooie lied en als het uit is blijft het nog even stil voordat het applaus losbarst. Stacy krijgt er een kleur van en gaat terug naar de andere kinderen. Spontaan vliegt Brenda op haar af “wat heb je dát prachtig gedaan Stacy” zegt ze en Stacy lacht blij naar haar. Als een poosje later het laatste lied gezongen is en het laatste gebed geklonken heeft gaat ieder weer huiswaarts. Het is meteen ook het begin van kerstvakantie en de kinderen hebben er zin in.

Vandaag is het de eerste kerstdag en Marcia heeft Alexandra en Stacy uitgenodigd om na de kerk met hen mee te komen. Daar hadden die twee wel oren naar en ook de tweeling heeft er zin in. Als ze thuis komen uit de kerk zitten ze gezellig met z’n allen bij elkaar, er is koffie, chocolademelk, heerlijke zelfgebakken cake en Alexandra heeft een hele door met koekjes meegebracht die zij en Stacy de vorige dag hadden gebakken. Genietend kijkt Brenda de kring rond, oh hoe anders voelt ze zich nu, wat een verschil met nog maar zo kort geleden. Wat was ze de dominee dankbaar dat hij naar haar toe gekomen was, hij had haar eerst uit de sneeuw gehaald en later zó geholpen met zijn verhaal. Ach, de dominee, “mam? ik moet zo aan de dominee denken, zou ik hem mogen bellen om te vragen of hij ook zin heeft om te komen?” vraagt ze. Marcia kijkt in het vragende gezichtje van Brenda en knikt, “natuurlijk mag dat” zegt ze. Snel pakt Brenda de telefoon en belt de dominee op, nadat hij bij haar geweest is heeft ze nog een paar keer met hem gesproken door de telefoon, zij en haar ouders zijn hem zo vreselijk dankbaar. Herbert en Eefje vinden de onverwachte uitnodiging heel gezellig en een uurtje later bellen ze aan en worden ze door een blije Brenda binnen genodigd. 

Aan het einde van de middag zit het hele gezelschap rond de grote eettafel die voor deze gelegenheid feestelijk gedekt is. Marcia heeft, met hulp van Alexandra en Eefje, een heerlijke maaltijd op tafel gezet en voordat ze gaan eten vouwen ze de handen voor een gebed. Chris vraagt aan de dominee of hij zou willen danken voor het eten maar voordat hij kan beginnen zegt Brenda: “Papa, zou ik het mogen doen vandaag?” Verrast kijkt iedereen naar haar, “ja natuurlijk lieverd” zegt papa en als ze hun ogen sluiten horen ze Brenda zeggen: “Here God dank U wel dat ik nu weet wat genade is, dat U mij vergeven heeft en dat Stacy en haar moeder mij vergeven hebben terwijl ik het niet had verdiend, oh ik ben zó blij dat het in mijn hart nu rustig is en wilt U mij helpen om daar altijd aan te denken zodat ik aan anderen ook een stukje van Uw genade mag uitdelen…” Verlegen kijkt Brenda op na haar gebed en haar ogen ontmoeten die van de dominee die haar toe knikt. Ja, Brenda heeft het begrepen en de oude dominee dankt in de stilte de Here God dat hij dit meisje mocht ontmoeten en haar mocht helpen in de moeilijkste momenten van haar jonge leventje. 

Terwijl buiten opnieuw verse sneeuwvlokjes uit de koude lucht naar beneden dwarrelen is het binnen warm en gezellig maar het allermooiste? Dat is dat er in het hart van Brenda vrede is gekomen.

christmas-tree

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail