Willekeurige bemoediging
  • Wie durft?
    Psalm 138. De Here is zo getrouw als sterk. (Van David.) Ik zal U loven met mijn ganse hart, in …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Ik was een dief…

Welzalig hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is; welzalig de mens wie de Here de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is. Want zolang ik zweeg, kwijnde mijn  gebeente weg onder mijn gejammer de ganse dag; want dag en nacht drukte Uw hand zwaar op mij, mijn merg verdroogde als in zomerse hitte. Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zeide: Ik zal de Here mijn overtredingen belijden, en Gij vergaaft de schuld mijner zonden. Daarom bidde iedere vrome tot U ten tijde dat Gij U laat vinden; zelfs bij een stortvloed van geweldige wateren zullen die hem niet bereiken. Gij zijt mij een verberging, Gij bewaart mij voor benauwdheid, Gij omringt mij met jubelzangen van bevrijding. Psalm 32:1-7.

Toen ik nog heel jong was, precies weet ik het niet meer, maar ik denk een jaar of vijf á zes ofzo, speelde ik altijd buiten. Op een keer waren we aan het spelen en een ander meisje had mij gevraagd of ik op haar geld wilde passen, twee dubbeltjes. Ik had ja gezegd, maar zodra ze uit het zicht was, verdween ik als een haas met dat geld. Ik kwam ermee thuis waar mijn moeder mij vroeg hoe ik aan dat geld gekomen was en toen ik het vertelde, legde mijn moeder mij uit dat ik dan een dief was. Ik had dat geld gestolen van dat andere meisje. Ik was daar heel erg van geschrokken en al snel kwam het meisje naar ons huis. Tja, ik was natuurlijke wél een “domme” dief, want zij wist dat ze haar geld bij mij achtergelaten had, dus kwam ze het ook weer bij mij ophalen. Ik was echt bang en durfde de deur niet open te doen, ik weet nog dat ik probeerde om mij achter mijn moeder te verschuilen en haar vroeg of zij dat geld terug wilde geven, maar ik moest het zelf teruggeven. Wat vond ik dát vreselijk. Dit meisje woonde bij ons aan de overkant en als ik naar school moest dan moest ik altijd langs hun tuin lopen. Nog maandenlang ben ik bukkend langs die heg geslopen opdat niemand uit dat huis mij kon zien. Waarom ik dat deed? Ik had een enorm schuldgevoel en het idee dat de mensen in dat huis het mij nog steeds kwalijk namen dat ik die twee dubbeltjes meegenomen had, daarom probeerde ik mij voor hun te verbergen.

Als ik aan het verhaal van Adam en Eva denk, dan zie ik daar precies hetzelfde gebeuren. Ze hadden gezondigd en nadat zij dit gedaan hadden probeerden zij zich te verbergen voor God. Zonde maakt dat wij ons willen verbergen. We schamen ons en zouden het liefst in een hoekje wegkruipen.

Boven deze Psalm 32 staat: De zegen der schulbelijdenis.

Zoals ik mij bleef schamen voor mijn overtreding, zo kan dat ook gebeuren in ons geestelijk leven. We hebben iets verkeerd gedaan en voelen ons er heel lang schuldig over. En net als bij Adam en Eva, zijn we geneigd ons zélfs voor God te verbergen. Maar weet je wat ik nou zo mooi van dit stukje vind? Ik probeerde mij, destijds, te verbergen voor diegene tegen wie ik de overtreding begaan had, dat meisje. Als ik zondig, dan is dat atijd tegen God. En dan staat er ook dat David hier zegt dat hij zich behoorlijk naar voelde zolang hij zweeg, zolang hij dus de zonden voor zich hield. Hij schrijft dat zijn gebeente wegkwijnt, en dat zijn merg verdroogde. Kortom, het ging hem niet goed. Maar dan beschrijft hij dat hij God zijn overtredingen bekend maakte, dat hij zijn zonden zou belijden. Vervolgens zegt hij: Gij vergaaft de schuld mijner zonden. En dan zegt hij dit: Gij zijt mij een verberging, Gij bewaart mij voor benauwdheid, Gij omringt mij met jubelzangen van bevrijding. En dát vind ik nou zo mooi aan dit stukje. Als wij onze zonden belijden, dan hoeven we ons verder niet te verbergen voor God, maar dan creeërt Hij zelfs een schuilplaats bij Zichzélf. Maar waarom moeten wij ons dan uberhaupt nog verbergen? Als we dan tóch al onze schuld bij Hem beleden hebben, dan is er toch niets meer om ons voor te verbergen?

Ja, toch wel, want wij hebben een aanklager, de duivel wil niets liever dan dat wij ons schuldig blijven voelen, dat we elk stukje blijdschap dat we hebben, door hem laten roven en dat we ons daar diep ongelukkig bij voelen. En dan is de Here God zó liefdevol om Zélf een schuilplek voor ons beschikbaar te stellen. Dát plekje waar we veilig zijn, dicht bij Hem, dáár waar Hij ons kan beschermen en bewaren. Daar waar de duivel ons niet kan pakken, dáár wil Hij ons graag hebben.

Als je een stukje verder in de Psalmen komt, dan is daar die mooie Psalm 91. Een verhaal over die schuilplaats die we hebben bij de Here God en dan staat er o.a. in vers 4: Met Zijn vlerken beschermt Hij u, en onder Zijn vleugelen vindt gij een toevlucht; Zijn trouw is schild en pantser. Deze hele Psalm is zo mooi en bemoedigend, vol van prachtige beloften.

We weten, als christen, heus wel dat we onze zonden moeten belijden, dat we onze overtredingen bij God bekend moeten maken. Maar dat Hij zó liefdevol is om ons dan die plaats aan te bieden, dát vergeten we nog weleens. En dan laten we ons te pakken nemen en we laten ons nog veel te lang aanklagen, waardoor we ons schuldig blijven voelen. Laten we dat plekje, zo heel dicht bij onze hemelse Vader maar opzoeken en van Zijn bescherming genieten.

Bij U vind ik bescherming
in tijden van gevaar,
bij U vind ik een schuilplaats
en U zelf bent altijd daar.
Uw vleugels zijn gevouwen
over mijn leven heen,
U Here bent mijn toevlucht,
U laat mij nooit alleen.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


5 + 7 =