Willekeurige bemoediging
  • Waar doe je het voor?
    Toen mijn hart verbitterd was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd, toen was ik een grote dwaas en zonder …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

“Iemand” inplaats van “niemand”.

whoareyou2[1]

Het komt veel voor, mensen die in hun jeugd door één der ouders, of door beide ouders niet  gewaardeerd zijn, gekleineerd zijn, genegeerd zijn, mensen die rondlopen met gevoelens van minderwaardigheid door wat er vroeger is gebeurd. Mensen die nu nog steeds rondlopen met het verlangen om iemand te zijn. Iemand waar men tegenop kijkt, iemand die iets voorstelt, gewoon “iemand” inplaats van “niemand”.

Zo was ook David een “niemand” voordat hij een “iemand” werd. David was een schaapherder, altijd in het veld bij zijn schaapjes en eigenlijk een beetje een buitenbeentje van de familie. Daar waar zijn broers sterk en groot waren, was David een tengere persoon, die eigenlijk niet echt serieus genomen werd. Dat  komt heel duidelijk naar voren als je het verhaal leest over de opdracht die Samuël kreeg om een nieuwe koning te zalven, waarvoor hij naar Isaï gestuurd werd. Want onder zijn zonen zou zich de nieuwe koning bevinden en God zélf zou hem aanwijzen. Dan komt Samuël bij Isaï en deze laat al zijn zonen aan Samuël voorbijgaan, en bij elke zoon die voorbijkomt denkt Samuël, deze zal het zeker worden. Maar de Here zegt tegen Samuël dat hij niet op het uiterlijk moet letten, en dan zegt Hij in I sam.16:7 : Doch de Here zeide tot Samuël: let niet op zijn voorkomen, noch op zijn rijzige gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het komt immers niet aan op wat de mens ziet; de mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar de Here ziet het hart aan. En zo trekken al deze zonen aan Samuël voorbij en geen van hen is door God uitverkoren om de nieuwe koning te worden. Maar als al deze mannen voorbij gekomen zijn zegt Samuël “Zijn dit alle jongens?” En dán pas bedenkt Isaï zich dat hij óók nog een zoon heeft die schaapherder is. Eigenlijk sowieso al erg genoeg dat, als Samuël tot Isaï komt om zich uit zijn jongens een nieuwe koning te zalven, hij wel deze zeven zonen mee bracht, maar David doodleuk op het veld bij zijn schaapjes hield. Isaï hoorde dat één van zijn zonen uitgekozen zou worden door God en als er onder deze zeven niemand bij zit, bedenkt hij niet zelf dat hij nóg een zoon heeft, dan moet hem dat eerst gevraagd worden. Minderwaardiger kan het toch al niet? Bij elke zoon zégt Samuël: “ook deze heeft de Here niet verkoren” dan wist Isaï toch al genoeg? Dan zou hij toch uit zichzelf al moeten zeggen, hé wacht es even, ik heb nóg een zoon. Maar nee, het kwam niet in zijn hóófd op om aan David te denken, en schijnbaar ook niet bij zijn broers. Geen seconde was daar de gedachte zelfs, dat David óóit goed genoeg zou worden bevonden om tot koning gezalfd te worden.

Maar gelukkig ziet God met héél andere ogen en Hij wéét dat er nog een zoon is, en dan laat Isaï David halen en als David bij Samuël komt dan staat er in vers 12b: Toen zeide de Here: Sta op, zalf hem, want deze is het. Júíst David wordt door God aangewezen om als koning gezalfd te worden. Moet je nagaan, het is niet zomaar iets, je wordt van schaapherder, zomaar koning, de baas, de verantwoordelijke over een heel volk, een grote taak die op zijn schouders gelegd werd.Maar David was iemand die door God allang gezien was, hij was trouw aan zijn schaapjes, hij was dapper want hij had zijn schaapjes al menigmaal beschermd tegen wilde dieren, bovendien kon hij op dat veld te allen tijde met God spreken en Hem leren kennen, iets wat hem júíst ook later nog zo heel erg van pas komt.

Ik denk dat vader Isaï en ook zijn broers, met open mond hebben staan kijken, vol ongeloof, David? koning? Dat kan toch niet? Daar is hij toch helemaal niet geschikt voor? Maar deze vader en broers keken met hun menselijke ogen naar David, terwijl God met heel andere ogen naar hem keek. In Matth.25 (14-30), staat de gelijkenis van de talenten, en dan staat er in vers 21 Wél gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen. Zo is het ook met David gegaan, hij was getrouw in wat hij deed, hij waakte over zijn schaapjes, hij bracht ze daar waar ze lekker konden grazen, hij beschermde ze, hij zorgde goed voor ze. En God had zo iemand nodig die op dezelfde manier voor zijn volk zou zorgen. Zodoende was deze David in Gods ogen de toekomstige koning. En we weten allemaal hoe het hem verder is vergaan en welk een grote dingen hij heeft mogen doen voor God. Hij was een man naar Gods hart, déze Vader had wel degelijk in de gaten hóé groot en bruikbaar David was.

Zo is het ook met ons, en in het bijzonder wil ik zeggen tegen die mensen die het gevoel hebben dat ze nooit echt op waarde geschat zijn in hun leven, die mensen die het gevoel hebben overal buiten te staan, die zich nog steeds willen bewijzen: het hoeft niet! God wéét wie je bent, Hij houdt van je zoáls je bent, voor Hem ben je absolúút zeer waardevol en bruikbaar in Zijn koninkrijk. Daar waar anderen jou aan de kant hebben laten staan is Hij het die júíst naar jou vraagt. Jóú heeft Hij op het oog. Misschien denk je nu dat je maar weinig te betekenen hebt voor de mensen om je heen. Zo was het met David óók, hij wás niet eens onder de mensen, hij zat bij de dieren, maar God haalde hem daar weg en gaf hem een grote opdracht. Wees getrouw in wat je doet, al lijkt het nóg zo klein, want God ziet jou precies op de plaats waar jij bent, en Hij roept je eruit en zal je over veel stellen. 

identiteit[1]

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


+ 6 = 8