Willekeurige bemoediging
  • Om stil van te worden.
    Als je Psalm 139 leest, dan zie je daar dat God zelfs onze gedachten kent, uit heel deze Psalm spreekt zó’n betrokkenheid, …
Recente reacties
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

De ring… 10

10.

trouwring

In de maanden die volgen gaat het op en neer met Menno, soms gaat het wel, maar er zijn ook perioden dat hij helemaal wegzinkt in zijn verdriet. Jetteke vraagt hem regelmatig om op de meisjes te passen en dat doet hij met heel veel liefde en plezier, ook is hij regelmatig te gast bij zijn lieve buurtjes om te eten en dat zijn de momenten die hij diep in zijn hart koestert. Het zijn de lichtpuntjes van zijn, verder zo donkere, dagen. De winter gaat over in de lente maar Menno ziet het niet, de lente gaat langzaam over in de zomer en ook dat gaat bijna ongemerkt aan Menno voorbij. Zat hij vroeger altijd lekker met zijn Desi in de tuin op warme dagen, nu is hij zijn huis niet uit te krijgen. De dagen rijgen zich somber aaneen en de momenten met zijn buurtjes en hun kinderen zijn de gekleurde kraaltjes die er tussen geregen worden. En voor Menno er erg in heeft is het al november geworden. De zomer was warm en de herfst was mild. Echt koud is het nog niet geweest maar als Menno op een novembermorgen uit bed komt voelt hij dat het weer een gevoelige omslag heeft gemaakt. Brrr, hij bibbert als hij zijn voeten naast het bed zet en het eerste wat hij doet is de verwarming wat hoger draaien. Hij kijkt naar buiten en ziet de kinderen naar school gaan met de jassen hoog dichtgeknoopt en een aantal hebben een sjaal om en handschoenen aan. “Echt weer voor een warme trui” mompelt hij tegen zichzelf als hij de kast opendoet. Hij zoekt een lekkere warme trui uit en als hij er eentje uitneemt valt er een andere trui op de bodem van de kast. Hij pakt hem op en terwijl hij hem bekijkt komt er een herinnering naar boven. Desi had deze trui voor hem gekocht, ze had hem heel geheimzinnig uit een tasje tevoorschijn gehaald en gezegd: “Hier, kijk eens, een lekkere kleurige, fleurige trui. Dat zal je goed staan, eens iets heel anders dan altijd maar die donkere kleuren, je wordt al vrolijk als je ernaar kijkt”. Desi kende zijn voorkeur voor “saaie” kleuren en had in een baldadige bui de kleurige trui meegenomen. Menno had hem aangetrokken maar vond het maar niets. Het was hem véél te bont geweest en zo had de trui al die jaren stilletjes in een hoekje van de kast gehangen…

Ietwat verdwaasd staat Menno daar met de gewraakte trui in zijn handen en ineens is het alsof de trui hem heel dierbaar is. Hij drukt hem tegen zich aan, ruikt eraan alsof hij de geur van Desi erin terug zou kunnen vinden en dan loopt hij ermee naar de badkamer. Als hij even later gedoucht en aangekleed uit de badkamer komt heeft hij de kleurige trui aangetrokken. Toen hij zichzelf erin bekeek was het alsof hij het blije gezicht van Desi, toen ze de trui voor hem gekocht had, opnieuw voor zich zag en hardop heeft hij tegen zijn spiegelbeeld gezegd: “Ik doe hem aan Dees, jij malle lieve vrouw, ik hou van jou!”

Alsof de trui inderdaad de kracht heeft om hem op te vrolijken loopt hij zachtjes fluitend naar de keuken om zijn ontbijt klaar te maken. Hmm, hij heeft wel zin in een gekookt eitje bij zijn boterham, en neuriënd zet hij een pannetje op het fornuis om zijn eitje te koken. Even later zit hij met smaak te ontbijten, iets wat hij al lange tijd niet meer gedaan heeft. Weet je wat, hij gaat straks lekker even bij Jetje om de koffie, gezellig even een beetje kletsen. En zo gezegd zo gedaan, om tien uur meldt hij zich bij Jetteke die blij verrast is als ze Menno ziet aankomen. Dat is de eerste keer dat hij uit zichzelf aan komt lopen en haar hart maakt een blij sprongetje. Wat leuk dat je even aankomt Menno, kom er gauw in, het is zo guur buiten en hier binnen is het lekker warm. Menno ontdoet zich in de hal van de jas die hij even over zijn trui had aangetrokken en meteen valt het Jetteke op dat hij zo’n fleurige trui aan heeft. Menno vertelt het verhaal van de guitige Desi en Jetteke merkt dat deze herinnering Menno’s hart warm maakt. “Hij staat je geweldig!” zegt ze en ook de meisjes, die tussen de middag uit school komen, zijn vol bewondering over de mooie trui van opa. Glunderend zit Menno daar aan de eettafel, met aan elke kant een blij meisje want jippie, opa blijft eten.

Vanaf die dag lijkt er toch een kleine omslag te zijn gekomen in het hart van Menno. Hij is weer wat meer geïnteresseerd in de wereld om hem heen en regelmatig maakt hij een wandeling door de buurt waarbij hij zo nu en dan een praatje aanknoopt met een van de buurtjes als hij die tegenkomt en bij Elske is hij ook al een paar keer op de koffie geweest omdat ze hem steevast binnen nodigt als ze hem voorbij ziet lopen. Ook bij haar voelt Menno zich op zijn gemak en welkom. Als hij naar de supermarkt gaat voor zijn boodschapjes groet hij links en rechts bekenden en langzaam maar zeker bloeit hij een klein beetje op. Hoewel het verdriet hem nog regelmatig overmant blijft hij er niet meer zo lang in hangen en zo raakt hij stukje bij beetje weer bij het leven van alledag betrokken.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


3 + = 12