Willekeurige bemoediging
  • Ik ben… ?
    Zoals velen wel weten schrijft mijn jongste dochter Joyce ook regelmatig mooie stukjes en ik ben dan altijd de eerste …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

21 oktober 2005

Gisteravond waren we bij mijn zus, we gingen daar eten en voordat we aan tafel gingen liet ze ons een brief lezen die ze van de bank had gekregen. Het was een min of meer “dreigbrief”. Ze had een saldotekort en ze diende dit tekort zo spoedig mogelijk aan te zuiveren, en als dat niet gebeurde zou de bank andere maatregelen nemen, bla, bla ,bla………..ergens middenin de brief stond het volgende: Uw saldotekort is inmiddels opgelopen tot 2,55! Twéé euro en vijfenvijftig cent! Hoe triest kun je het krijgen zeg. Niet te geloven. We vonden het allemaal belachelijk natuurlijk, en ook wel om te lachen, zóiets kinderachtigs. Alsof die lui niets beters te doen hebben dan om zó’n minibedragje een brief te gaan sturen. Bovendien is mijn zus al jarenlang cliënt daar en heeft nog nóóit voor problemen gezorgd. Laten ze dan de mensen die écht schulden hebben bij de bank liever aanpakken, toch?

Tja, en dan toch gaan mijn gedachten automatisch verder en toen dacht ik eraan dat wij vaak óók zo kunnen redeneren naar God toe. Ik heb het al vaak gehoord: “Ik heb heel mijn leven lang goed geleefd, ik heb altijd geprobeerd om het goede te doen, om mijn medemensen te helpen, om eerlijk te zijn, ik heb ook nog nooit iets gestolen. Bovendien geef ik veel aan goede doelen, enz……..” En als het dan gaat om een klein “zondetje” dan geloven veel mensen eenvoudigweg níét dat dát genoeg is om de boot te missen. Wij leven in een “tolerante” maatschappij, veel wordt er door de vingers gezien, bijna alles mag, en het is toch bijna belachelijk om te bedenken dat onze “lieve Vader” ons zoiets kleins kwalijk zou nemen? Dán kan Hij beter de échte slechte mensen aanpakken. Díé zijn pas slecht bezig. Maar voor God is zonde, zonde. Er bestaat geen kleine of grote zonde, het is voor Hem allemaal gelijk. Het is als een taart, je kunt hem verdelen in grote en kleine punten, maar al die punten zijn en blijven gewoon “taart”. In Gods heerlijkheid is geen plaats voor zonde, in welke grootte of welke vorm dan ook, en daar worden géén uitzonderingen gemaakt. Anderzijds is het óók zo dat het naar de andere kant precies eender werkt.

In Matth. 20, vertelt de Here Jezus een gelijkenis over een wijngaard. De eigenaar van deze wijngaard ging ’s morgens vroeg arbeiders inhuren om in zijn wijngaard te werken, en deze gingen voor hem aan de slag. Een paar uur later zag hij nog enkele werkloze mannen en ook deze huurde hij in. Zo ging dat nog een paar keer door, tot zelfs vlák voor het einde van de werkdag. En óók deze laatstingehuurde mannen gingen nog aan het werk. En dan staat er in vers: 8-15 : Toen de avond viel, zeide de heer van de wijngaard tot zijn opzichter: Roep de arbeiders en betaal het loon uit, te beginnen bij de laatsten, tot de eersten. Toen zij, die omstreeks het elfde uur gehuurd waren, kwamen, ontvingen zij ieder een schelling. En toen de eersten kwamen, meenden dezen, dat zij meer zouden ontvangen., En zij ontvingen eveneens ieder een schelling. Toen zij die ontvingen, morden zij tegen de heer des huizes, en zij zeiden: Deze laatsten hebben één uur gewerkt en gij hebt hen met ons gelijkgesteld, die een zware dag en de hitte hebben doorstaan. Maar hij antwoordde een van hen en zeide: Vriend, ik doe u geen onrecht. Zijt gij het niet met mij eens geworden voor een schelling? Neem het uwe en ga heen; ik wil deze laatsten hetzelfde geven als u. Staat het mij niet vrij met het mijne te doen, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?

Hier is de andere kant van de rechtvaardigheid, hier krijgt ieder óók hetzelfde. En dan zijn diegenen die zó hun best gedaan hebben boos, want zij hadden wel wat meer verwacht. De mensen die zó oppassend zijn en zó “goed” leven, kunnen niet blij zijn voor die ander, die misschien zijn hele leven fouten heeft gemaakt. Die ander die nu, op het einde van zijn leven alsnóg zijn hart aan de Here geeft en genade ontvangt. Dát is ongepast, zoiemand moet eerst maar eens bewijzen dat hij het echt meent. Dat is maar makkeljjk, je leeft er maar op los je hele leven en dan, als het echt serieus wordt, doe je nog gauw even een gebedje en dan mag je alsnóg bij de Here God komen? In onze familie zijn er ook mensen die zeggen, God? geloven? och, als ik oud ben, dán ga ik er over nadenken. Het hééft zo zijn risico’s moet ik zeggen, want wie zegt dát je er nog de gelegenheid voor krijgt?

Zonde is zonde, maar genade is genade. En die genade is in principe voor iedereen. Als je in de wijngaard van de Here tewerk gesteld bent, en wij allen zijn (als het goed is) in die wijngaard aan het werk, dan is die genade er voor ons allemaal. Dan mogen we ook júíst blij zijn voor diegenen die op het nippertje tóch nog zullen komen en werken. En als we dan ons loon in ontvangst mogen nemen, mogen we blij zijn voor onszelf én voor die ander, omdat we allemaal ónverdiende genade in ontvangst mogen nemen.

Een stukje terug in Matth. 9:37 : staat : Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Ik zag dat zo staan en dacht, ja, er zijn té weinig arbeiders, en dat heeft ook te maken met mentaliteit. Zoals het in die gelijkenis staat, het feit dat de laatsten precies zoveel genade krijgen als de eersten maakt, dat men vaak denkt, laat die ánder maar werken, ik hóéf niet zo nodig, ik ben gered en het zal mijn tijd nog wel duren. De júíste mentaliteit zou moeten zijn: Ik ga hárd aan het werk, want de tijd van uitbetaling nadert met rasse schreden en ik gún het mijn vrienden, bekenden, familie, of noem maar op, zó, dat zij óók mogen profiteren van deze genade. Vanúít die wijngaard zouden we ze moeten tóéroepen: kóm snel, nu is het nog tijd, nú kun je je nog aanmelden, snel, vóórdat het te laat is.

Oh ja, nog even een kleine waarschuwing, ga niet op je krent zitten wachten, er staat in Openb. 22:12 : Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is….. (snap je ‘m?)

De oogst is groot en wacht
totdat de werkers komen,
er moet worden gewerkt
ontwaak toch uit je dromen.
De Heer van deze oogst
heeft óns tewerkgesteld,
en Hij betaalt ons uit
in genade, da’s beter dan geld.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


+ 3 = 11