
Ingrid Steenbeek |
Wat fijn dat je er bent. Sorry, dat ik besta, Toen ik die woorden hoorde heeft het iets geraakt in mij, ik dacht erover na en vroeg aan God, heeft U hier een verklaring bij? Sorry dat ik besta, Dieper kan een mens toch haast niet zinken, kan de boze dan een leven zo verminken? Als je het mij vraagt, zeg ik heel hartstocht’lijk , Ja. Een leven dat door God eens werd geschapen werd kapot gemaakt, verminkt, totaal verrot, het valt uiteen in stukjes, haast niet op te rapen en soms dan hoor ik zeggen, dat is nu mijn lot. Ons leven is geen lotje, uit de loterij, misschien de hoofdprijs, misschien je leven lang een niet, misschien was met jouw komst niemand ooit echt blij en heb je daarom al je leven lang verdriet. Misschien probeer je met veel pijn jezelf steeds weer te accepteren, je wilt graag worden wat je niet kunt zijn, maar ondanks alles, blijf je’t steeds proberen. Totdat je moedeloos, teneergeslagen, alle hoop laat varen, je geeft het op en laat jezelf steeds verder zinken, je hebt vergeefs getracht om zelf ‘t karwei te klaren maar God laat jou toch zeker niet verdrinken? Zolang je zelf maar telkens weer blijft strijden zak je steeds verder weg in het moeras, God zegt: Wees stil, ik zal je hieruit leiden Ik , die zal komen, Ik die er ben en die er altijd was. Ik heb gezien, je strijd en je wanhopig pogen, omhoog te klimmen uit die donk’re poel, maar telkens weer wordt je omlaag gezogen, meegetrokken door je emoties en gevoel. Mijn kind, zie niet op de omstandigheden, maar sla je ogen op naar Mij, zoek niet naar ongerechtigheden maar verheug je, wees als een kind zo blij. Een kind dat uitziet vol verlangen en luistert naar wat Vader zegt, die, door geen enk’le vrees bevangen vol vertrouwen alles in Zijn handen legt. Laat Mij je zachtjes mogen dragen uit dat zuigende moeras, op dit moment wil Ik je vragen, je weet toch dat Ik er altijd was? Ik moest alleen nog even wachten totdat jijzelf eens stil zou zijn, aan het einde van je krachten ja, aan’t eind van je latijn. En in deze situatie, kan Ik pas ten volle werken, Ik verander je leven radikaal van nu af aan zul je dat merken. Houd jij alleen Mijn hand maar vast, voor al het and’re zal Ik zorgen, Ik heel je pijn, Ik draag je last Ik ben er nu en Ik ben er morgen. En al wat is kapotgemaakt zal Ik helemaal nieuw gaan maken, Ik heb je leven aangeraakt en zelf zal Ik erover waken. Ik wil graag dat je rust in Mij, dat je’t al aan Mij zult overlaten, Mijn kind, met jou ben Ik zo blij, Het liefst riep Ik het op de straten, mensen kijk toch, naar Mijn kind, dat hier stilletjes naast Mij gaat, dat door Mij zeer wordt bemind en Ik zeg je, : Ik ben blij dat je bestaat. |