Willekeurige bemoediging
  • 25 november 2006
    Een stad met omvergehaalde muren, zo is iemand die zijn geest niet in bedwang heeft. Spreuken 25:28. Een stad met omvergehaalde …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Wie is er verhuisd?

God “zoeken”…?!

Twee woorden die we regelmatig gebruiken. Als we spreken over onze stille tijd, dan zijn we bezig om God te zoeken, om Zijn aangezicht te zoeken. Als er problemen zijn in ons leven, dan zoeken we God nog eens een keertje extra. Ook in de bijbel lees je over volken die God zochten. Over leiders die tezamen met hun volk God zochten.

Ik luisterde een aantal jaren geleden altijd ’s avonds laat naar een radioprogramma van de EO, dan lag ik al in bed, maar dan had ik de radio nog even aan. Het programma “de randen van de nacht”. De presentator daarvan zei altijd: Als je God niet meer kunt vinden… wie is er dan verhuisd? Deze zin kwam in mijn gedachten toen ik zo bezig was om me te bedenken dat het inderdaad een eigenaardige uitspraak voor Gods “kinderen” is, om telkens te zeggen dat we God “zoeken”. Want stel je nou toch voor dat mijn kinderen iedere keer dat ze mij willen zien, mij eerst moeten zoeken? Dat is toch vreemd? Ze weten toch waar ik woon?

De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft. Hij heeft uit één enkele het gehele menselijk geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons. Hand.17:24-27.

God heeft een ieder van ons gemaakt, en het was vanaf het begin de bedoeling dat we samen met Hem zouden zijn, zoals Hij in het begin dagelijks bij Adam en Eva kwam in de Hof van Eden en dan met Adam door die hof wandelde. Jammer genoeg is het toen misgegaan en sindsdien heeft de mens het moeilijk om God te “vinden”. Als je in het oude testament leest, dan wordt daar heel veel gesproken over het zoeken van God, het zoeken naar God. Als we echter denken aan het offer van de Here Jezus, dan weten we dat Hij de weg tussen God en de mens, heeft vrijgemaakt, zodat we opnieuw die omgang met Hem kunnen hebben. Hoe komt het dan dat het tóch nog zo moeilijk is om God te vinden? Die weg tot Gods genadetroon is opengemaakt, voor ons, dus je zou zeggen: dan hoef je enkel maar op die weg te gaan en dan kom je automatisch bij God uit toch? Maar zo werkt het blijkbaar toch niet helemaal…..of helemaal niet?

Als je dat stukje uit Handelingen leest, dan staat daar dat het te hopen is dat de mens, al tastende, God zou mogen vinden. Veel mensen hébben Hem gevonden en hébben hun leven Hem overgegeven. Maar dan tóch schijnt het lastig te zijn om een volgende keer wéér de juiste weg te vinden tot de Vader. Het woord “tasten” geeft aan dat hier gesproken wordt over een zoeken zonder zien, en ook het feit dat er staat dat God niet ver is van een ieder van ons, bevestigt dat nog eens extra. Iets dat niet ver is, dus dichtbij, zou je normaal gesproken moeten kunnen zien. Als ik alles goed kan zien, dan hoef ik niet te tasten, maar als ik in een volkomen duisternis wandel, dan moet ik tasten om mijn weg te vinden, en mensen die blind zijn, die moeten ook tasten.

Blind voor de fouten en overtredingen die we maken, duisternis waar wij ons in begeven, dat zijn dingen die ervoor kunnen zorgen dat we God moeten zoeken, dat we het moeilijk hebben om Hem (opnieuw) te vinden. In de Psalmen spreekt David over de “gebaande wegen”:Welzalig de mensen wier sterkte in U is, in wier hart de gebaande wegen zijn. Als zij trekken door een dal van balsemstruiken, maken zij het tot een oord van bronnen; ook hult de vroege morgen het in zegeningen. Zij gaan voort van kracht tot kracht en verschijnen voor God in Sion. Psalm 84:6-8. Dit zijn mensen die niet elke keer opnieuw naar God hoeven te “zoeken”, de weg naar Hem toe is reeds gebaand. Het hart, waarin die gebaande wegen zijn, is schoongemaakt, en het enige dat je dán nog moet doen is, het schoonhóúden. Telkens weer.

Wie kan de berg van de Here beklimmen en binnengaan in de plaats waar Hij woont? Wie kan voor de Here staan? Alleen zij die schone handen en zuivere harten hebben; die zich niet inlaten met oneerlijkheid en leugens. Zij zullen als een zegen van God Zijn goedheid in hun leven ervaren. Die rijkt Hij, hun Verlosser, hun Zelf toe. Zij mogen voor de Here komen staan en Hem, de God van Jakob, hulde brengen. Psalm 24:3-6 (uit Het Boek.)


facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


5 + 3 =