
Ingrid Steenbeek |
Kom toch dichtbij. Mijn kind, Ik wil je tranen drogen, tranen die geen mens ooit ziet oh Mijn hart is zo bewogen maar echt helpen kan Ik niet. Niet als je steeds weg blijft lopen steeds weer verder van Mij af, kom toch dichterbij, Mijn hart staat open en wees niet bang, Ik geef geen straf. Ik ben toch een God die Liefde heet? Ik wil je Vader zijn, goed en trouw, maar weet je wat mij het meeste verdriet deed, toen Ik keek, Mijn kind, naar jou? Ach, dat waren niet jouw zonden, niet je fouten, niet je strijd. Nee, dat waren al jouw wonden en je grote eenzaamheid. Juist omdat je zo ver weg bent blijven leeg Mijn uitgestrekte armen, kom toch als een kind naar Mij toegerend Ik sta voor je klaar met een hart vol erbarmen. Ik wil je helpen in al je problemen en Ik wil vertroosten jouw stille verdriet, Ik verlang ernaar je in Mijn armen te nemen want Ik gedenk jouw zonden niet. Ik wil je maken, krachtig en sterk een rots waarop anderen kunnen bouwen, Ik wil je gebruiken in Mijn werk maar leer toch om Mij in alles te vertrouwen. Leg al je zorgen maar bij Mij neer enn geef je helemaal over aan Mij, Ik ben immers een liefdevolle Vader en Heer en Ik kan jou maken, vredig en blij. Ik ben een Vader, goed en waarachtig een Vader zoals jij misschien nooit hebt gekend, Ik houd van jou Mijn kind, Ik vind je prachtig en Ik ben blij dat je de Mijne geworden bent. Ja, Mijn hart is vol van verlangen Mijn kind om jou te houden, dicht tegen Mij aan, grijp Mijn uitgestoken hand zodat je de weg vindt die Ik met jou samen, van dag tot dag wil gaan. |