Willekeurige bemoediging
  • Welke maagd…
    …ben jij? De wijze en de dwaze maagden, ik heb ze weleens zijdelings aangehaald. 10 maagden die op weg waren …
Archief

CD: U bent er altijd

Here is the Music Player. You need to installl flash player to show this cool thing!

Een schoon kleed.

Ik moest aan een grappig verhaal van mijn broer denken, een poosje terug vertelde hij dat hij (weer) aan het afvallen was geslagen en dat ging wel goed dacht ik, maar op een avond had hij zo’n zin in een fondue-tje en hij wilde daarvoor mijn zus ook uitnodigen maar die moest werken tot half negen en om haar te vragen of zij ook wilde komen eten moest hij haar dus op het werk bellen.
En terwijl hij met die telefoon in zijn handen zat, was hij eigenlijk aan het twijfelen, zal ik wel, of zal ik niet…? Enerzijds wilde hij dolgraag fonduen maar anderzijds was hij bezig met zijn dieet en mijn zus trouwens ook, ze waren allebei aan het lijnen, en in gedachten was hij eigenlijk min of meer aan het bidden, “Heer, wat moet ik nu doen?” En de telefoon ging over en aan de andere kant hoorde hij ineens een stem die zei, “blijf aan de lijn” en die stem bleef dat almaar herhalen, want het was zo’n dubbelgesprek en hij moest dus even wachten. Nou, zelf moest hij er verschrikkelijk om lachen en wij natuurlijk ook toen we het hoorden, en ondanks dat die stem hem adviseerde om “aan de lijn” te blijven, is hij toch maar ’s avonds gaan fonduen, met zijn vrouw én mijn zus!

En het schoot me zo in gedachten en eigenlijk herken ik er best wel wat in, soms zijn er dingen die je zó graag zou willen, maar eigenlijk weet je dat het niet goed is en je twijfelt, zal ik wel, zal ik niet? En dan uiteindelijk maak je tóch de verkeerde keuze en je geeft toe aan de verleiding.
En dan na afloop heb je zo’n spijt dat je het verkeerd hebt gedaan en dan kun je er echt verdriet over hebben.
En dan vind ik het zo mooi dat God ons in Zijn woord zoveel mooie dingen schrijft, en één van de dingen die mij bemoedigen is een tekst uit Openbaring, hoofdstuk 22 vers 14 en daar staat: Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad.

“Hun gewaden wassen” dit impliceert dat wij dus een schoon gewaad hebben gekregen en dat daar weleens een vlekje op kan komen, maar dat wij dan óók de mogelijkheid hebben om het weer schoon te maken, het te “wassen”.
Als wij onze zonden belijden dan mogen we daar (opnieuw) vergeving voor ontvangen en weer “schoon” worden. En dan staat er dat wij recht hebben op het geboomte des levens, diezelfde boom waarvan Adam en Eva beslist niet meer mochten eten nadat zij gezondigd hadden. En dán mogen we ingaan in de stad, door de poorten, gisteren heb ik ook geschreven over die “deur” die voor ons opengaat, en hier staat het nog eens. Dus als wij onze gewaden “schoon” houden, dan mogen we eten van dat geboomte des levens, waardoor we voor altijd zullen blijven leven, én we mogen in de stad van God binnengaan door “de poort” de officiële ingang. Wat gaat God toch liefdevol met ons om hè? Wat kun je daar blij en dankbaar van worden.

  Ik heb een kleed overdekkend mijne zonden
zo zong ik vroeger ooit een lied,
dat kleed is mij door God gegeven
en echt schoon is het vaak niet.
Maar ‘k hoef de moed niet op te geven
want God is ons al voor geweest,
als ’t vuil is mag ik het weer wassen
zodat ‘k “gekleed” ben voor het feest.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail


1 + = 4