Ingrid Steenbeek
Het onbekende jongetje ben ik tegengekomen, een aantal jaren geleden.
Één van de kinderen was jarig geweest en gaf een kinderfeestje en we waren
met z'n allen naar de speeltuin gegaan.
In die speeltuin was ook een speciaal gedeelte voor hele kleine kinderen tot 4 jr.
Daar stonden bankjes en daar was ik, tussen andere moeders, gaan zitten
om zo een oogje op mijn jongste dochter te houden.
Daar was ook een jongetje, een stuk groter dan de kleintjes die daar speelden,
hij was ongeveer een jaar of 8 denk ik.
Het jongetje was verstandelijk gehandicapt, en hij durfde niet op de grotere
toestellen, dus was hij in het kleine speeltuintje.
Ik zat zo naar hem te kijken en opeens kwam hij op me af en sloeg zomaar zijn
armpjes om mijn nek en keek me met twee stralende ogen aan.
Daarna ging hij naar de glijbaan, die ook maar heel laag was, en eerst durfde
hij niet goed eraf te glijden, maar toen hij het tóch deed, was hij helemaal trots
en in de wolken dat hij dát gedaan had.
En iedere keer ging hij weer van die glijbaan af en na elke keer kwam hij eventjes
naar mij toe en dan omhelsde hij mij, of hij ging op m'n schoot zitten.
En dan zei hij, goed hè? goed hè?
Prachtig was dat, wat een heerlijk manneke, zo puur en zo mooi en zo
stralend, het ontroerde me enorm.
En ik heb daar in die speeltuin echt de liefde van God gezien, dat straalde dit
jongetje naar alle kanten uit en het heeft me diep geraakt en toen ik thuis kwam
heb ik over dit jongetje een
gedicht geschreven, een jongetje dat ik nooit meer
vergeten ben, een kind dat op dat moment, mijn hart verwarmd heeft met zijn liefde.