Willekeurige bemoediging
  • 8. Jozef
    Vandaag het laatste deel van Jozef Een belangrijke les is er nog te leren van de geschiedenis van Jozef. Maar …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Te eng?

Psalm 132:3-5 : Voorwaar, ik zal de tent mijner woning niet binnengaan, noch de sponde mijner legerstede beklimmen, voorwaar, ik zal aan mijn ogen geen slaap gunnen, noch sluimering aan mijn oogleden, totdat ik voor de Here een plaats gevonden heb, een woning voor de Machtige Jakobs.

De woorden in deze Psalm houden een gelofte in die David aan de Here God had gedaan, hij wilde voor de Here een tempel bouwen, een huis waar de ark van God een plaats zou krijgen.

Maar deze wens mag ook voor vandaag ónze wens zijn. David spreekt erover dat hij geen rust zal nemen, er staat dat hij zijn bed niet zal beklimmen, met andere woorden, hij wil zelfs niet in de verleiding komen om éventjes te gaan liggen en dan toch in slaap te vallen. Hij wil maar één ding, en dat is een tempel bouwen voor de allerhoogste God. Het is belangrijk om plaats te máken voor de Here God, plaats in ons léven te maken. God wil op de troon van ons leven zitten, Hij wil de eerste plaats innemen, Hij wil bewegen in ons hart in ons leven in onze familie in onze gemeente, maar daarvoor heeft Hij ruimte nodig. Aan ons de taak om die ruimte te maken, om alle ruimte in ons, beschikbaar te stellen aan Hem.

Een tempel is een huis, helemaal van God alleen. Een woonplaats onder de mensen. Het is een huis gebouwd door mensenhanden. Zo’n tempel, maar dan in geestelijke zin, mogen wij voor de Here God bereiden. Een tempel gebouwd met (onze) mensenhanden, geheiligd en gereinigd van alle puinhoop en rommel, een plaats helemaal voor God alleen, waar Hij álle ruimte krijgt om Zijn werk te doen, ruimte  om in ons hart en in ons leven te bewegen. Wij willen de Here God toch niet in een klein hokje plaatsen waar Hij niet kan bewegen? Een God alleen voor de zondag, of alleen als we in de problemen zitten, of alleen.. noem maar op. God is er voor elk moment van iedere dag, Hij wil in ons, door ons, aan ons en mét ons werken, geven wij Hem in ons hart, in ons leven, die ruimte?

Paulus schrijft in één van zijn brieven aan de Korinthiërs dat zijn hart wijd openstaat voor hen, maar dan zegt hij vervolgens: II Kor.6-12 : Bij ons (Paulus en Timoteüs) vindt gij niet te weinig ruimte, maar in uw binnenste is het te eng. En dan spreekt hij erover dat ze zichzelf moeten afscheiden van hun foute praktijken, dat ze zichzelf moeten reinigen van “alle bezoedelingen des vlezes en des geestes”.
Ruimte maken, een tempel bouwen voor onze God!


Een tempel, rein en heilig
een woning mooi en schoon,
een plek om in te wonen
voor Vader, Geest en Zoon.
Ik wil die tempel bouwen
een stukje iedere dag,
zodat er binnenin mij
genoeg ruimte komen mag.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


+ 3 = 9